Christus in Rio

Veertien uur per dag sport op de televisie en voor wie niets wil missen nog het veelvoud daarvan via internet. De NOS pakt het deze weken groots aan met de Olympische Spelen in Rio. ‘Niets missen’ is trouwens een paradox, want hoe meer er wordt uitgezonden hoe meer je moet missen. Dat is onvermijdelijk. Je kunt immers maar één zender, nu ja, voor een enkele multitasker, twee/drie zenders tegelijkertijd bekijken.

Ik volg één en ander langs de zijlijn en ben een toeschouwer op afstand. Voor Daphne kom ik ’s nachts mijn bed niet uit en voor Sifan blijf ik niet langer op (de Nederlandse vrouwen doen het trouwens opvallend beter dan de mannen). Wel zie ik soms in de late avonduren een ritueel aan mijn oog voorbijtrekken. Bij iedere medaille die ‘we’ hebben gehaald, plaatst voorganger Henry Schut met enige zorg en devotie een Christusbeeldje op het altaar van de NOS. Het is een replica van Christus de Verlosser die vanaf de Corcovado over Rio de Janeiro heen kijkt. Er is een gouden Christus voor een gouden medaille, een zilveren voor een zilveren en een bronzen voor een bronzen. De aanwezigen zwijgen met enige eerbied tot de liturgische handeling is afgerond. Na deze introïtus begint het programma pas echt.

In vind het allemaal goed, maar één ding valt me op: Christus hoort hier bij de winnaars. Hij strekt zijn handen uit om kampioenen te omarmen. ‘Als je wint, heb je vrienden!’ Daar zou ik graag een kleine theologische kanttekening bij willen maken. Dat beeld van de verlosser staat daar niet op die berg om winnaars te omarmen. Dat heeft de kampioen niet nodig. De Heer trouwens ook niet. Het staat daar omdat, om het met Marcus te zeggen, gezonde mensen geen dokter nodig hebben, maar zieken wel. Het staat er voor de verliezers. De laatsten worden de eersten. Ik begrijp wel: op grond van deze bijbelse logica kun je geen Olympische Spelen organiseren, maar dat hoeft ook niet. Maar als je dan als NOS met Christus in de weer gaat, nodig dan de verliezers uit, zij die het net of bij lange na niet hebben gehaald. Buiten het Olympisch Dorp zijn er daar in Rio ook nog wel een paar van: van mensen die het net of bij lange na niet halen in hun bestaan. Voor hen staat dat beeld daar, hoog op de Corcovado. De ‘gebochelde’ betekent dat, en dat is een mooie naam voor een berg waar een Christusbeeld op staat. Hij is er allereerst voor de verliezers. Niet in goud, zilver en brons, maar als mens onder de mensen.

ds Rienk Lanooy