Ik was bezig met de preek over Sartre uit de reeks (S)Preken over filosofen en stuitte op een tekst van de dichteres Ellen Warmond, die vaak in verband wordt gebracht met het existentialistisch gedachtengoed uit de jaren ’50 en ’60. Komende maand is het vijf jaar geleden dat zij overleed (28 juni 2011). Warmond werd geboren in Rotterdam in 1930 als Pietronella Cornelia van Yperen. Daar volgde zij een balletopleiding waarna zij enige tijd bij het Rotterdams Ballet Ensemble danste. Om te kunnen voorzien in haar levensonderhoud werkte ze ernaast als secretaresse. In 1968 verhuisde ze naar Den Haag. Ze was toen al geruime tijd werkszaam bij het Nederlands Letterkundig Museum, gevestigd in het complex van de Koninklijke Bibliotheek.

Of Warmond werkelijk te karakteriseren is als een dichter in de geest van het existentialisme, valt nog te bezien. Herkenbaar zijn thema’s als leegte, eenzaamheid en het onvermogen om in taal te kunnen communiceren. Niettemin interpreteert onderzoekster Maaike Meijer haar stijl in de geest van een veel specifiekere thematiek die is terug te vinden in de poëzie van Vasalis, Michaelis en andere dichteressen: de ‘grote melancholie’ van vrouwen die in de wederopbouwjaren werden teruggedrongen in de vooroorlogse gezinsverhoudingen.

Haar stijl werd wel omschreven als verstandelijk en dat werd haar ook verweten, maar dichter-criticus Herman de Coninck noemde dat juist haar kracht. Ze gebruikte haar verstand om – in zijn woorden – “er niets van te begrijpen; ze noemt zichzelf niet voor niets Warmond”.

In het gedicht ‘Kleine antropologie’ komt iets terug van dat ‘niet weten’, van het onbegrip. Maar in de marge ervan zit een klein streepje licht: de vraag van het ‘niet-weten’ blijft open staan.  Er is een ‘soms – even –’ van de vergetelheid. Of is dat alleen maar schraal licht, dat door melancholie wordt overvleugeld?

‘De mens – beproefde blinde

Die soms plotseling zien kan maar niet

Weet of dat wat hij ziet

Bestaat en tastbaar is te vinden – 

De Mens – wantrouwige dove

Die soms plotseling horen kan

Maar die niet weet of hij dan

Dat wat hij hoort moet geloven – 

Probeert te leven 

Betwijfelt

iets maar beseft niet wat – 

Is ongelukkig maar soms

even –

vergeet het dat.’

Uit: Ellen Warmond, Warmte, een woonplaats, Querido 1961

Rienk Lanooy