Steeds meer mensen, in alle lagen van de bevolking, ook onder werkenden, hebben problematische schulden en belanden onder het bestaansminimum. Problematische schulden ontstaan voor een deel omdat de overheid te hoge verwachtingen heeft van de zelfredzaamheid van de burger. Voor veel mensen zijn de regels te ingewikkeld en er wordt te weinig rekening gehouden met de psychologie van mensen. Schuldenaren moeten alle relevante informatie begrijpen en het overzicht houden. Er wordt een groot beroep gedaan op hun alertheid, zelfcontrole en stressbestendigheid. Dit alles terwijl twee en een half miljoen mensen van 16 jaar en ouder laaggeletterd zijn (Algemene Rekenkamer 2016). Volgens het CBS (november 2018) groeide het aantal mensen dat in armoede leeft van 7,9% in 2016 naar 8.2 % in 2017 en het aantal huishoudens dat vier jaar of langer in armoede leeft naar 3,3%. Mensen, die langdurig in armoede leven, kunnen op den duur vergeten wie ze zelf zijn. Joline van Poppel, diaconaal werker van Stek in de Schilderswijk, heeft in 2016 een project georganiseerd, waarbij vrouwen werd geleerd hun verhaal aan hun kinderen te vertellen. Als slot van het project hebben ze hun verhaal gedaan op het podium van theater De Vaillant. Zo versterk je deze vrouwen en voorkom je dat ze vergeten wie zij in wezen zijn.

De hoofddoelstellingen van de Voedselbank Haaglanden zijn het bieden van directe voedselhulp aan de armsten en het voorkomen van verspilling van voedsel. Bij de huidige distributie vermindert de Voedselbank de verspilling met 1 a 2%. De Voedselbank hanteert de voorwaarde: “geen pakket zonder traject.” Alleen een hulpverlener kan een aanvraag indienen. De Voedselbank eist van hem een traject van hulpverlening. Om ervoor te zorgen dat de voedselhulp bij de allerarmsten komt, hanteert de Voedselbank een normbedrag, dat wordt vastgesteld door van de inkomsten bepaalde onvermijdbare uitgaven af te trekken. Resteert er dan minder dan EUR 130,00 per huishouden, vermeerderd met EUR 85,00 per persoon (een bedrag dat zou moeten volstaan voor een maand boodschappen), dan komt men in aanmerking voor een voedselpakket. Het voedselpakket (op zich onvoldoende voor een week) kan één keer per week worden afgehaald.

De Voedselbank in de regio Haaglanden heeft 22 uitdeelpunten. In 2017 kregen 1679 huishoudens, 4056 personen, iedere week een voedselpakket (72.594 pakketten). In 2017 is op donderdagen in de Lukaskerk aan 96 huishoudens (217 personen) voedsel uitgedeeld (5278 kratten). De mensen, die naar de Voedselbank/Schuldhulpverlening komen, vormen dus slechts het topje van de ijsberg.

Op de donderdag in de Lukaskerk worden lief en leed gedeeld en bemoedigt men elkaar. Dominees en vrijwilligers zijn aanwezig om mee te praten, te schaken en je kunt boeken voor je kinderen meenemen. Bovendien is er een heerlijke soep.

De Kloosterkerk ontplooit diaconale activiteit (bezoek van Sinterklaas aan kinderen wier ouders een voedselpakket krijgen), collecteert voor de stichting Leergeld (zaken die nodig zijn om naar school te kunnen gaan zoals winterkleding en fietsen) en de stichting Jarige Job (verjaardagsbox met daarin een cadeau, slingers, ballonnen en traktaties). De advent- en kerstcollectes van 2018 van de Kloosterkerk zijn voor de Voedselbank, de Soepbus en het Straatconsulaat. De Soepbus – een langlopend project van de Kessler stichting – is er voor ieder, die op straat leeft, honger heeft en misschien een praatje wil maken. Het Straatconsulaat behartigt de belangen van daklozen, thuislozen en drugsgebruikers. Hens Haeck (onder meer lange tijd penningmeester van de stedelijke Diaconie) zegt in het boek “Diaconie: 5 eeuwen armenzorg in Den Haag”: “Als een kerkelijke gemeente haar diaconale taken niet serieus neemt, verliezen ze het contact met de samenleving en verdorren ze. De gemeente zal diaconaal zijn of niet zijn.”

