Al bijna vijftig jaar vangt elke kerkdienst er mee aan. We hebben het natuurlijk over niets minder dan het prachtige Deense orgel van de Kloosterkerk. Wie gaat er schuil achter de blaaspijpen en toetsen van dit bombastische instrument? De Jonge Honden interviewen deze maand Geerten van de Wetering. Hij is vaste organist van de Kloosterkerk en is daarnaast dirigent van een kamerkoor. In dit interview gaan wij in op zijn beroepskeuze, zijn band met de kerk en zijn visie op de toekomst van de Kloosterkerk.

Waar komt uw passie voor het orgel vandaan?

Ik ben geboren als domineeszoon in Friesland en daarna opgegroeid in Overijssel. Mijn vijf broers, zusje en ik werden door onze ouders gestimuleerd een instrument te leren spelen. Mijn keuze viel al snel op het orgel. Tijdens mijn middelbareschooltijd begon ik steeds serieuzer te oefenen en raadde een docent mij aan, te gaan studeren aan het Conservatorium. Ik koos voor Den Haag en daarnaast besloot ik voor de verbreding een tweede studie te doen, politicologie in Leiden. Van mijn keuze voor een academische opleiding heb ik nooit spijt gehad, al zou ik niet weten of ik opnieuw voor politicologie zou kiezen.
Vrij snel na mijn afstuderen kwam de Kloosterkerk in beeld:  naar aanleiding van een vacature stuurde ik mijn sollicitatiebrief in. Inmiddels heb ik het niet alleen druk als organist, maar ook met het dirigeren van koren. September was bijvoorbeeld een drukke maand met tien optredens! De Kloosterkerk biedt ook veel ruimte om zelf te ondernemen. Zo heb ik hier concerten gegeven met orgel en dans, met uitvoering van het complete orgelwerk van Paul Hindemith, en op dit moment met uitvoering van het complete werk van Anthon van der Horst, inclusief muziek voor orgel en orkest.

Volgens Kees Versteegh krijgen domineeskinderen mee dat ze een verhaal willen vertellen. Vandaar dat er veel komedianten voortkomen uit domineesgezinnen. Kun jij je hier in vinden?

Het zijn van domineeszoon heeft zeker iets bijzonders, maar ik weet niet of ik me daar helemaal in kan vinden. Een van mijn broers doet aan zang, maar twee anderen hebben  een kantoorbaan. Als kind groei je op in het werk van je vader, maar welke invloed dat precies op je heeft? Freek de Jonge distantieert zich bijvoorbeeld juist van zijn domineesfamilie, dat geldt voor meer BN’ers. Misschien staan domineeskinderen wat meer in de samenleving, zijn ze maatschappelijk betrokken. Organisten kunnen nogal eens solistische mensen zijn, maar ik hou ook van samenwerken. Zo zie je dat het niet per se te maken heeft met achtergrond, kan ook in je karakter zitten.

Wat is uw favoriete muziek?

Natuurlijk kun je niet om bekende namen zoals Bach en Mahler heen, maar waar ik erg geïnteresseerd in ben is 20e-eeuwse muziek. Tegenwoordig wordt overigens nog steeds gecomponeerd, al merk je dat het voor veel componisten moeilijk is om na de 20e eeuw met goede, vernieuwende muziek te komen.
Men vraagt mij wel eens na een kerkdienst om een bepaalde improvisatie uit te schrijven. Maar componeren kost veel tijd, en het is tot nu toe bij enkele kleine werken gebleven. Maar wie weet komt het er nog eens van.

Wat verwacht u van de toekomst van de Kloosterkerk?

Qua stijl is de Kloosterkerk klassiek. Hier is niks mis mee, sterker nog: het past bij de Kloosterkerk. De Kloosterkerk is toch een beetje een kerk van ‘high culture’. Sommige kerken hebben de neiging mee te gaan in de popwereld. Kerkmuziek wordt dan popmuziek met een religieus randje. Op popmuziek kun je niet participeren als gemeente, je kijkt dan alleen naar het optreden. Een voorbeeld hiervan is The Passion, een schouwspel dat veel mensen op de been weet te brengen, maar uiteindelijk toch vooral een commerciële stunt is.  Het is een uitdaging om als kerk actueel te blijven en toch je eigen karakter te bewaren.
Echter moeten niet alleen volwassenen naar de kerk blijven komen, maar is het ook onze taak om de jeugd in de dienst terug te zien. Als kerkmusici zie ik hier ook een rol voor ons weggelegd.
Eens per jaar organiseren we een kleine excursie naar het orgel. Het is dan voor kinderen altijd even fascinerend om de kastjes van het orgel open te trekken en de techniek achter dit instrument te kunnen aanschouwen. Verder houden ook kinderen zich tijdens de maand van de kerkmuziek bezig met onze muziek.

Wat is uw favoriete Bijbelpassage?

Zelf heb ik niet één favoriet. Net als bij muziek is het zo dat de componist met wie je bezig bent op dat moment je favoriet is. Als ik op een zondag in de kerk een bepaalde tekst hoor, dan kan deze mij inspireren. Wat ik een mooi beeld en tevens een mooi lied, vind is Gezang 12: I Koningen 19. Dit verhaal gaat over Eliah die God ontmoet. Eerst komt Hij in een windvlaag, vervolgens in vuur, daarna als aardbeving en ten slotte als zachte bries. God blijkt in de in laatste aanwezig te zijn, in de stilte dus. Daarom is het ook zo mooi dat de dienst altijd met stilte begint. Tegenwoordig leven we in een impulsmaatschappij. De momenten van stilte moeten we dus des te meer koesteren.