De Kloosterkerk kent een levendige gemeenschap met vele leden die zich actief inzetten voor de kerk. Deze groep beperkt zich uiteraard niet tot de trouwe koffieschenkers en diakenen die zo zichtbaar zijn na de dienst; onze gemeente draait dankzij het enthousiasme van een veel grotere hoeveelheid mensen. In ‘De Jonge Honden spreken met…’ interviewen we zichtbare en minder zichtbare leden van de Kloosterkerk. Deze keer spraken we met Irwan Prasetio.

Je bent de eerste ‘Kloosterkerker’ van buitenlandse komaf die we interviewen. Hoe was je jeugd en hoe ben je in Den Haag beland?

Ik ben geboren op Oost-Java in Malang en heb een Chinese achtergrond. De Chinezen vormen op veel plaatsen in Indonesië de middenklasse. Mijn ouders wonen op Midden-Java, in een relatief kleine stad. Mijn vader was opgeleid als arts, maar zijn carrière verliep ronduit bijzonder: hij leidde gedurende zijn leven een groot busbedrijf. Een mooie bijkomstigheid was dat zijn personeel zich nooit zomaar ziek kon melden. Als er écht iets speelde schroomde mijn vader echter nooit zijn werknemers of hun familieleden te helpen. Mijn vader was een bijzondere man, die ondanks het feit dat hij niet kerkelijk was zeer zuiver leefde. Hij had in het dorp veel aanzien.

Mijn moeder is protestants. Ik werd als kind niet gedoopt omdat mijn ouders vonden dat het op latere leeftijd aan mijzelf moest zijn om een keuze te maken. Uiteindelijk is mijn zus met een katholieke man getrouwd en zo katholiek geworden. Mijn broer is net als ik protestants. Wel ging ik naar een katholieke middelbare school en deed daar mee aan kerkelijke activiteiten. Katholieke scholen, geleid door Europeanen, waren en zijn verreweg het best in Indonesië. Na het behalen van mijn middelbare schooldiploma ging ik naar Nederland om te studeren. Ik werd aangenomen aan de Technische Universiteit Delft en studeerde daar bouwkunde.

Om het staatsburgerschap te verwerven, moest ik aan drie voorwaarden voldoen: een huis vinden, een sponsor vinden en zo snel mogelijk werk vinden. Alle drie de punten lukten. Wel moest ik na het behalen van mijn kandidaats een andere opleiding volgen om direct aan het werk te kunnen bij de gemeente Den Haag. Hierom stapte ik over naar informatica op de Haagse Hogeschool.

Inmiddels ben ik gepensioneerd en zou niet terug naar Indonesië willen. Mijn geboorteplaats en het dorp waar mijn moeder nog woont vergrijst snel en in heel de regio zijn weinig culturele voorzieningen te vinden. Verhuizen naar Amsterdam is wel nog in mij opgekomen, omdat de stad Amsterdam op cultureel gebied veel meer te bieden heeft. Het vinden van een huis is daar echter veel moeilijker. Den Haag is een ideale middelgrote stad.

Waarom koos je voor de (Klooster)kerk?

In Indonesië is de overgrote meerderheid van het land mohammedaan. Zo ook op Java. Binnenshuis mag je zeggen wat je wilt, maar zodra je de deur uitstapt moet je wel op je woorden letten. Hoewel ik in 1991 aangesloten was bij de Bethelkerk en de Kloosterkerk bezocht, ben ik gedoopt in de Salvatorkerk in Den Haag door Margreet Klokke. Ik kende haar via een collega van mijn vriend, die ook ouderling was in de kerk, waardoor de stap minder groot leek. Het heeft lang geduurd voordat ik de keuze maakte om gedoopt te worden. Ik had het gevoel dat je daarvoor aan bepaalde eisen moest voldoen. Want moet je dan ook niet wekelijks aanwezig zijn in de kerk? En is een halve waarheid dan niet uit den boze? Mijn vriend is uiteindelijk degene geweest die mij heeft overtuigd deze stap te zetten.

In Den Haag ging ik al snel op zoek naar een centraler gelegen kerk, omdat ik nog niet echt een vaste woonplek had. Een oude kerk was voor mij een vereiste. Deze twee punten brachten mij bij de Kloosterkerk, die trouwens ook af en toe giften overmaakt naar kerken in Indonesië.

Wat is jouw rol binnen Kloosterkerk? 

Tijdens mijn studietijd leerde ik mijn vriend kennen, die Duits studeerde en later journalist werd. We hadden een opvallende overeenkomst: ook zijn moeder was protestant, terwijl zijn vader seculier was. Anders dan ik, was hij erg goed in talen en hield hij erg van opera, liederen en concerten, ik van ballet. Het was mijn vriend die mij in de jaren tachtig naar de kerk kreeg en ik nam hem op mijn beurt mee naar de Kloosterkerk.

