De Kloosterkerk kent een levendige gemeenschap met vele leden die zich actief inzetten voor de kerk. Deze groep beperkt zich uiteraard niet tot de trouwe koffieschenkers en diakenen die zo zichtbaar zijn na de dienst; onze gemeente draait dankzij het enthousiasme van een veel grotere hoeveelheid mensen.

In ‘De Jonge Honden spreken met…’ interviewen we zichtbare en minder zichtbare leden van de Kloosterkerk. Deze keer spraken we op het terras van De Posthoorn met Thera Roosenbrand, jeugdpastor van de Kloosterkerk.

Sinds 2011 ben je actief bij de Kloosterkerk. Hoe zag je tijd ervoor eruit?
Ik ben geboren in Putten, een gemeente die midden in de bijbelgordel ligt. Mijn familie en ik gingen naar een nette gereformeerdebonds-kerk. Mijn vader was docent, mijn moeder werkte in de psychiatrie. Ik groeide op met één jonger broertje. Je kon ons gezin typeren als een typisch bevindelijk gereformeerde: zondag mochten we niet buiten de tuin komen. Ik ging naar een christelijke school, waar het onderscheid tussen christenen en heidenen zeer sterk werd opgelegd. Ook ik ging hier in mee en leefde in een eigen wereld.

Het ideaal onder bevindelijk gereformeerden was, en is nog altijd om te trouwen binnen de eigen commune. Een huwelijkspartner vind je bij voorkeur bij de bijeenkomsten van de JoVo’s, jongvolwassenen binnen de kerk. Ik ben me op die leeftijd juist meer gaan interesseren in de wereld buiten de kerk en ging op onderzoek naar wat er nog meer was. Ik kwam onder andere in aanraking met de Baptisten en de Pinksterbeweging en leefde zeer afgezonderd in een studentenhuis in Ermelo. Ik had mijn CD’s weggegooid en de radio en televisie weggedaan. Vanzelfsprekend vonden mijn huisgenoten me vreemd. Ook besloot ik een half jaar naar het buitenland te gaan. Ik wilde mensen helpen uit religieus motief, en ging in 2002 naar Zuid-Afrika via Jeugd met een Opdracht. Daar ben ik enorm teleurgesteld geraakt in christenen en de kerk.

In Kaapstad leefde ik in een compound binnen een krottenwijk, waar kinderen werden opgevangen met HIV. Ik heb er mooie dingen meegemaakt. Ik vond het bijvoorbeeld prachtig om te zien hoe blanken, kleurlingen en zwarten relatief kort na de val van de Apartheid zo vredig samen konden leven. Toch ben ik daar enorm gedesillusioneerd geraakt.

De gemeenschap in de compound bestond uit christenen die uit alle delen van de wereld kwamen. Veel van hen waren echter alleen maar bezig met zichzelf. Ze gingen naar de diensten van de voorganger, maar leefden verder midden in de township alsof het een resort was. Ze waren helemaal niet bezig met de mensen om hen heen die vaak in erbarmelijke omstandigheden leefden.

Bij de diensten die werden gegeven werden ‘genezingssessies’ gegeven. Ik kwam daar echter tot het besef dat mensen helemaal niet beter werden na hun ‘genezing’. Verschillende mensen die beweerden ‘in de Geest gevallen’ te zijn, en de meest pure spirituele ervaring hadden meegemaakt, gingen gewoon vreemd en hielden zich dus niet aan Gods Woord. Ik begreep niet hoe dat mogelijk kon zijn.

Teleurgesteld teruggekeerd maar met een hart dat zich juist wilde gaan inzetten voor kinderen in Nederland, heb ik de opleiding kerkelijk jeugdwerk gevolgd in Zeist. Ik ben er in die periode achter gekomen hoe erg ik ook zelf in mijn eigen cocon was beland. Daar ben ik ondertussen helemaal uit! Ik ben getrouwd, toevallig met de zoon van een predikant, en heb drie jonge kinderen.

Waar zet je je voor in bij de Kloosterkerk?
Sinds 2011 ben ik actief als jeugdwerker bij de Kloosterkerk. Drie jaar daarvoor ben ik in Den Haag gaan wonen. Tegenwoordig woon ik echter in Zwolle, dat is een reden waarom ik mijn kinderen slechts zelden mee kan nemen naar de kinderdiensten. Ik bereid de kinderdiensten voor en coördineer de diverse andere activiteiten voor de jeugd in de Kloosterkerk. Bij die diensten ben ik ongeveer om de week aanwezig. Die diensten zelf zijn sinds ik hier actief ben enorm veranderd.

