Afgelopen zondag hoorde ik de Johannes Passion. Wat ik toen (weer) dacht, vertrouw ik nu toe aan het papier. Het voelt als een bekentenis: ik hoor de Johannes Passion liever dan de Matthäus Passion. Ook deze zondag. Ik vroeg me af of het geen verraad was aan de prachtige vioolsolo van het ‘Erbarme Dich’, of aan de meer virtuoze van het ‘Gebt mir meinen Jesum wieder’? Zo voelde het niet. Wat mooi is, blijft mooi. Maar ik zocht wel bij mezelf naar het waarom en doe hier verslag van dat zelfonderzoek.

Ik hoorde de Johannes Passion in Maarssen. Had het te maken met de uitvoering, 150 studenten die zingend en spelend uitdrukking geven aan dood en lijden? Het past natuurlijk niet bij elkaar, jong en dood, maar het klopte wel. Ze voerden het niet op authentieke wijze uit, het was geen CD kwaliteit, maar wel met een intensiteit, souplesse en lichtheid die zo goed bij de Johannes Passion passen.

Of heeft het te maken met Bach, die het evangelie naar Johannes op zo heel andere muziek heeft gezet dan dat naar Matteüs? Met meer drama en uitschieters, rauwer soms, minder onder een deken van lijden en verdriet die alle andere emoties kan afdekken. En met dat slot, dat fantastische koraal dat op zichzelf staand al prachtig is, maar na ruim twee uur intens zingen, spelen of luisteren van een onvergelijkbare schoonheid en eenvoud is, bijna naïef, maar dan toch ook iets van de tweede naïviteit in zich heeft waarover Ricoeur schreef. Niet kinderlijk, laat staan kinderachtig, maar door alle kritiek heengegaan en daarin overeind gebleven.

Of ligt het toch ook aan Johannes zelf, aan wie het vierde evangelie wordt toegeschreven, ook al weten we niet wie hij is geweest? Zonder Johannes geen Johannes. Hij beschrijft het lijden van Jezus op een dramatische manier, maar dan niet in de betekenis van ‘rampzalig’ maar ‘op de wijze van een drama’, pakkend en meeslepend. Jezus is bij hem niet de stille, sprakeloze lijdende, onzeker en angstig over de loop der dingen. Jezus is bij Johannes ‘in control’, hij overziet de dingen. Wat voor mensen ondergang is (lijden en dood) is voor hem de eerste stap naar een nieuw begin. Zijn uitstraling is die van een koning. Bach (en de onbekende tekstdichter) had dat goed begrepen als hij het openingsdeel inzet met het woord ‘Herr, unser Herrscher’. Je ziet daar precies in wat het verschil is tussen ‘lijden’ en ‘leiden’. Bij Johannes leidt Jezus. En dat heeft iets ongekend krachtigs.

Is dat het nu waarom ik de Johannes prefereer? De argumentatie is een beetje dun, ik geef het onmiddellijk toe. Precies weten doe ik het natuurlijk niet. Zelfonderzoek is lastig onderzoek, want de onderzoeker is tegelijk de onderzochte. Dat neigt niet naar een hoge graad van objectiviteit. Maar gelukkig hoeft dat ook niet. Ik ga nog maar eens luisteren. The proof of the pudding is in the eating. Maar hoe leg je uit waarom die pudding zo lekker smaakt?

Rienk Lanooy