Het jaar 1992 was een keerpunt in mijn leven: tijdens een vakantie in Indonesië was een auto, gereden door een chauffeur, betrokken bij een ongeluk. De inzittenden waren ook mijn beide ouders, mijn broer, schoonzuster, mijn vriend en ikzelf. Twee van mijn grootste dierbaren, mijn vader en mijn vriend, kwamen om. Ik raakte gewond. Het heeft vijf jaar geduurd voordat ik dit heb kunnen accepteren. Wekelijks bezoek ik nog zijn graf. Hoewel het inmiddels drieëntwintig jaar geleden is gebeurd, voelt het als drieëntwintig maanden.

Een paar jaar later werd ik actief bij de Kloosterkerk. Mevrouw Van Engelen, een oud-ouderling, had mij na de verschrikkelijke gebeurtenis hier heel erg goed opgevangen. Ik ging nu koffie schenken, helpen bij openbare verkopingen en ben lid van de Commissie van Ontvangst, ook via haar.

Welke rollen ik verder vervul binnen de kerk? Vanaf begin 2004 o.v.v. Ivar Bakker, toenmalig voorzitter van de Commissie van Ontvangst, mag ik het dienstrooster voor de leden samenstellen. Dat is geen moeilijk werk, maar omdat er geen bepaalde formule voor is, is het soms wel even puzzelen. Want je wilt iedere keer een andere samenstelling en rekening houden met de individuele wensen. Ook heb ik een kleine aanpassing aangebracht in de paasdienst. Voorheen werkte we met één rij voor de commune. Hierdoor duurde de dienst heel lang, wat vrij onnodig was. Van deze rij heb ik twee rijen gemaakt. Mijn ervaring in de automatisering heb ik dus ook toegepast in de Kloosterkerk. Verder help ik mee tijdens de avondmaaldiensten en ben ik altijd bereid om bij zaken mee te denken.

Wat verwacht je van de toekomst van de Kloosterkerk?

Als je naar de gemiddelde Kloosterkerkdienst van nu kijkt en die vergelijkt met de diensten van jaren terug, dan zie je dat deze aanmerkelijk is veranderd. Bij bijzondere diensten was de kerk stampvol, soms kon je mensen niet meer binnen laten.

Ik ben niet bang voor de toekomst van de Kloosterkerk. Er zitten veel jongeren in de dienst en ik zie dit niet zo snel veranderen. Wat we absoluut niet moeten doen, is de kerkdienst een half uur verlaten. Dit zal er namelijk voor zorgen dat je een dag moet uittrekken om de kerk te bezoeken. De deurcollectanten zijn dan immers tot begin. van de middag bezig. Wat we beter kunnen doen, en wat ook gebeurt, is de preek aantrekkelijk voor jongeren maken. Zo is het voor hen fijn als er dagelijkse voorbeelden terugkomen in het verhaal van de predikant. Tegenwoordig wordt bijvoorbeeld kunst betrokken bij de preek. Dit maakt het tastbaar en voor een breder publiek.

Wat is jouw favoriete Bijbelpassage? 

Bij mijn belijdenis heb ik van mijn vriend het Handboek bij de Bijbel gekregen met als boodschap Jesaja 41:10. Deze tekst luidt als volgt:

Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

Er wordt dus gezegd dat God jou gekozen heeft en dat je daarom niet bang moet zijn. Dit hielp mij door de periode van rouw heen na het ontvallen van mijn vriend, ik beurde enigszins op met de gedachte dat ik beschermd word.

Jesaja 41:10 kun je eigenlijk niet los zien van Korintiërs 13:13:

En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

De twee teksten vormen een soort eenheid; cijfer jezelf en elkaar niet weg en verdiep je in andermans leven en daarnaast dat God je beschermt. Wat ik ook erg mooi vind aansluiten bij deze verzen, is het gedicht ‘’alles van waarde is weerloos’’, van Lucebert:

er is niet meer bij weinig

noch is er minder

nog is onzeker wat er was

wat wordt wordt willoos

eerst als het is is het ernst

het herinnert zich heilloos

en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos

wordt van aanraakbaarheid rijk

en aan alles gelijk

als het hart van de tijd

als het hart van de tijd

Ik ben van nature een teruggetrokken persoon, iemand die liever uit de schijnwerpers blijft. Het is uit liefde voor mijn vriend, Hans Mulder, dat ik bereid was om mee te werken aan dit interview. Het is immers grotendeels aan hem te danken dat ik zo geworden is zoals ik nu ben.