De Kloosterkerk kent een levendige gemeenschap met vele leden die zich actief inzetten voor de kerk. Deze groep beperkt zich uiteraard niet tot de trouwe koffieschenkers en diakenen die zo zichtbaar zijn na de dienst; onze gemeente draait dankzij het enthousiasme van een veel grotere hoeveelheid mensen. In ‘De Jonge Honden spreken met…’ interviewen we zichtbare en minder zichtbare leden van de Kloosterkerk. Deze keer spraken we met Pieter Lootsma, voormalig predikant van onze kerk.

Wat is uw band met het geloof?

Mijn vader studeerde in Delft en ik werd meteen na zijn afstuderen in Den Haag geboren. Twee maanden na mijn geboorte verhuisden we naar Friesland, waar hij werk had gevonden. Wij waren thuis niet kerkelijk. Ik groeide op in Friesland en later in Drenthe. Wij hadden thuis een aantal paarden waardoor ik veel buiten was. Ik heb mij altijd sterk met de natuur verbonden gevoeld. Die verbondenheid inspireerde mij en riep religieuze gevoelens in mij op die mij ertoe aanzetten om theologie te gaan studeren.

Het werd Utrecht en ik werd lid van het Studentencorps. Ik woonde met twaalf andere jongens in een studentenhuis en was veel te vinden op Sociëteit. Al snel bleek de motivatie voor de studie theologie bijna letterlijk te verdrinken in het bier. Na een jaar Senaat (bestuur) van mijn studentenvereniging, besefte ik dat ik tijd nodig had om op zoek te gaan naar mezelf. Ik ben toen gaan reizen en werken in Azië. Daar ging ik langzaam maar zeker weer begrijpen waarom ik indertijd met theologie begonnen was.

Hoe bent u predikant geworden?

Terug in Nederland ging ik in Amsterdam wonen en studeren. Nico ter Linden, die ik uit Utrecht kende, nodigde mij uit om actief te worden in de Westerkerk. De Westerkerk legde zich in die tijd toe op het zogenaamde. ‘professionele pastoraat’ en stichtte het Pastoraal Centrum Westerkerk. Na een aantal jaren predikant in Friesland te zijn geweest, werd ik coördinator van dat Centrum.

Vanuit Friesland studeerde ik Godsdienstpsychologie in Nijmegen. Ook deed ik een aantal opleidingen pastorale gespreksvoering en pastorale therapie. Totdat ik in 2000 naar de Kloosterkerk kwam, was dit het veld waarin ik werkte. Ik combineerde mijn werk in het Pastoraal Centrum met een baan als geestelijk verzorgen in de Bijlmerbajes.

Waar staat u binnen de kerk?

Ik voel me thuis in de vrijzinnige hoek. Hoewel ik de oecumene een warm hart toedraag, heb ik niet het geduld mij daar bestuurlijk voor in te zetten. Ik vraag mij bovendien af, of wat de christelijke traditie ons te bieden heeft, niet veel meer buiten de geïnstitutionaliseerde kerken gestalte zou moeten krijgen. Na een kleine dertig jaar binnen de kerk werkzaam te zijn geweest, ben ik er zonder meer mee vergroeid geraakt en van gaan houden. Met name de Kloosterkerk is een wezenlijk onderdeel van mijn leven geworden. Maar na daar acht jaar predikant te zijn geweest, werd het tijd voor iets anders. Ik wilde mijn horizon verbreden.

Op dit moment leid ik op tal van plaatsen in het land gespreksgroepen rond onderwerpen als spiritualiteit, zingeving, ethiek en (moderne) kunst. Daarnaast werk ik twee dagen per week in de Bilthovense Woudkapel. Deze is in de jaren ‘20 van de vorige eeuw opgericht uit onvrede met toenmalige kerkelijke structuren. De leden oriënteren zich op natuurlijk het christendom maar daarnaast ook op andere tradities zoals oosterse godsdiensten. Ik leer daar veel en realiseer mij soms dat ik intussen uit het harnas van de kerk ben gebarsten.

Hoe ziet u de toekomst van de kerk?

Ik ben bang dat de traditionele wijkgemeenten het niet gaan redden. Je ziet het op Scheveningen, waar ik nu woon, waar op een paar orthodoxe gemeenten na bijna geen kerken meer open zijn. Dat is heel verdrietig voor de vaak oudere mensen die andere tijden hebben gekend. Dat het organiseren van lezingen en wat dies meer zij de loop er weer in zal brengen, geloof ik niet. Het hart is en blijft de eredienst en als die geen mensen trekt, is het einde nabij. Het lijkt mij ook niet eenvoudig een gebouw open te houden door verhuur. Ik denk dat dat alleen terughoudend kan gebeuren om het gewijde karakter van het gebouw niet aan te tasten.

In mijn fantasie blijven de Middeleeuwse kerken in het centrum van de steden ook in de toekomst open. Ik zou daar in elk geval op in willen zetten. In die kerken zouden kwalitatief hoogstaande diensten moeten worden gehouden met een sterk accent op kunst en muziek. In de wijken zou ruimte zijn voor pastorale- en diaconale centra die gelieerd zijn aan bij voorbeeld voedselbanken en rechtswinkels. Vanuit die centra zouden op zondagochtend bussen kunnen rijden naar de kerken in het centrum.

Wat is uw favoriete Bijbeltekst?

Dat is een verdraaid lastige vraag. Ik heb gisteren iemand begraven met een tekst die rijmt met mijn verlangen naar ontvankelijkheid en leven in harmonie met de natuur. Mattheus 6:25-34:

25 Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?26 Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?

27 Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? 28 En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

29 En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.

30 Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen? 31 Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? 32 Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.34 Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.