Maandelijks interviewen de Jonge Honden bekende en minder bekende gezichten binnen de Kloosterkerk. Deze maand spraken wij in het café van Diligentia met een heel bekend gezicht, Wim Deetman. Deetman was onder andere minister van Onderwijs, voorzitter van de Tweede Kamer en burgemeester van Den Haag. Ook deed hij onderzoek naar het seksueel misbruik binnen de Rooms-katholieke kerk en was hij tot voor kort lid van de Raad van State. Bovenal is Wim Deetman natuurlijk voorzitter van het algemeen bestuur van onze Kloosterkerk.

vraag 1; Wat is uw band en verleden met de (Klooster)kerk?

Ik kom uit een Nederlands Hervormd nest. In mijn jeugd bezochten we de Julianakerk in Transvaal, Den Haag. Helaas is deze kerk onttrokken als kerkgebouw. Het gebouw werd eigendom van de Stichting Stadsbestel. De formule is nu dat verschillende groepen daar activiteiten konden ontplooien. Ze proberen recht te doen aan de wensen van de wijk en het karakter van het gebouw. Het gebouw wordt multifunctioneel gebruikt; activiteiten van levensbeschouwelijke aard tot aan het bespreken van buurtproblemen.

Ik studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit en ontplooide activiteiten in de CHJO, de jongerenorganisatie van de CHU die inmiddels is opgegaan in het CDA. Na mijn studie ging ik mijn boterham verdienen bij de Besturenraad Protestants-Christelijke Onderwijs (VBPCO). Ook kwam ik in de middelgrote gecombineerde fractie van ARP en CHU in de gemeenteraad van Gouda. In die tijd was ik kerkelijk actief als ouderling kerkvoogd van de hervormde gemeente Gouda. Terug in Den Haag als burgemeester behoorde mijn vrouw en ik tot de Nederlands Hervormde gemeente Scheveningen, waar we ook ter kerke gingen. Daarnaast sloten we ons aan bij de Kloosterkerk.

vraag 2; Hoe kwam religie terug in uw loopbaan?

Soms wordt een principieel geluid verwacht. Dan word je geconfronteerd met de noodzaak om beslissingen te nemen waar normen en waarden van het evangelie in het geding zijn. In de jaren ‘70 hebben met de VBPCO moeten knokken voor de principes van het christelijk onderwijs. In de Goudse gemeenteraad namen we ook af en toe principiële stellingen in. Als burgemeester van Den Haag heb ik meer dan eens gezegd: dit gebeurt dus zo niet!

Een voorbeeld is de positie van illegalen in Den Haag. Zo’n kwestie moet opgelost worden, daar neem je verantwoordelijkheid en dat hoeft niet in de krant. Op dit moment word ik zelf ook met de vluchtelingenproblematiek geconfronteerd. Als voorzitter van het interkerkelijke samenwerkingsverband CIO heb ik landelijk overleg met het COA. Het eerste wat je doet als mensen aankloppen bij de kerk is hen helpen! Morgen gaan we wel kijken of mensen hier langere tijd mogen blijven. Het Rijk kan ze niet buiten de deur houden, gemeenten worden ermee geconfronteerd.

vraag 3; Hoe ziet u de Kloosterkerk anno 2015?

De Kloosterkerk is een kerkelijke gemeente, met een protestantse signatuur. We volgen de kerkorde. Aan de andere kant zijn de tijden veranderd. Er zijn meer hogeropgeleiden, verschillende opvattingen. We komen er niet door elkaar vliegen af te vangen. Het scherp opdelen naar signatuur zoals vroeger is niet de goede route. Het samen kerk zijn lukt hier in de Kloosterkerk. Dat heeft toekomst. Respectvol met elkaar omgaan, elkaar en twijfel de ruimte geven, maar absoluut niet zwijgen.

Verschillen moet je niet cultiveren, het eigene van onze kerk zit in haar open karakter. Zo hebben we een groot aantal katholieken binnen onze gemeente. Voor katholieken zit de meerwaarde van de Kloosterkerk daar waar men het oneens is met de lijn van Rome. Daarnaast is de openheid binnen onze kerk interessant voor veel katholieken. We benaderen ze met; ‘hartelijk welkom, mooi dat u de kerk niet hebt verlaten!’ Niet met; ‘mooi dat u de RKK hebt verlaten!’

vraag 4; Hoe ziet u de toekomst van de (Klooster)kerk?

