Het is niet echt algemeen bekend, maar in de eerste eeuwen van het christendom bestond het Kerstfeest niet. Pas in de vierde eeuw, dus nadat Constantijn de Grote het verbod op het christendom had opgeheven (313), werd Kerstmis een officieel feest. De datum werd vastgesteld op 25 december, waardoor bestaande zonnewendefeesten gekerstend werden en omgevormd tot het feest van de geboorte van Jezus Christus. In de vierde eeuw draaide het om de incarnatie, de menswording van God. Het is een gedachte die voor veel mensen vandaag nog maar moeilijk te begrijpen is. Misschien is het het eenvoudigst dit begrip als volgt te vertalen: wie God wil zien, moet kijken naar Jezus.

In de donkerste dagen van het jaar, althans op het noordelijk halfrond, waar het Kerstfeest ontstond, gedenkt de kerk het begin van de geschiedenis van Jezus. Een geschiedenis waarin God zichtbaar werd voor de wereld. Een geboorte is altijd een nieuw begin en dat is waarschijnlijk waarom Kerst uiteindelijk bij veel mensen een diepe snaar raakt. In de donkerte van december begint een nieuw leven, begint een nieuw jaar, ieder jaar weer.

Het bijzondere van het ingrijpen van God in de geschiedenis van mensen, het verhaal van Kerst, is dat in deze geschiedenis niet de grote keizer in Rome centraal staat, maar twee onaanzienlijke mensjes: Jozef en Maria. Het gewone is bijzonder. Gods geschiedenis krijgt vorm in de levens van gewone mensen, in het leven van alledag.

Waarom is de geboorte van Jezus eigenlijk van belang? Is het niet heel gewoon dat hij als een kind ter wereld kwam? Jazeker, dat is het. Het bijzondere is niet dat Jezus geboren werd, maar dat dit kind het leven ging leiden dat hij geleid heeft. Jezus zou uitgroeien tot een leraar, tot een voorbeeld, tot een middelaar tussen God en mens. Door de keuzes die hij maakte, belandde hij uiteindelijk aan het kruis, juist omdat hij trouw bleef aan zijn God van liefde. Alleen had de dood niet het laatste woord: het belangrijkste slotakkoord van Jezus’ leven vieren wij met Pasen, de opstanding. Kerst is van belang omdat hiermee de geschiedenis begint, die uitloopt op Pasen.

Het is zoals de proloog van het evangelie naar Johannes het schrijft: “Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen” (1:5). Door deze woorden is Kerst het feest van het licht. Wie door dat licht geraakt wordt, weet dat het donker niet zal winnen.

Prof. Bert Jan Lietaert Peerbolte, hoogleraar Nieuwe Testament aan de VU Amsterdam

L.J. Lietaert Peerbolte

L.J. Lietaert Peerbolte