Ik zocht naar iets over Pinksteren in de Nationale Bibliotheekschatkamer, de collectie van de Koninklijke Bibliotheek (KB). Ik dacht aan een handschrift. Wij, de KB, hebben immers met meer dan 1500 handschriften de rijkste verzameling verluchte handschriften in Nederland.

Eén van mijn favorieten is het beroemde Trivulzio getijdenboek, een hoogtepunt van middeleeuwse schilderkunst op miniatuurformaat. Gemaakt rond 1470, slechts 9 x 13 cm groot, gevuld met de prachtigste op perkament geschilderde bladvullende miniaturen. Drie miniaturisten, bij uitzondering kennen we hun namen, werkten aan dit boek. Het is sinds 2001 in de KB, geschonken door een anonieme particulier. Ik heb het handschrift juist nu weer eens heel goed bekeken vanwege de beeldschone Pinksterminiatuur. Ik ging naar de gedigitaliseerde versie van het handschrift op de website van de KB en gebruikte de mogelijkheid om in te zoomen op de hoge resolutie afbeelding, waardoor ik veel meer kon zien dan met het blote oog. Het origineel is overigens nog tot en met 3 juni te zien op de tentoonstelling ‘Magische Miniaturen’ in het Utrechtse Catharijne Convent, een absolute must see!

Je ziet in de miniatuur een complete wereld op maar 85 x 50 mm. In een gedetailleerd uitgewerkt gotisch kerkinterieur zit Maria te midden van de leerlingen, de goud omstraalde duif boven hen. Treffend vind ik het contrast tussen de verraste, druk gebarende discipelen en Maria, die onverstoorbaar lijkt door te lezen in haar boek. Maar ik zocht verder op onze website en ik vond nog een Pinkstervoorstelling, van bijna 500 jaar later. Een heel ander beeld dan de middeleeuwse geschilderde Maria, vond ik. Ik ontdekte de voorstelling in een fragment van een toneelstuk getiteld ‘Des Heilands tuin’ dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Groningen werd uitgegeven door de clandestiene uitgeverij De Blauwe Schuit. De dichter Martinus Nijhoff schreef de tekst; de druksels, die ‘verluchting’ werden genoemd in het colofon, zijn van Hendrik Werkman (1882-1945, gefusilleerd 5 dagen voor de bevrijding van Groningen). Ik vind de druksels van Werkman getuigen van een prachtig frisse, stoere kwaliteit.

Het omslag dat ik hier laat zien, is onderdeel van de collectie van Museum Meermanno, hier vlakbij. Werkman drukte een kerkgebouw af en verwijst daarmee naar het visioen van Maria bij Pinksteren, waarover de katholieke Nijhoff dichtte: “Ik zag gebouwd worden een huis zo ruim van wanden, dat het de volken kon bevatten aller landen.”

De apostelen zeggen in het tekstfragment welk deel van het ‘huis’ uit het visioen van Maria zij zullen zijn: de vloer (Petrus), de stenen muren (Jacobus), het dak (Andreas), enzovoort. Mattheus vermeldt alleen dat hij een van de vier schrijvers van het heilige boek zal zijn. Werkman heeft bijna alle elementen in de illustratie weten te verwerken. En hierin, in dit kerkgebouw als metafoor voor het wonder van Pinksteren, word ik getroffen door de ‘beeldrijm’, de iconografische verwantschap tussen het middeleeuwse handschrift en de Groningse oorlogsuitgave. Het Groninger boekje werd overigens in maar 75 exemplaren gedrukt op ‘lichtbruin Kraft-papier, eenzijdig gekalanderd’, en dat is gewoon pakpapier.

Tanja de Boer is lid van de Kloosterkerk en werkt bij de KB | Nationale bibliotheek (www.kb.nl)