De Kloosterkerk is de enige grote protestantse kerk in het centrum van Den Haag waar op zondagmorgen de klokken luiden. Daar komt een levendige gemeente bijeen met twee predikanten die elkaar goed aanvullen. Dat is in deze tijd geen vanzelfsprekendheid. Veel kerken sluiten. Een pijnlijk proces dat ik ook van dichtbij heb meegemaakt. Ondanks alle zorgwekkende ontwikkelingen is er voor onze kerk dus geen aanleiding tot pessimisme.

Aan de andere kant is het geen vetpot. Dan krijgen we de begroting wel rond, dan weer niet. We moeten ons echter wel voor blijven houden dat de kerk geen overheid of bedrijf is. De kerk is des Heren, daar mogen we ook op vertrouwen. Doe wat je moet doen; verkondig het Evangelie en verricht met de diaconale arbeid de dienst aan de naasten en de wereld. Mijn stelling is: laten we dit volhouden. Tot nu toe werden problemen altijd opgelost.

De toekomst van de kerk zit in kerkleden als vrijwilligers die van alles en nog wat ondernemen. Meer accent op plaatselijke gemeenten, onder het motto van openheid en vrijheid. Belangrijk voor de toekomst van de kerk is om de deuren open te zetten en de buurt in te gaan. Ook nu weer met de vluchtelingencrisis zie je het; het gebeurt in de samenleving, niet op het Binnenhof!

Als de oproep is; ‘ja we kunnen we van alles en nog wat met het gebouw doen’, dan zeg ik; ja, maar het is wel een kerk. Iedereen weet wat de Kloosterkerk is, waar ze voor staat, je moet altijd oppassen met voor uitholling van je imago. Ook moet je het zo inpassen dat doordeweekse kerkelijke activiteiten er niet door gehinderd worden. Colleges van de Universiteit Leiden vonden wij passend, helaas is dat niet doorgegaan. Feesten in de kerk? No way

vraag 5; Wat is uw rol in en wat zijn uw ambities voor 2016?

Toen ik gevraagd werd om het voorzitterschap op te nemen was de eerste vraag die in me omging; ‘kan dat wel als oud-burgemeester?’ Ik ga niet naar het stadhuis om dingen te regelen voor de kerk. Tot nu toe is dat allemaal goed verlopen. Ik zie het als kerntaak van de voorzitter om de boel bij elkaar te houden. Belangrijk hierbij is de ruimte geven aan vrijwilligers en aan verscheidenheid.

Mooiste wat de afgelopen tijd is gebeurd is dat we erin geslaagd zijn om activiteiten gaande te houden en uit te breiden. Mooi ook om te zien hoe mensen de weg weer vinden naar de kerk, jong en oud. Wat dat betreft blijven belijdenis en doop toch bijzonder. Mooie momenten zijn er dus ook als er geen grote gebeurtenissen zijn in het leven. Zo word ik blij van het grote aantal kinderen dat naar de kindernevendienst gaat. Op hoogtedagen heb ik soms wel zestig kinderen geteld.

Ik weet niet of moet zeggen dat de kerk het moet hebben van het spectaculaire optreden. De ambitie voor volgend jaar is het doorzetten van onze koers. Doen wat je kan doen, dingen bedenken. We zorgen dat de kerk voluit blijft bloeien, zoeken de breedte, houden mensen bij elkaar. Ook is het belangrijk dat we bij de hoofdlijnen blijven van wat de kerk moet doen.

vraag 6; Wat is uw favoriete Bijbelpassage?

Eén van mijn favoriete hoofdstukken uit de Bijbel is hoofdstuk negentien van I Koningen. In dit hoofdstuk verweert de profeet Elia, een van de grote profeten, zich tegen Achab, koning van het Tienstammenrijk. Nadat hij alles met succes heeft gedaan wat God hem heeft bevolen moet hij op de vlucht voor Achab. Aangekomen in de woestijn smeekt hij: ‘Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders’. God antwoordt hierop dat nog genoeg mensen Hem trouw dienen in Israël, en moedigt Elia aan door te zetten.

Terwijl wij als mens vaak denken: ‘het is allemaal niets meer’, spelen er in het leven op de achtergrond allerlei dingen waar wij geen weet van hebben. Ik vind dat heel erg bijzonder. Deze tekst maakt voor mij wederom duidelijk dat je altijd door moet blijven gaan. Er is altijd perspectief en als je blijft doen waar je mee bezig bent komt het goed. Dit is de context waarin we als kerk moeten werken. We mogen over het algemeen een stuk optimistischer zijn, ook over de toekomst van de Kerk.