Toespraak bij het begin van het Eeuwfeest – 100 jaar gemeente Kloosterkerk, uitgesproken op 22 september 2019 door Sanne ten Bokkel Huinink, voorzitter van de Kloosterkerk.

Ik heb een steen gelegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.

Zo begint ongeveer het gedicht van Bram Vermeulen. Eigenlijk staat er “Ik heb een steen verlegd“. Maar voor vandaag maak ik er van: ‘gelegd’. Ik ken het gedicht vooral als een lied dat Paul de Leeuw zingt; het ontroert mij. 

Ik heb een steen gelegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.

Honderd jaar geleden werd de eerste steen gelegd voor de Duinoordkerk en daarna nog één en daarna nog één. De kerk werd gebouwd, de gemeente werd gevormd. De rivier van de levens van de mensen van de Duinoordgemeente begon te stromen langs de gelegde stenen. De Duinoordkerk had invloed op de levens van de mensen, vrij naar het gedicht; door het leggen van die ene steen, is de stroom nooit meer dezelfde weg gegaan. Dat is zo tot op de dag van vandaag; de aanwezigheid van die steen en stenen, beïnvloedt de levensstroom van vele mensen.

Ik heb een steen gelegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.

Met een jubileum zoals dat wat wij dit jaar gaan vieren, bestaat de neiging om terug te kijken. Dat is logisch. Maar als we dankbaar naar de rivier kijken dan is die stroomopwaarts smaller en kleiner dan vandaag. Het lijkt mij veel boeiender om tijdens dit jubileum naar de toekomst te kijken. Stroomafwaarts wordt de rivier breder en dieper, biedt hij kansen en mogelijkheden. Met elkaar kunnen we stenen leggen in die rivier, die bepalen welke kant hij op gaat stromen.  Laten we dit jaar vooral ook met elkaar kijken, welke stenen we willen en kunnen leggen.

Ik heb een steen gelegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.

Met elkaar vieren we dit jaar het 100 – jarig bestaan van de Kloosterkerkgemeente. De rivier van mensen, die samen verder stromen. Dat is mooi, dat is iets om dankbaar voor te zijn.  Het is fijn dat er een groep mensen is, die, onder leiding van Ellen van der Sar, als jubileumcommissie de feestelijkheden met ons allemaal gaat organiseren. In de liturgie kunt u lezen wie er nog meer in die commissie zitting hebben. Ook kunt u daar lezen welke jubileumartikelen er te koop zullen zijn, straks al in de wandelruimte. 

Met elkaar bouwen en vormen we de Kloosterkerk. Om dat symbolisch weer te geven, zullen we met iedereen samen een kunstwerk maken. Ieder legt daarop zijn eigen steen. Ik wil het zondagskind van vandaag, Rogier, vragen om de eerste steen te komen leggen. De jeugd heeft immers de toekomst. Daarna kan, in de wandelruimte, iedereen een steen komen leggen.

Ik eindig met de laatste woorden van het gedicht. Ik heb ze weer iets aangepast aan vandaag.

Er is een steen gelegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat de Kloosterkerkgemeente nooit zal zijn vergeten,
De Kloosterkerkgemeente leverde ’t bewijs van zijn bestaan
Omdat, door het leggen van die ene steen,
Het water nooit dezelfde weg zal gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier hou je niet tegen.
Het water vindt er altijd een weg omheen.
Misschien eens gevuld van sneeuw en regen,
Neemt de rivier mijn kiezel mee.
Om hem dan glad en rond gesleten,
Te laten rusten in de luwte van de zee.

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
Ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
Ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
Het water nooit dezelfde weg zal gaan.