Kloosterkerk Wereldwijd is betrokken bij een diaconaal project in Salatiga (Midden-Java), gericht op kinderen met verschillende achtergronden: Sobat Anak, vriendschap tussen kinderen. Het is een van de activiteiten van ‘Percik’, een onafhankelijk instituut dat inzet op democratie en sociale rechtvaardigheid. Percik is de afkorting (vertaald) van ‘een zaaibed van liefde’. Percik is ook een werkwoord in het Indonesisch en betekent: besprenkelen met water. Mensen, verschillend op etnisch, cultureel en godsdienstig gebied, leven met en naast elkaar. Vaak harmonieus, soms conflictueus. Dr. Pradjarta, directeur van Percik in Salatiga, reflecteerde op de vraag waarom er niet meer contact is tussen predikanten en kiai’s (imams). Waarom zijn hun werelden zo gescheiden? Wat weten mensen eigenlijk van elkaars godsdienst? Kunnen bestaande vooroordelen ook bijgesteld worden? Delen we eigenlijk niet veel meer dan dat ons scheidt? Hij nodigde tien predikanten en tien kiai’s uit. Zij vroegen zich af waarom dat nodig was maar gingen toch op de uitnodiging in. De eerste ontmoeting vond plaats zonder agenda: de deelnemers kregen de gelegenheid elkaar vragen te stellen. Wat weten we eigenlijk van elkaar? Daarbij kregen zij te maken met het feit dat hun eigen geschiedenis de beeldvorming over de ander had bepaald, zoals bijvoorbeeld over kruistochten, kolonialisme, missie en zending (van zowel moslims als christenen). Dit had geresulteerd in het stichten van eigen scholen en ziekenhuizen; ontwikkelingen, die tot onbegrip en het ontstaan van vooroordelen hadden geleid. Het met respect bespreken van deze onderwerpen kostte dan ook tijd en geduld. Langzamerhand werden misverstanden uit de weg geruimd en veranderde wantrouwen in vertrouwen. Natuurlijk bleven er wel verschillen bestaan. Hebben deze ontmoetingen ergens toe geleid? Jazeker. Er zijn vriendschappen gegroeid tussen predikanten en kiai’s en op sociaal gebied wordt er nu meer samengewerkt. Toen de vulkaan Merapi uitbarstte, werden er gezamenlijke hulpacties opgezet. Er wordt nu zelfs gepraat over het sluiten van huwelijken tussen moslims en christenen.  Lokaal ontmoeten religieuze leiders elkaar: het begin van het Sobat (vrienden) programma.

Geïnspireerd door deze verhalen ging een aantal jonge vrouwen en mannen met kinderen aan de slag. Kunnen we voorkomen dat kinderen opgroeien met vooroordelen? Hoe kun je kinderen met elkaar verbinden? Moslim- en christenkinderen werden uitgenodigd om kennis te maken met elkaar en met elkaars religieuze gewoontes en rituelen. Kun je dat op speelse wijze organiseren? Jazeker. De eerste keer kwamen de kinderen bij elkaar rond het Suikerfeest. Moslimkinderen vertelden wat dat feest voor hen betekent. Ze ‘speelden’ de ochtend van het Suikerfeest na; in nieuwe kleren gestoken gingen ze naar de moskee voor het speciale gebed. Ze voerden de rituele wassing uit en lieten aan de andere kinderen zien hoe ze baden en daarna aten ze samen. Later vierden ze samen kerst. Deze speelse bijeenkomsten breidden zich uit tot kinderen met andere achtergronden, zoals Boeddhisten en Hindoes. Er volgden creatieve ontmoetingen, spelletjesmiddagen en bezoeken aan elkaars gebedshuizen, boerderijen en kwekerijen. Zo leren kinderen spelenderwijs met elkaar om te gaan. De kinderprogramma’s worden geleid door jongeren (16-30 jaar), Sobat Muda, religieus geïnspireerd en maatschappelijk betrokken. In een toenemend aantal plaatsen op Midden-Java worden deze Sobat Anak activiteiten uitgevoerd en het Sobat Anak programma ontwikkelt zich verder. Vanuit Kloosterkerk Wereldwijd blijven we er actief bij betrokken. We vertellen er onder andere over in de kinderdienst van de Kloosterkerk.

Willemien Ankum en Janny Vellekoop,

met veel dank aan Josien Folbert,  gedurende 4 jaar stafmedewerkster van Percik