Daniel Rouwkema en het Kloosterkerkkoor

In februari 2018 was het een jaar geleden dat Daniel Rouwkema aantrad als dirigent van het Kloosterkerkkoor. Een mooi moment voor reflectie! Daniel vertelt: Ik ben door het koor hartelijk ontvangen, het voelde meteen als een warm bad. De koorleden hebben zich vanaf het begin muzikaal en vocaal voor mij opengesteld en dat proces gaat nog steeds door. Daniel legt uit dat je, als je de leiding van een koor overneemt, echt de tijd moet krijgen om in de groep nieuwe en eigen energie te brengen. Iedere dirigent heeft als het ware zijn eigen sfeer. Je kunt alleen met een groep samenwerken als je jezelf kunt zijn. Pas dan komt iedereen tot zijn recht en kunnen we optimaal bezig zijn. Dat lukt en de energie tussen dirigent en koor begint nu als het ware te “stromen”. Hans Jansen, Daniels voorganger, heeft in de 40 jaar dat hij het koor leidde een eigen exclusief repertoire opgebouwd. Daniel zet uiteen dat hij bewust een aantal zaken wat heeft veranderd. Zo houdt hij enerzijds ruimte om voort te borduren op het repertoire van Hans maar heeft hij anderzijds ook de mogelijkheid om zijn eigen muziek- en stijlkeuzes te volgen. Zo’n aanpak moet de tijd krijgen om te settelen. Daniel streeft een lichte en transparante koorklank na. Daniel: Ik reken op een periode van vijf jaar en dan weet je dat je er bent, dat het je “eigen club” is geworden. Het is nu toch nog een beetje het koor van Hans. Bij dit gewenningsproces heb je te maken met de kwaliteit van de koorleden, wat mensen op kunnen nemen, wat ze zich tot een tweede natuur kunnen maken.

Nieuwe koorleden

Er zijn na het aantreden van Daniel gelukkig geen koorleden vertrokken, er zijn er zelfs acht bijgekomen! Het zijn jongere mensen, twintigers, studenten. Deze aanwas heeft gezorgd voor het ontstaan van een nieuwe sfeer. De leeftijden in het koor variëren op dit moment van 20 tot 70 jaar. Ieder koorlid is belangrijk maar jonge mensen zijn wel het Kloosterkerkkoor van de toekomst, zegt Daniel. Daniel geeft nadrukkelijk aan dat het Kloosterkerkkoor nog enthousiaste zangers zoekt. De reden hiervoor is in de eerste plaats gelegen in de wens het repertoire uit te breiden, bijvoorbeeld met het zingen van dubbelkorige motetten. Daarvoor heb je een iets bredere bezetting nodig. In de tweede plaats is het prettig als het koor wat betreft ledenaantal iets royaler in zijn jasje zit voor het geval koorleden met verlof willen. Daar is bij een grotere bezetting meer ruimte voor en dat geeft ontspanning. Voorzingen is bij aanmelding (vooralsnog) geen voorwaarde. Dirigent, koor en nieuw koorlid nemen de tijd om aan elkaar te wennen. Het is een natuurlijk proces.

Anglicaanse traditie

Op de website van Daniel staat: “Zijn werken voor koor en orgel lijken in Engelse kerken en kathedralen geboren”. Daniel vertelt dat hij met het Kloosterkerkkoor veel Engelstalig repertoire is gaan zingen. Daniel: Mijn Engelse ervaring kan ik hier in Den Haag gewoon inzetten, naar hartelust! We zijn bijvoorbeeld gaan zingen op “chant”. Dat is een tussenvorm van spreken (reciteren) en zingen. Deze muziekvorm dateert uit de middeleeuwen en vormt een van de wortels van de recentere westerse muziek. In het Engelse taalgebruik is chant onder meer synoniem voor gregoriaans. Het is een typisch Engelse Anglicaanse muziekvorm, aldus Daniel. In de Kloosterkerk zullen chants meestal vierstemmig worden uitgevoerd, een soort akkoordenschema, tesamen met het orgel. De teksten worden ontleend aan de Nederlandse vertaling van de bijbel of aan andere vertalingen, zoals de Naardense bijbel. Soms worden strofen uit een psalm van het Liedboek gebruikt. Veel componisten schrijven hun eigen chants, er zijn er duizenden! Als er niets voorhanden is wat hem inspireert, componeert Daniel zijn eigen chant. Op zondag 11 maart is bijvoorbeeld een zelf gecomponeerde chant van psalm 122 uitgevoerd.

Pasen

Gevraagd naar wat Paasmuziek kenmerkt, zegt Daniel: Pasen vormt met Kerst hoogtij! Pasen is een feestelijke gebeurtenis. Ik heb het gevoel dat Paasmuziek triomfantelijk moet zijn. Op Kerstochtend is er verstilling, dan kun je bijvoorbeeld ook nog eens een wiegelied (Lullaby) laten zingen. Maar met Pasen staat er iets op uitbarsten, ook in de Paasnacht, als het wonder zich voltrekt. Er is uitbundigheid en vrolijkheid. Er is de intensheid van het wonder. Een geboortefeest is natuurlijk bijzonder maar iemand die uit de dood opstaat, dat is pas echt een wonder. Dat moet met vreugde worden gevierd. Op Witte Donderdag wordt bij de dienst rondom het Laatste Avondmaal een stukje van Felice Anerio, een 16e eeuwse componist, ten gehore gebracht. Ook heeft Daniel gekozen voor een stuk van Deodat de Severac, “Tantum ergo”. Dat past prachtig in het moment. Voor de Paasnacht en Paasmorgen is een motet van George Dyson uitgezocht. En verder komt George Herbert aan bod met “Let all the world in every corner sing”. De door Jan Willem Schulte Nordholt hiervan gemaakte vertaling staat als lied 424 in het Liedboek voor de kerken. De tekst van het eerste couplet in deze vertaling luidt:

“Looft overal, looft al wat adem heeft,

Looft God die leeft.

De aard’ is niet zo wijd,

of God wordt lof bereid,

zo hoog de hemel niet

of daarheen reikt het lied.

Looft overal, looft al wat adem heeft,

Looft God die leeft”.

Tekst Liesbeth de Beyl