Het spelende kind…

“Dit zijn mijn ‘wielrenkleren’ mam!” Mijn zoon van 5 komt aangelopen met in de hand zijn UV-beschermende zwempak, zonnebril en fietshelm. Met zijn sokken zo hoog mogelijk opgetrokken in de meest sportieve schoenen loopt hij even later met zijn fiets aan de hand naar het park achter ons huis. Vol trots rijdt hij zijn rondjes en zit even later tevreden naast mij op het bankje. “Ik kan hard fietsen hè, mam?” Nee, hij fietst niet erg hard. Maar mijn zoon ziet dat anders. Hij belééft het anders. Terwijl hij deze rol van wielrenner aanneemt, kijkt hij met andere ogen naar de weg waarop hij rijdt, is zich ineens bewust van het voorbijglijden van wat er om hem heen is… Voelt hij ineens bewust hoe zijn beenspieren zich aanspannen en dat hij daardoor nog iets harder kan. Merkt dat hij daarmee een risico aangaat maar dat het risico verantwoord is, dat hij het aankan.

Misschien, toen je begon met lezen, werd je vertederd door de aanblik van mijn zoon. Och, dat had ik ook, de tranen sprongen me er bijna van in de ogen… Maar ik begin te leren me bewust te zijn van dit gevoel en daarna bewust de volgende stap te nemen… Wat gebeurt hier nu werkelijk? Dit spel van mijn zoon draait namelijk niet om mìj, het gaat hem er niet om om mìj te raken. Dat is niet het doel van zijn spel… Dit is evenmin zo wanneer hij bezig is om een schatkaart te tekenen voor in zijn hut in de tuin. Toch betrap ik me er dan weer op dat ik tegen hem zeg dat ik het mooi vind wat hij heeft gemaakt. Natuurlijk vindt hij het fijn om te horen dat ik het mooi vind, maar ik zou me vaker eens mogen afvragen of het doel van zijn tekenen werkelijk was om van mij te horen dat ìk het mooi vind en of het dan dus goed is om dat te zeggen… Hij zou er zijn eigenlijke doel mee uit het oog kunnen verliezen en inderdaad vooral nog gaan tekenen òm van mij te horen dat ik het mooi vind…
 
Godly Play is gebaseerd op het gedachtegoed van Maria Montessori. Dit gaat uit van het principe dat het kind geholpen word om iets voortaan zèlf te kunnen. In Godly Play krijgt dit vorm doordat een kind leert om zijn of haar eìgen ervaringen woorden en betekenis te geven. De bijbelverhalen bieden hiervoor een enorm rijke inspiratiebron. De kerk en wij als volwassen ‘medereizigers’ op deze weg hebben de verantwoordelijkheid om hen daarin te begeleiden en de ruimte te geven die zij nodig hebben. Dat vraagt soms om directe aanwijzing maar misschien wel vaker om stil te zijn en te luisteren; wat gebeurt er in dat spel tussen het kind en het verhaal? En hoe lieflijk is het wanneer je dan God kunt horen meespelen…