“God is vaak een verrassing”

We staan al in de gang om afscheid te nemen als Marja Flipse (37) tegen me zegt: “Vandaag is voor het eerst in vijftien jaar dat ik aan het werk ben en geen hoog, wit boordje draag. Ik stond vanochtend voor de kast en dacht: ik moet kleren gaan kopen. Ik heb niets wat ik naar mijn werk kan dragen in Nederland.”

Vijftien jaar was ze vicar in de Anglicaanse kerk. De laatste jaren was haar standplaats Cardiff in Wales. Zeeuwse van geboorte is ze nu, samen met haar Britse echtgenoot, in Den Haag komen wonen en wordt ze, naast Rienk Lanooy, predikant in de Kloosterkerk.

Het boordje is niet het enige dat anders is in Nederland. “Toen ik na mijn studie in Groot-Brittannië ging werken, was alles nieuw voor me. Eigenlijk sprak ik de taal nog niet eens zo geweldig. Op school was Engels mijn slechtste vak. Alles moet je uitvinden wanneer je in een vreemd land gaat wonen, verzekeringen, een bankrekening, hoe werkt het openbaar vervoer, noem het maar op. Maar nu ik terug ben in Nederland is het net zo. Ik heb nog nooit als volwassene zelfstandig gewoond in dit land. Tijdens mijn studie ben ik bij mijn ouders gebleven. Nu moet ik alles uitzoeken en vragen.”

Op zondag 12 juli doet Marja Flipse haar intrede in de Kloosterkerk. Dat is veel later dan de beroepingscommissie had voorzien toen die aan zijn taak begon. Dominee Margreet Klokke was al in het begin van 2018 vertrokken.

Nadat men tot de voordracht van Marja Flipse was gekomen, moest er echter nog een lange weg worden bewandeld om haar te kunnen beroepen. Het was heel wat eenvoudiger geweest wanneer een kandidaat was komen bovendrijven die reeds werkzaam was in een Nederlandse PKN gemeente.

En toen alle hobbels waren genomen, een huis was gevonden en in Wales het werk was afgesloten, brak de coronatijd aan. Drie maanden zaten Marja en haar man te wachten tot ze naar Nederland konden komen. Toen ze eindelijk konden oversteken hadden ze hun nieuwe huis nog nooit in het echt gezien. Pas tien dagen voor haar intrede kwamen de meubels aan. Het is een wonder dat ze er tegen het einde van haar eerste werkdag, bij dit interview, nog zo fris en rustig bij zit. “Het was vreemd om hier nu eindelijk echt naar binnen te kunnen lopen,” zegt ze. “Tijdens de hele procedure was ik onder de indruk van de vriendelijkheid van alle mensen van de Kloosterkerk die ik sprak. Maar een plaats begint pas te leven wanneer je er echt bent. Hoewel we elkaar nu natuurlijk geen handen geven en zo, wordt de hele Kloosterkerk nu toch concreet. In eerste indruk kan ik zeggen: Ik voel me hier welkom en omringd met vertrouwen”.

Ze geniet van de mensen, in de kerk, maar ook gewoon op straat. “Voor mij is het bijzonder dat alles hier open is, winkels, restaurants, noem maar op. Wales zat, toen wij vertrokken nog in een volledige lock down. Het is fijn hier en tegelijkertijd voelt die drukte nog wel een beetje eng.”

Ze is iemand die op zijn tijd ook even alleen moet kunnen zijn. “In zekere zin ben ik niet zo vreselijk een mensenmens.” zegt ze. Aanvankelijk wilde ze ook geen predikant worden, maar theoloog. “Ik volgde wel de kerkelijke vakken, maar bijvoorbeeld vrijwillige gespreksgroepjes over je eigen geloof liet ik links liggen. Ik dacht toen: ik ben hier voor een wetenschappelijke studie en mijn geloof is een ander kapittel.” Pas toen ze in Cambridge ging studeren veranderde haar idee. “Daar leefde ik in een seminarium, met zestig medestudenten. Je bent de hele dag onder de mensen en je werd ingeroosterd om te preken en in het gebed voor te gaan. Mensen om mij heen zeiden: we zien dat je plezier hebt in die dingen en dat je het kan. Ik voelde het zelf ook.

Dat ik deze kant aan mezelf ontdekte, zie ik als een teken van de hand van God. Natuurlijk heb je ook zelf een verantwoordelijkheid, maar je kan zo’n beslissing niet in je eentje nemen. Dat noem je dan: ik zag daarin de hand van God, maar ja, wat is dat. God is vaak een verrassing. Het concept van ‘roeping’ spreekt me aan. Zo heb ik toen de ontdekking van mijn kwaliteiten in Cambridge ervaren, een roeping.”

Ze wilde verandering in haar werk en haar man had aangegeven dat deze keer zij mocht aangeven waar ze zouden landen. Aan het begin van hun huwelijk had ze haar standplaats afgestemd op het werk van haar man. Nu zou het omgekeerd gaan. Het stond echter niet bij voorbaat vast dat het nieuwe werk in Nederland zou zijn. “Het is bepaald niet zo dat ik kost wat kost naar iedere gemeente in Nederland zou zijn gegaan. Het was uiteindelijk de vacature in de Kloosterkerk waar we dat voor wilden doen.”

Ze heeft waardering voor het geduld waarmee de gemeente, het bestuur en collega Rienk Lanooy op haar komst hebben gewacht. Zelf heeft ze ook niet opgegeven. Het was een (be)roeping en daar ga je mee om als een kostbaar geschenk.

“Mijn vader was koster en mijn moeder lector. Ik zag altijd hoe zenuwachtig mijn moeder was als ze bijvoorbeeld een schriftlezing ging doen tijdens een dienst. Dan dacht ik: laat mij maar stoelen sjouwen met mijn vader. In Cambridge ontdekte ik echter dat ik het ook allebei kon doen. Ik preek, maar ik pak ook gerust een paar stoelen op als er extra handen nodig zijn.”

Voor echtgenoot Gareth Henson is het niet bijzonder een dominee als vrouw te hebben. Er gingen hem verschillende familieleden voor in deze. In kerkelijk opzicht zal hij zijn eigen weg gaan zoeken en niet automatisch altijd met zijn vrouw mee gaan. “Daarmee geeft hij mij een bredere blik op het kerkelijk landschap,” zegt ze. “Hij is een ingewijde, door wat ik met hem deel en een buitenstaander. Hij steunt me en daagt me uit. Zo zien we zijn taak hier.”

Zijzelf gaat in haar werk een accent leggen op het jeugdwerk. Daarvoor moet ze nog wel zich inwerken. De situatie in Groot-Brittannië, waar de predikanten nog in de scholen komen en bijvoorbeeld ook kinderen gedoopt worden die geen kerkgaande ouders hebben, is anders. Ze kijkt er echter naar uit. Tijdens de periode van wachten heeft ze al langs digitale weg kennisgemaakt met een aantal kinderen en jongeren. Dat smaakte wederzijds naar meer.

Auteur: Karin de Leeuw

 

Meer lezen over ds. Marja Flipse!