‘Die bijbelverhalen zijn steengoed’ kopt het dagblad.

Het citeert Johan Doesburg, regisseur bij het Nationale Toneel. Na twintig jaar neemt hij afscheid met ‘Genesis’, een vijf uur durende weergave van het oerverhaal uit Genesis. Het was een oude wens van Doesburg om ‘Genesis’ voor toneel te bewerken en het is niet meer dan toevallig dat deze oerverhalen van het begin nu te zien zijn bij zijn vertrek.

Binnenkort ga ik ook kijken en ik ben natuurlijk erg benieuwd wat Doesburg van de oude bijbelteksten maakt. De bijbel is immers niet alleen van de kerk, zegt de protestantse traditie, maar van de hele samenleving. Dat betekent dat we elkaar kunnen verrassen als het gaat om wat zo’n oud verhaal met ons doet, wat ons er in raakt en welke betekenissen het oproept.

Daarom was ik ook verbaasd – maar toch ook weer niet, ik ga straks uitleggen waarom – dat Doesburg vertelt dat hij en toneelschrijfster Sophie Kassies zich hebben verdiept in allerlei bijbelverklaringen, opvattingen, exegeses (“van zwaar protestants tot liberale humanistische inkijkjes”), maar, en nu komt het: “dat hij zelf niet aan duiding doet. ‘Ik heb geen enkele wijsheid in pacht. Wij tonen. Ik behoef geen theologische omarming. Ik wil die epische verhalen vertellen vanuit theatraal perspectief’. Geen exegese, wel interpretatie”.

Verbaasd was ik, want het hele interview stond eigenlijk vol van Genesis-duiding en exegese. Alleen al de opmerking dat deze verhalen “eigenlijk steengoed zijn”, is duiding. Dat ze gaan over broedermoord, wraak, incest en zelfopoffering, en dat er “nog veel meer achter zit”, duidt toch op duiding, zou je zeggen. Zelf heeft Doesburg het over de actualiteit die stiekem in het verhaal zit. Burgemeester Aboutaleb als Jozef-type: “Ik dring het niet op, maar het zit gewoon in het materiaal”.

Verbaasd was ik, maar ook weer niet. Want ik hoor in de opmerkingen van Doesburg (of spreekt hier vooral de interviewer?) iets van de bekende koudwatervrees voor theologisch, of misschien wel kerkelijk vaarwater. Zou het daar werkelijk vooral gaan om opdringen, theologisch omarmen, wijsheid in pacht hebben? De hermeneutiek (uitlegkunde) is toch ook de kerk niet voorbijgegaan. Het ‘vooroordeel’ van de filosoof Gadamer, is eerstejaars lesstof voor iedere theologiestudent. Gadamer bedoelt met zijn ‘vooroordeel’ niet iets negatiefs. Hij wil benadrukken dat bij het begrijpen van teksten of gebeurtenissen uit het verleden wij niet om de cultuur en traditie waarin wij zelf staan heen kunnen. Aan die cultuur/traditie ontlenen wij bepaalde fundamentele, boven-individuele meningen of ‘vooroordelen’. Niemand leest een tekst waardenvrij.

Je zou het ook zo kunnen zeggen: het gaat bij het lezen van een verhaal altijd om duiding, om exegese en interpretatie. Zonder duiding gaat het niet. Je kunt het Genesisverhaal prima lezen zonder God als een ‘grijze man met baard’ (woorden van de interviewer); dat doe ik ook, maar je kunt het ook heel goed lezen met God als die vreemde stem die mensen roept in beweging te komen uit hun tribale setting. Het is allebei duiding en gelukkig maar. Alleen fundamentalisten zeggen altijd dat ze de bijbel letterlijk nemen (zonder duiding), maar ook dat is een vorm van interpretatie.

Daarom ben ik zo benieuwd naar de duiding van Doesburg. Juist de bril waar hij het verhaal door leest, maakt het interessant om te gaan kijken. En misschien dat zijn duiding helemaal niet zo’n waterscheiding betekent met andere, ook theologische, duidingen. Als het wel zo is, prima en als het niet zo is: ook goed. Maar een tekst op de planken brengen, zonder duiding, lijkt me uitgesloten, of in ieder geval buitengewoon saai (en zelfs dat is duiding). Ik ga er niet van uit.

Ds. Rienk Lanooy