Waar de Kloosterkerk eerst gebruik maakte van de methodiek ‘Kind op Zondag’ zijn we nu overgestapt op Godly Play. Die eerste methode voorzag de diensten van een gedeelte uit de bijbel met een daarbij horend knutselwerkje en eventueel een spiegelverhaal. Drie jaar geleden stapten we dus over naar Godly Play. De kerk kwam via STEK in aanraking met deze Amerikaanse methode en we zijn er als eerste kerk in Nederland mee aan de slag gegaan. Anders dan bij Kind op Zondag, waar het toch vooral draait om een kind vullen met informatie, zoekt Godly Play meer het raakvlak tussen de kinderen en het verhaal in de Bijbel.

Godly Play is gestoeld op het Montessorionderwijs, en geeft kinderen de vrijheid zelf hun spiritualiteit en band met God te ontwikkelen. Een volledige Godly Play-sessie bestaat uit vier onderdelen. We beginnen altijd met een Bijbelverhaal. Hierop volgt een ‘verwonderingsgesprek’, tijdens dit onderdeel ga ik in gesprek met de kinderen en help ze denken over wat het verhaal voor hén kan betekenen. Vroeger werden kinderen slechts gedoceerd en was er weinig plaats voor een eigen interpretatie. Na het gesprek is het tijd om zelf aan de slag te gaan tijdens de ‘verwerking’. De kinderen knutselen dan bijvoorbeeld iets of bedenken een toneelstukje in de thema van het verhaal. We sluiten af met een laatste gesprek of een lied.

De Godly Play-sessies duren echter lang, vaak minstens een uur. Dit terwijl de kinderdiensten korter zijn. Helaas komen we hierom vaak alleen toe aan de eerste twee onderdelen van Godly Play. Het begint zich echter steeds meer uit te kristalliseren en Godly Play wordt steeds passender voor de Kloosterkerk. Het is fijn dat de Kloosterkerk zo’n open kerk is, waar veel ruimte voor experimenten wordt vrijgemaakt.

Godly Play is een mooi succes geworden en is in steeds meer kerken en basisscholen in gebruik. Ik wil me graag met hart en ziel inzetten voor de kinderen in de kerk en ze het gevoel geven volledig onderdeel te zijn van de kerkgemeenschap. Dat is vroeger wel anders geweest. Als ik terug denk aan mijn jeugd in de kerk, herinner ik vooral verveling. In mijn kerk bestond het begrip kinderdienst niet. Ik telde de hoedjes en de pijpen van het orgel; alles om bij wijze van spreken niet in slaap te vallen! Ik heb geleerd geduldig en stil te zijn, meer niet.

Hoe zie je de toekomst van de Kloosterkerk, en met name de jeugd in de Kloosterkerk voor je?
De afgelopen jaren is al veel verbeterd. Niet alleen in de Kloosterkerk, maar door heel Nederland. Waar kinderdiensten eerst enkel bestonden om kinderen te onderwijzen, is dat later veranderd naar kinderen entertainen om ze bij de kerk betrokken te houden. Nu groeit er langzaam maar zeker weer een verschuiving en willen we kinderen een stem geven in de kerk en laten groeien in hun eigen spiritualiteit. Godly Play-sessies zijn niet alleen maar leuk, maar bevatten ook een boodschap. Kinderen leren zichzelf en God beter kennen tijdens de kinderdiensten van nu.
We moeten echt af van het ‘schattigheidsgehalte’ van kinderen in de kerk. Kinderen werden te veel gebruikt als leukigheidje voor de volwassenen. Dat leek vooral zo te zijn om volwassenen te laten zien dat er kinderen waren, en niet omdat het fijn zou zijn voor de kinderen. Kinderen moeten serieus genomen worden en zouden meer rollen mogen krijgen tijdens de diensten. Dan denk ik dat ze met meer plezier naar de kerk zullen gaan.

De Nederlander is veranderd, meer een individu geworden. De zoektocht naar spiritualiteit is echter nooit verdwenen, veel mensen zijn zelfs onbewust erg spiritueel, maar noemen zich stellig ‘atheïst’. Voor de Kloosterkerk ziet de toekomst er veel rooskleuriger uit dan voor een hoop andere kerken. We hebben veel dopelingen en een relatief grote jeugdkapel. Toch moeten we de kerk goed kunnen blijven onderhouden en hebben daar geld voor nodig. Als alternatieve inkomstenbronnen voor de Kloosterkerk zie ik inspirerende feesten, maar ook kleine concerten voor mogelijk. Wat ik zélf in de toekomst nog zou willen doen is een eigen Godly Play-ruimte openen in Zwolle, waar ik ook in het noorden van Nederland Godly Play kan helpen bloeien!

Onze klassieke afsluiting: wat is je favoriete Bijbelcitaat?
Een tekst die ik op dit moment erg mooi vind, is die over de ontmoeting tussen Mozes en God. Het is een inspirerende tekst, omdat je het makkelijk kunt kaderen in je eigen perceptie.

Exodus 3
13 Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 14 Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”’ 15 Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.’ (NBV)