Dit jaar is het precies 500 jaar geleden dat Luther op 31 oktober zijn stellingen tegen de aflaat publiceerde. De idee dat hij de stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde, wordt tegenwoordig als legendarisch afgedaan. Rondom Luther is veel legendevorming. Hij was een kleurrijk mens die zelf ook graag verhalen vertelde. Zo is er natuurlijk het verhaal dat hij met inkt naar de duivel gooide. Op de Wartburg, waar hij, nadat de paus hem in de ban deed, korte tijd onderdook, wijzen de gidsen de inktvlekken nog aan, terwijl wij nu aannemen dat hij bedoeld heeft dat hij tegen de duivel geschreven heeft.

Luthers zijn heeft alles te maken met Luther.

Al tijdens zijn leven waren er mensen die zich naar hem noemden: lutheranen. Luther zelf had daar grote moeite mee. Hij was wars van elke persoonsverheerlijking. In Nederland namen zijn volgelingen een dubbele naam aan: evangelisch – luthers, waarmee ze aan wilden geven dat het evangelie voorop gaat. En zo is het natuurlijk maar net. Luther benadrukte het evangelie zoals dat in het nieuwe en oude testament naar voren komt: Gods woord van liefde en bevrijding.

Zijn belangrijkste boeken – zo wordt algemeen gedacht – schreef Luther in 1520. Mijn favoriete boek is ‘Van de Vrijheid van een Christen’. In dit boek gaat Luther uit van twee stellingen: Een christen is vrij en heer over alle dingen en aan niemand onderworpen. Maar ook: een christen is dienstbaar knecht aan allen en onderworpen aan allen. Vrij is een mens door het geloof, vrij in zijn relatie met God. Maar onderworpen is hij aan allen, omdat de menselijke vrijheid begrensd is door het welzijn van de ander. Ik kan luide muziek op zetten. Maar ik moet aan de ander denken. En dat is nog maar een simpel voorbeeld.

In de ‘Vrijheid van een Christen’ schrijft Luther over de ‘vrolijke ruil’. Christus wil met ons ruilen: zijn goedheid tegenover ons onvermogen. Luther herontdekte de zonde. Dat klinkt zwaar. Zonde is een ouderwets begrip waarmee mensen klein gemaakt zijn. Maar Luther herontdekte met de zonde ook de bevrijding. In dit leven krijgen we onherroepelijk te maken met het menselijk tekort. We willen wel het goede maar we doen het verkeerde. Luther leerde niet te wanhopen maar zijn kracht in Christus te vinden. Zoals een man en vrouw in gemeenschap van goederen trouwen – zo schrijft Luther – , zo wil Christus zich met ons verbinden. In een “vrolijke ruil” neemt Christus van ons wat niet deugt en krijgen wij van hem de kracht het goede te doen.

In onze tijd waarin autonomie zo’n groot goed is en tegelijkertijd de grenzen gevoeld worden,  heeft Luther voor mij nog steeds betekenis. De autonomie is voor mij als Lutheraan een geschenk. De schenker vraagt ons echter rekenschap. Christus zelf kon alles, zou zich als koning hebben kunnen gedragen maar werd de minste van alle mensen ter wille van de mensen. Een autonoom mens in relatie tot zijn schepper heeft te maken met de mensen om zich heen: ik geloof dat Lutheranen iets in te brengen hebben in de discussies van onze tijd. Autonomie is niet grenzeloos. De grens wordt bepaald door de ander.

ds Trinette Verhoeven

Trinette Verhoeven is predikant in de Evangelisch-Lutherse kerk en van de Lukaskerk, beiden in Den Haag en voorzitter van de Lutherse synode