Dienst met cantate zondag 30 september 2007

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Bringet dem Herrn ehre seines Namens (BWV 148)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Solisten: Sylvia Schl├╝ter (Alt); Mattijs Hoogendijk (Tenor)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Bach componeerde deze cantate voor de 18e zondag na Pinksteren. Er circuleren verschillende premièredata: 1725 en 19 september 1723. De cantatetekst sluit aan bij het Lucasevangelie voor de betreffende zondag: ‘De genezing op sabbat van een waterzuchtige' en ‘De voornaamste plaats aan tafel'.
Gaat het in de bijbel over het rustgebod op sabbat en of de mens dan goede werken mag verrichten, in de cantatetekst gaat het bijna om het tegendeel, de onaantastbaarheid van de feestdag en de plicht van de mens om God eer te betonen op de sabbat.
De orkestbezetting is buitengewoon feestelijk voor een gewone zondag. Naast het continuo en de strijkers spelen in het openingskoor drie hobo's en een trompet. Waarschijnlijk om de lofprijzing aan de Heer een instrumentale glans te verlenen.
In het stralende, vrolijke tweede deel speelt de soloviool een belangrijke rol. ‘Freude' en ‘eilen' vormen de sleutelwoorden die Bach in zijn muziek laat horen, door middel van de opgewekte 6/8e maatsoort in combinatie met de virtuoos snelle solopartijen. In het altrecitatief wordt de soliste begeleid door het strijkorkest met aangehouden lange noten. In het verlangen naar God geeft dit een extra gloed aan de begeleiding. De alt wordt in de aansluitende aria begeleid door drie hobo's en het continuo. Opvallend is het stilvallen van het continuo bij de inzetten van de altsolist. Muziek in de barok waarbij het fundamentele continuo wegvalt, moet wel iets te betekenen hebben. Wellicht wil Bach door het wegnemen van deze harmonische en ritmische basis de éénwording met God symboliseren, oftewel het loslaten van het aardse.
Na het tenorrecitatief waarin met hoge noten Gods woord en heerlijkheid om de sabbat te vieren wordt bezongen, volgt het slotkoraal voor koor en orkest. Het koraal is een zetting van de melodie ‘Auf meinen lieben Gott', en is oorspronkelijk zonder tekst overgeleverd.

Koor

Bringet dem Herrn Ehre seines Namens, betet an den Herrn im heiligen Schmuck.

Aria (Tenor)

Ich eile, die Lehren
Des Lebens zu hören
Und suche mit Freuden das heilige Haus.
Wie rufen so schöne
Das frohe Getöne
Zum Lobe des Höchsten die Seligen aus!

Recitatief (Alt)

So wie der Hirsch nach frischem Wasser schreit,
So schrei ich, Gott, zu dir.
Denn alle meine Ruh
Ist niemand außer du.
Wie heilig und wie teuer
Ist, Höchster, deine Sabbatsfeier!
Da preis ich deine Macht
In der Gemeine der Gerechten.
O! wenn die Kinder dieser Nacht
Die Lieblichkeit bedächten,
Denn Gott wohnt selbst in mir.

Aria (Alt)

Mund und Herze steht dir offen,
Höchster, senke dich hinein!
Ich in dich, und du in mich;
Glaube, Liebe, Dulden,Hoffen
Soll mein Ruhebette sein.

Recitatief (Tenor)

Bleib auch, mein Gott, in mir
Und gib mir deinen Geist,
Der mich nach deinem Wort regiere,
Dass ich so einen Wandel führe,
Der dir gefällig heißt,
Damit ich nach der Zeit
In deiner Herrlichkeit,
Mein lieber Gott, mit dir
Den großen Sabbat möge halten.

Koraal

Amen zu aller Stund
Sprech ich aus Herzensgrund;
Du wolltest uns tun leiten,
Herr Christ, zu allen Zeiten,
Auf dass wir deinen Namen
Ewiglich preisen. Amen.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.