Liturgie is altijd in beweging. Het is misschien wel inherent aan liturgie; de Liturgische Beweging van begin vorige eeuw heeft er in elk geval geen patent op. Zeker de laatste jaren wordt binnen de Protestantse Kerk veel nagedacht over liturgie, tot de synode aan toe. Vorig jaar verscheen Tot Gods eer, een handreiking voor gesprekken over liturgie, geschreven door liturgiewetenschapper Marcel Barnard. Het boekje is bedoeld om gesprekken over de liturgie aan te wakkeren, te beginnen bij de synode, en vervolgens kerkbreed. De achterflap vermeldt: ‘Er verandert veel in de kerk: er wordt geëxperimenteerd, gepionierd en veel gediscussieerd. Hierdoor heerst er in veel gemeentes verwarring als het gaat om de liturgie. Dit was voor de Protestantse Kerk reden om liturgie op haar agenda te zetten.’ Kortom: liturgie is in beweging, en nadenken over liturgie is ‘in’.

Ook het ‘nieuwe’ Liedboek uit 2013 getuigt van een liturgie (of beter: kerk?) in beweging. Nog niet eerder kende de Protestantse Kerk een liedboek met zulke uiteenlopende genres en liederen. Niet voor niets wordt er tegenwoordig gesproken over ‘kerkmuzikale profielen’. De liturgische diversiteit binnen de protestantse kerk lijkt alsmaar te groeien. En ook in de Kloosterkerk staat de liturgie niet stil. Er wordt geregeld gesproken en nagedacht over ‘onze’ liturgie; uiteraard door predikant(en) en kerkmusici, maar ook breder – binnen de Liturgiecommissie, of, zoals afgelopen najaar, tijdens een zondagmiddag bijeenkomst over het thema ‘Liturgische Gemeente’.

Te midden van al die beweging wordt de verbinding met de (liturgische) traditie des te belangrijker. In de Kloosterkerk mogen we ons gelukkig prijzen met een liturgie, die enerzijds geworteld is in de traditie en anderzijds ruimte biedt voor ‘beweging’. Ook bij het experimenteren, bijvoorbeeld in Zin op Zondagmiddag, biedt de traditie de kaders, waarbinnen geëxperimenteerd kan worden. Voor voorganger en kerkmusici is er iedere week weer een nieuwe liturgie, die aanzet tot concreet ‘liturgisch denken’. Want al is het raamwerk iedere zondag redelijk hetzelfde, een goede invulling ervan kan een dienst maken of breken. Dat laatste geldt misschien wel des te meer voor de diensten in de Goede Week richting Pasen. Juist die veelheid aan samenkomsten in één week, en liturgische vormen die slechts een keer per jaar voorkomen, nodigen uit tot nadenken: wat is het karakter van al die verschillende momenten van viering in de week en hoe geef je dat het beste vorm? Vorig jaar hebben we de liturgie van de Paasnacht enigszins bijgeschaafd: het licht van Pasen wordt nu aan het begin van de dienst binnengebracht, zodat Pasen (Pasen begint ten slotte al in de nacht) direct begint met Christus als licht der wereld. Ook in de liturgie van komende Witte Donderdag hebben we kleine aanpassingen aangebracht. Maar telkens binnen de kaders, die de traditie ons aanreikt.

Liturgie is altijd in beweging. De eigen liturgische traditie fungeert daarbij als wegwijzer. Zo’n liturgie roest niet vast en verliest evenmin zijn bestaansrecht.

door Geerten van de Wetering