In het begin van dit jaar startte de PKN een actie ‘Geloven doe je in de kerk’.  Achter de uitspraak stond een vraagteken. Want de boodschap van de actie was dat de kerk niet alleen een plek is om te geloven, maar ook een plek waar mensen komen om na te denken, zich te verwonderen, te twijfelen, te helpen, te troosten en zelfs te onthaasten. Dat zijn activiteiten – dat is duidelijk – die ook buiten de kerk plaatsvinden.

En geloof? Vindt dat – wellicht meer dan we denken – ook buiten de kerk plaats? We geloven in de wetenschap, de markt, de democratie; en steeds meer hoor ik om me heen dat we ook in onszelf moeten geloven. We zeggen vaak: hoop doet leven. Geldt dat ook niet voor geloof? Ik ben bang dat als we niet meer in de wetenschap zouden geloven, in de markt, de democratie het er met die instituties niet al te best zou voorstaan. Natuurlijk hebben we er zo nu en dan bedenkingen en twijfels bij, maar we blijven er toch in geloven. En geldt dat ook niet voor onszelf? Ik weet niet of ik dit stukje wel zou schrijven als ik niet – ook al is het maar een beetje – in mezelf zou geloven.

Ik las ooit Twee wijzen van geloven van Martin Buber. In dat boekje onderscheidt hij twee manieren van geloven: geloof als ‘grondeloos vertrouwen’ en geloof als ‘iets voor waar houden’. Wat houden we voor waar als we in de wetenschap, de markt, de democratie en – als laatste – in onszelf geloven? Toen ik me die vraag stelde, bleef ik het antwoord schuldig. Ik weet het niet. Ik vermoed dat het geloof in die instituties en onszelf uiteindelijk toch een grondeloos vertrouwen is. Het is waar dat dit vertrouwen regelmatig op de proef wordt gesteld. Ik heb regelmatig mijn bedenkingen en twijfels. Maar desalniettemin blijf ik geloven, of beter gezegd: vertrouwen houden dat het uiteindelijk toch goed komt.

Geloven doen we in, maar ook buiten de kerk. Voor mij is het geloven in de kerk geen voor waar houden. De kerk is voor mij een oefenplaats voor dat grondloos vertrouwen waar Buber het over heeft. Dat grondeloos vertrouwen heb ik nodig om buiten de kerk te kunnen geloven. Voor mij is het oefenen in het hebben van vertrouwen waar het in de kerk om draait. Het draaipunt echter is niet het oefenen zelf; het is wat we in de Kloosterkerk de Eeuwige noemen: de niet te vatten Eeuwige. En precies door dat oefenen in het hebben van vertrouwen ben ik in staat te denken, me te verwonderen, te twijfelen, soms te helpen en te troosten en zo nu en dan zelfs te ont-haasten.

Wouter Pols, lid en oud-bestuurslid van de Kloosterkerk

pastedGraphic.png