Nelleke van der Feltz

‘Hier ben ik’ – Op zoek naar de ontmoeting van mens tot mens – Ad van Nieuwpoort

Op 17 januari 2019 zal in de Kloosterkerk de docufilm “Hier ben ik” uit 2017 worden getoond. Deze documentaire portretteert Ad van Nieuwpoort, predikant in Bloemendaal en Overveen, en enkelen van zijn gemeenteleden. De film is gemaakt door Sarah Vos en Sander Snoep, twee gerenommeerde documentairemakers. Zij zijn geraakt door hoe je de oude Bijbelse verhalentraditie van betekenis kan laten zijn voor de dag van vandaag. Zij hebben ds. Van Nieuwpoort en zijn gemeente gedurende viereneenhalf jaar gevolgd.

Ad van Nieuwpoort is geen dominee met, zoals hij zelf zegt, ‘een opgeheven vinger, die het allemaal zo goed weet’. Integendeel: voor Van Nieuwpoort zijn de kerk en het geloof niet vanzelfsprekend. Aanvankelijk was van Nieuwpoort helemaal niet van plan dominee te worden. Nee, hij ging aan de Universiteit van Amsterdam theologie studeren omdat hij een nieuwsgierige dromer was, een intellectueel, die dacht dat hij later ‘lekker veilig’ aan diezelfde universiteit zou gaan werken en les geven. Het liep anders, dankzij zijn leermeester Frans Breukelman, een bevlogen theoloog, bij wie hij aan de UvA colleges volgde. Breukelman adviseerde Van Nieuwpoort om dominee te worden. En zo geschiedde: eerst in Amstelveen, toen in de Thomaskerk op de Amsterdamse Zuidas en nu al weer geruime tijd in de Protestantse Gemeente van Bloemendaal en Overveen. Daarnaast is Van Nieuwpoort auteur van een aantal boeken en is hij publicist bij diverse dagbladen en tijdschriften. Hij is voorts te gast bij radio- en televisieprogramma’s.

Van Nieuwpoort legt in zijn preken, huisbezoeken, voordrachten en leesavonden een verband tussen de eeuwenoude Bijbelse verhalen en het leven van nu. Er is geen literair werk in onze westerse cultuur dat niet op de een of andere manier refereert aan het grote verhalenboek dat de Bijbel is, aldus Van Nieuwpoort. Dáár verhouden we ons toe.

Zijn leermeester Breukelman heeft Van Nieuwpoort opnieuw laten kijken naar deze eeuwenoude Bijbelverhalen. Van Nieuwpoort zegt hierover: Breukelman blies het stof eraf, ontdeed ze van alle dogma’s, die er in de loop van de eeuwen aan waren vastgekleefd, bestudeerde de originele brontekst en vroeg zich af: wat staat daar nou eigenlijk? En dan blijken het heel mooie, tijdloze Joodse verhalen te zijn. De Bijbel schrijft niet voor wat je wel of niet moet doen. De verhalen gaan over de vraag: hoe wordt een mens een mens? Wat heeft een mens nodig om Mens te worden? Zoals een mens bedoeld is, zoals een mens zou moeten zijn? Die kritische spiegel zijn door middel van die verhalen, dat zie ik als mijn taak, aldus Van Nieuwpoort. Hoe zorg je ervoor dat er uit komt wat er in zit? Dat je goed bent voor jezelf en voor anderen? Dat je het verschil maakt? Laat de tekst spreken, is zijn motto. Wanneer je de Bijbel leest als fictie en niet zozeer als een boek dat ons de waarheid vertelt, krijgen de teksten veel meer ruimte om hun verhaal te doen. Het maakt ze van waarde voor gelovigen, ongelovigen en voor alles wat daartussen zit.

Bij de documentaire zegt Van Nieuwpoort: Ik ben op zoek naar de ontmoeting van mens tot mens. Ik prik snel door rijkdom en uiterlijk heen. In de film voel je die kwetsbaarheid heel duidelijk. Meer dan over het christelijk geloof, gaat de film over de manier waarop mensen met tegenslagen omgaan en proberen betekenis te geven aan hun bestaan. De film wil laten zien hoe mensen zich een weg banen door het moderne leven, waarin ambitie en gejaagdheid de standaard zijn geworden. Het zijn geen succesverhalen, nee, er is sprake van een worsteling met de problemen, waar de huidige tijd ons voor stelt. In de film zien we waar de hele samenleving door is bevangen. Overal zijn mensen op zoek naar bevestiging, erkenning en liefde.

Liesbeth de Beyl