Dit jaar is het tien jaar geleden dat de Nederlandse kunstenaar Karel Appel overleed. Naar aanleiding hiervan worden er diverse overzichtstentoonstellingen van zijn werk gehouden, onder anderen in het gemeentemuseum in Den Haag. Deze tentoonstelling is tot en met 16 mei te zien.

Ik ging er met weinig verwachtingen naar toe. Ik associeerde Karel Appel met kleurige doeken. Simpele voorstellingen van dierfiguren en kinderen. Meer had ik eigenlijk nooit van hem gezien. De tentoonstelling was een ervaring voor mij. Ik heb er twee uur rondgewandeld en mijn ogen uitgekeken. Bij binnenkomst in het voorportaal van de expositieruimte, word je direct geconfronteerd met scènes uit de film die Jan Vrijman in 1961 over Appel maakte. Daarop is hij te zien als een woest schildersbeest, dat zwetend en grommend in gevecht lijkt met het schildersdoek. ‘Ik rotzooi maar wat an’, zou hij in deze film gezegd hebben. Een uitspraak, die hem achtervolgd heeft.

De tentoonstelling laat zien dat er veel meer over Appel te zeggen is dan dat. Ja, hij schilderde met zijn hele lijf. Maar ook, denk ik, met zijn hele ziel. Er zat veel meer denkwerk achter, dan op het eerste oog zichtbaar is. De tentoonstelling laat dat onder anderen zien, door voorschetsen van een aantal van zijn grote doeken te exposeren naast het eindresultaat.

Wat mij is opgevallen, is de expressieve kracht van een aantal van zijn grote werken. De figuren komen als het ware uit het doek naar je toe. Ze zitten vol leven. Ik denk bijvoorbeeld aan het vrouwelijk naakt in zwart wit uit de eerste expositieruimte. Zij bestaat maar uit enkele lijnen. Maar je ziet haar bewegen. Schepper naast God, zou je Appel dan ook bijna kunnen noemen.

De laatste ruimte waar ik kwam, was die waarin werken met het thema ‘De mens in zijn eeuwige ruimte’ waren geëxposeerd. Eén ervan heet; ‘Ontmoeting met God’. Een verrassend doek, een uitzondering in het geheel, alleen al door het kleurgebruik – het doek is overwegend in wit geschilderd. De mens, aan de linkerkant, lijkt er wel ogen op steeltjes te hebben. Alsof hij volledig overrompeld wordt, door degene die hij tegenover zich heeft, aan de rechterkant van het doek. God, die daar staat, heeft extreem grote handen en voeten. Alsof hij meer nog dan het mensje naast hem een ‘maker’ is?

Karel Appel, schepper naast God. Maar misschien ook wel schepper tegenover zijn meerdere, de Eeuwige, bron van al wat leeft… Ik ben benieuwd wat u in dit doek ziet. Een tentoonstelling om niet te missen.

Margreet R. Klokke