Arm en rijk: het oerthema van de diaken

Een column van een diaken. De eerste. Dus meteen maar het grootste thema, het oerthema van de diaken gepakt: arm en rijk. Geluk is te groot voor diakenen, daar gaan de predikanten over. Diakenen pogen de voorwaarden te scheppen.

Het werd een belangrijk thema dit jaar: de verschillen tussen arm en rijk. In onze stad, in Nederland en de wereld, dankzij het dikke boek van Piketty,  dat direct werd opgepikt. De beste jaren waren die kort na de oorlog, lezen we. Sindsdien neemt de kloof tussen rijk en arm weer toe. Terwijl de democratisering voortschrijdt, hebben we scherper dan ooit voor ogen dat mensen tot op grote hoogte gelijk zijn. Dat de verschillen in welvaart niet door God gegeven zijn, noch voortvloeien uit natuurwetten of verdienste, maar eerder uit toeval en machtsstructuren. Afhankelijkheid van dure technologie levert een concentratie op van macht en dus van rijkdom. Moderne efficiency vraagt om grootschaligheid. Grootschaligheid met een kleine doelmatige top, die slagvaardig optreedt, ook als het de eigen beloning betreft. En er is een sfeer ontstaan, waarin je niet meer hoeft te schamen over disproportionele inkomsten. Ook een vrucht van democratisering?

Dit was de week van MeaVita en de rulings van Fiat en Starbucks. De maand van de belastingfraude van Messi. Het jaar van Ari Ferrari, de jongensdroom van Möllenkamp, (een Maserati Quattroporte) en het hoger beroep in de Klimopzaak. Van de publieke verontwaardiging over de salarissen van bestuurders van onze volksbank, de ABN AMRO. Denk niet dat het eenvoudig is. Als de verleiding even te groot was. Als je vindt dat je onvoldoende gewaardeerd wordt en compensatie binnen handbereik ligt. Als je bent geboren met een slecht werkend moreel kompas, of heel rijk, zodat je niet beter weet. Als al je vrienden ook heel veel verdienen. En als daarbij helder voor ogen staat: waarschijnlijk zijn veel armen helemaal niet beter dan rijken, alleen niet zo succesvol.

Denk niet dat het eenvoudig is, iets te bedenken dat mensen meer recht doet en dat niet uitloopt op een goelag of het platteland van Pol Pot. Hulde daarom aan Rutger Bregman en Jesse Frederik, de auteurs van het cadeau voor de maand van de filosofie: ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers.’  De titel is direct de kern van het boek. Ze stellen de goede vragen. Die ga ik hier niet herhalen, maar ik geef u wel het gevoel dat hun essay achterlaat: ontzettend jammer dat we de maatschappij niet in een keer kunnen ‘resetten’:  iedereen gaat er op vooruit met reële beloningen en gelijkere inkomensverhoudingen. Er is geen boze opzet, maar we zijn lui. We geloven niet meer in onze macht als burger. We veranderen niet gemakkelijk. Het is allemaal te ingewikkeld geworden.

De diaken kent zijn bescheiden rol: hij denkt goed na in het stemhokje en voorlopig zie je hem niet in Starbucks. Hij doet zijn beste tabberd aan, bestijgt zijn witte schimmel en helpt – met uw steun – een heel klein beetje bij de herverdeling van de aardse zaken.

Godert van der Feltz