‘Er is geen betere manier om je van de wereld
te bevrijden dan door de kunst en tevens
vormt de mens er door kunst een hechte band mee’

Johann Wolfgang von Goethe, 1809

In bovenstaand citaat benadrukt Goethe het belang van kunst om je even los te maken uit de omringende wereld, maar tevens het belang erdoor in de wereld te staan, een gedachte die ook voor mij nog altijd opgaat. Beeldend kunstenaars hebben zich eeuwenlang laten inspireren door verhalen, waarbij vooral de klassieke mythologie en de bijbel dienden als hun bronnen. Een schildering diende om het verhaal te ‘vertellen’, maar ook om bij het werk stil te staan. En nog altijd biedt het kijken naar kunst, evenals het luisteren naar muziek, een handreiking om even de wereld om ons heen te vergeten.

In de periode van Pasen naar Pinksteren is het paasverhaal en de daaraan voorafgaande lijdensgeschiedenis door de eeuwen heen vele malen in beeld gebracht. Bladerend door boeken over de geschiedenis van schilder- en beeldhouwkunst viel mij weer op dat de periode daarna, d.w.z. de thema’s rond Hemelvaart en Pinksteren, beduidend minder vaak voorkomen. Maar gelukkig zijn er natuurlijk kunstenaars geweest die zich ook in deze verhalen hebben ingeleefd en ons een beetje op weg helpen. Een heel vroeg, maar mijns inziens altijd prachtig voorbeeld, is het fresco l’Ascenzione di Gesù (de Hemelvaart) van Giotto di Bondone (ca.1305).

Deze Italiaanse schilder en architect leefde in de late middeleeuwen (ca. 1266-1337), de tijd waarin schilders en beeldhouwers de geschreven teksten letterlijk volgden. Voor het fresco van Giotto was dit de tekst uit het boek Handelingen. De scène volgend treft mij ook nu de manier, waarop Giotto, rustig maar duidelijk, de nadruk legt op Christus, die de aardse wereld verlaat, ‘uitgezwaaid’ door aartsvaders en engelen. De manier waarop hij de handen afgesneden weergeeft suggereert het moment van loslaten nog extra. Op de voorgrond knielt Maria in het blauw gekleed, de kleur die haar verbindt met het hemelse en samen met haar knielen aan weerskanten de apostelen. Tellend zijn het er elf, daar Judas op dit moment nog niet vervangen is. In Handelingen wordt vermeld hoe een wolk de gebeurtenis aan het zicht onttrekt en ook hierin volgt Giotto letterlijk de tekst, evenals de scène van de twee engelen die verschijnen onder de wolk. Deze wenden zich tot de apostelen met de woorden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ (Hand. 1:9-11)

Het tafereel maakt deel uit van een cyclus rond het leven van Jezus en Maria. Giotto kreeg hiervoor de opdracht van Enrico Scrovegni, een rijke bankier in Padua. Zijn vader Reginaldo was een woekeraar die zijn geld verdiende ten koste van anderen. De Kerk veroordeelde dit als een doodzonde, waardoor hij niet in gewijde grond mocht worden begraven en zijn erfenis niet aan Enrico ten deel zou vallen. Maar dankzij goede connecties, die Enrico onderhield, ontging de nalatenschap hem niet. Als tegenprestatie moest hij zich wel aansluiten bij een lekenorde, de Cavalieri Gaudenti, en de onrechtmatig verkregen gelden terug geven. Tevens vroeg hij als boetedoening aan de stad toestemming voor de bouw van een kapel voor privégebruik. Hij kocht een stuk grond en in 1304 kon de Scrovegni-kapel worden gewijd. Ik vind het een prettige bijkomstigheid dat wij- dank zij het zondig gedrag van Reginaldo- meer dan 800 jaar later nog altijd van deze absolute schoonheid kunnen genieten.

Natuurlijk blijft ook bij Giotto het verhaal moeilijk te bevatten, maar…het overheersende azuurblauw, de stille gebaren van de omstanders, het ondergaan van een bijzondere, niet onder woorden te brengen, gebeurtenis doen ons even de tijd vergeten en ons stilstaan bij het wonder van een moment.

Marjolijn van Delft, kunstcommissie Kloosterkerk

Marjolijn van Delft