Tijdens onze wandelvakantie op Rhodos lazen wij, mijn echtgenoot Han van den Broek en ondergetekende, dagelijks één hoofdstuk uit het boek ‘Filosofen op de kansel’ van ds. Margreet Klokke en ds. Rienk Lanooy. ’s Avonds bij het diner spraken wij dan over het ‘hoofdstuk van de dag’. Vorig jaar hadden we ook al eens zoiets gedaan tijdens onze wandelvakantie op Kreta met het boekje van Buber ‘De weg van de mens’, en dat was ons goed bevallen. Ook dit jaar inspireerden de teksten ons tot gesprekken, die soms ver afdwaalden van wat we hadden gelezen.

Hier wil ik het over één voor mij opvallend punt hebben, namelijk dat alle preken ongeveer dezelfde boodschap hadden. Natuurlijk werkten de ideeën van de filosoof in kwestie wel door, maar in essentie werd de mens steeds opgeroepen zin te geven aan zijn of haar leven (Augustinus, Kierkegaard, Sartre) en zich te ontwikkelen met het oog op de veranderende wereld (Socrates, Descartes, Nietzsche, Arendt). De tweede boodschap was dat de mens in gesprek moet gaan met zijn medemens (Plato, Schopenhauer, Arendt) in een ‘wereld van verschil’ (Plato, Schopenhauer, Arendt).

Maar misschien is het helemaal niet zo verbazend dat die preken zo eensluidend zijn. We mogen ze immers beschouwen als een poging van ónze predikanten om in discussie te gaan met filosofen. De ene discussiepartner mag dan wel van een steeds wisselend pluimage zijn, de andere partner spreekt vanuit één visie, de christelijke visie die het DNA vormt van onze Kloosterkerk. Het zou er allemaal misschien anders hebben uitgezien, als de filosofen nog een weerwoord had kunnen worden gegund.

De negen preken hebben mij vooral doen nadenken over het gebod ‘Heb u naaste lief als uzelf’. Dit gebod betekent in de eerste plaats ook van jezelf houden, dat een leerproces op zich is. Van jezelf houden moet op een bepaalde manier, namelijk op een manier dat er ruimte blijft om anderen net zo lief te hebben. Dit vraagt evenwichtskunst, een voortdurend zoeken naar balans. Daarvoor is de ander nodig. Daarvoor is met name het echte gesprek met de ander nodig: elkaar bevragen, naar elkaar luisteren, confrontaties willen ontvangen en analyseren en relativeren. Ik denk dan aan de preek van ds. Pieter Lootsma in het laatste hoofdstuk en parafraseer graag zijn conclusie: God is nabij in dat gesprek; God is dat spreken. Wij zeggen altijd zo automatisch: God is liefde. Misschien moeten we vaker zeggen: God is het gesprek tussen mensen.

Hoe doe je dat? Wel, wij kochten een boekje in tweevoud. Wij lazen samen een paar bladzijden en kwamen daardoor in gesprek. En wij voelden God nabij. Zo simpel is het.

Emilie Schreuder, redactiecommissie Kloosterkerk