De Jonge Honden spreken… Lorenzo Dorigo

De Kloosterkerk kent een levendige gemeenschap met vele leden die zich actief inzetten voor de kerk. Deze groep beperkt zich uiteraard niet tot de trouwe koffieschenkers en diakenen die zo zichtbaar zijn na de dienst; onze gemeente draait dankzij het enthousiasme van een veel grotere hoeveelheid mensen. In ‘De Jonge Honden spreken met…’ interviewen we zichtbare en minder zichtbare leden van de Kloosterkerk. Wegens studiedrukte vanaf nu op minder frequente basis. We sluiten deze reeks af met het “baasje” van onze roedel. Onder het genot van diverse goede drankjes op het terras van De Posthoorn doken we in de kerkelijke wereld van Lorenzo Dorigo.

Wat is uw band met de kerk?

Ik kom uit een oecumenisch georiënteerd katholiek gezin. Bij ons thuis in Arnhem gold de regel; zolang je thuis woont ga je mee naar de kerk. Op zaterdagavond ging ik dan ook altijd braaf naar de jeugdmis, moderne muziek en een combo. Het hele gezin was wel op een of andere manier actief, bijvoorbeeld door mindervaliden van en naar de dienst te brengen.

 

Tijdens mijn studie raakte de kerk buiten beeld. Dat veranderde toen ik mijn vrouw, Petra, leerde kennen. Haar beide ouders zijn predikant, daardoor raakte ik vertrouwd met de protestantse kerk. In Limburg, waar wij ook 12,5 jaar hebben gewoond was de dorpskerk natuurlijk katholiek, maar wel een andere signatuur dan waarmee ik ben opgegroeid. Meer het Rijke Roomse Leven. Wij waren maar zijdelings betrokken.

Hoe is het als katholiek in de Kloosterkerk?

Zeven jaar geleden verhuisden we naar Den Haag. De cantatediensten trokken me naar de Kloosterkerk. In de Amsterdamse Westerkerk waar ik af en toe kom had ik die al eerder bijgewoond. Zo zie je maar dat de oecumenisch houding van mijn ouders kennelijk nog doorwerkt.

Van zo nu en dan een cantatedienst bijwonen kwam ik steeds regelmatiger, ik voel mij er thuis. Het was niet bij mij opgekomen lid te worden tot dat er naar geïnformeerd werd. Mijn katholieke achtergrond bleek geen enkel bezwaar. Gaandeweg raakte ik meer betrokken. Nu werk ik met de redactie mee aan nieuwsbrief en website.

Hoe ziet u de toekomst van de kerk?

De secularisatie is een feit. Ik ben er niet optimistisch of pessimistisch, maar realistisch over. In een tijd waarin wij individualiseren zou wat meer verbondenheid goed zijn. Wel lijkt er een groeiende belangstelling voor spiritualiteit. Zelf ben ik zelf niet zo van dat zweverige. Daar ben ik een tikje te nuchter voor. Naar mijn idee hebben wij oude verbindingen met kerk, politieke partijen of verenigingen los gelaten en mist er iets aan wat er voor in de plaats komt.

Hoe moet de Kloosterkerk omgaan met teruglopend kerkbezoek?

De diensten zijn een vast punt; een uur bezinning doet mij goed. Duiding van de zaken waarmee wij worden geconfronteerd, met inspiratie uit de Bijbel, de actualiteit en literatuur. Ik ben ervan overtuigd dat zulke diensten een positieve bijdrage leveren. Daarnaast heb ik plezier in de contacten, zoals met jullie, De Jonge Honden.

Wij zijn een redelijk grote en zeer actieve gemeente. Als je op de site kijkt of de activiteitengids van de Kloosterkerk leest sta je er versteld van wat er allemaal georganiseerd wordt. Wij gaan de activiteitengids volgend jaar wat upgraden om dat nog beter voor het voetlicht te brengen. De gids verdient, bij wijze van spreken, een plaats op de stapel met de IKEA-gids.

Gelukkig is er van leegloop geen sprake. De wijze van communicatie moet wel blijven aansluiten bij de ontwikkelingen. Niet alleen inhoudelijk maar ook qua media. Met onze site, de Facebookpagina en Twitter doen wij het, denk ik, prima en het is mooi dat wij ook nog altijd een nieuwsbrief printen. Voor De Jonge Honden is e-mail alweer redelijk ouderwets, jullie bereik ik beter via Whatsapp.

Diversiteit dus ook nieuwe vormen die aansluiten en aanspreken. Verstandig omgaan met onze middelen hoort daar ook bij. Zo mogen we wat betreft verhuur van de kerk pragmatisch zijn, zolang die activiteiten redelijker wijze te verenigen zijn met het wezen van de kerk.

Wat is uw favoriete Bijbelpassage?

Dat is nou echt een protestantse vraag. Ik grijp dan toch terug op de lezing bij de inzegening van mijn huwelijk: de analogie van de talenten ( Mattheüs 25:14-30, red.). Naar mijn idee gaat het om aanvaarding van wat je wordt toevertrouwd, en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Dat steunt je bij tegenslagen en geeft voldoening als je goed doet. Nooit een slachtofferrol, maar verantwoordelijkheid nemen en je steentje bijdragen!

Gelijkenis der talenten (Mattheüs 25:14-30)

Het verhaal gaat over een werkgever die naar het buitenland ging en hij vraagt drie van zijn knechten om zijn zaak waar te nemen en zijn geld zo lang te beheren. Aan de eerste knecht geeft hij vijf talenten, aan de tweede geeft hij er twee en aan de derde één. Daarna vertrekt hij en gaan de knechten aan de slag.

Na een lange tijd komt de werkgever terug. Hij roept zijn knechten bij elkaar om te horen wat ze met het geld hebben gedaan dat hij hun heeft gegeven. De eerste heeft het geld geïnvesteerd en van zijn vijf talenten er tien gemaakt. De werkgever prijst en beloont de knecht. De tweede heeft eveneens het geld geïnvesteerd en van zijn twee talenten er vier gemaakt. De werkgever prijst en beloont hem eveneens. De derde heeft zijn geld begraven, omdat hij bang was dat hij het anders kwijt zou raken en hiervoor gestraft zou worden. Hij graaft de munt direct op en geeft het terug. De werkgever zegt hem dat hij een slechte, luie knecht is. Vervolgens geeft hij zijn deel aan degene die al tien talenten heeft.