Dienst met cantate zondag 27 augustus 2006

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben (BWV 102)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Noa Frenkel (alt); Robert Buckland (tenor); Pieter Hendriks (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

De ons onbekende librettist van deze cantate heeft een liedtekst uit 1641 van Johann Rist als uitgangspunt gebruikt. Bach heeft er voor de 14e zondag na Trinitatis in 1724 een koraalcantate op gecomponeerd.Het openingskoor heeft de vorm van een passacaglia: een dansvorm waarbij boven een gegeven basthema dat steeds aanwezig blijft, variaties worden gespeeld.
In het openingskoor treedt dit thema 27 maal op. (in verschillende hoedanigheden: normaal, achterstevoren (de ‘kreeft') en op de kop (‘omkering'). Dit passacagliathema kennen we uit onder andere cantate ‘Christ lag in Todesbanden' BWV 4, ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen' BWV 12 en het ‘Crucifixus' in de Hohe Messe. De koraalmelodie klinkt in de sopraanpartij, welke versterkt wordt door de hoorn. Het is bijzonder knap hoe Bach het koraal en de passacaglia tot een eenheid weet te smeden. Heeft het thema in deel 1 een dalend verloop, het begeleidingsthema in het duet laat een stijgende lijn horen, als symbool voor het vinden van Jezus. Het ‘eilen' beluisteren we in de drukke continuobegeleiding, en de coloratuurbeweging van de 2 solostemmen, die elkaar als het ware achternazitten. Bij ‘erfreulich' schrijft Bach vanzelfsprekend zeer beweeglijke ritmes.
In het tenorrecitatief beeldt Bach de twijfel van de zondaar uit door grote sprongen te maken in de melodie. Het einde van dit recitatief heeft een arioso, de losse begeleidingsakkoorden uit het begin veranderen in een doorgaande baslijn, met een verwijzing naar het passacagliathema uit deel 1. Hierdoor wordt de inhoud van de tekst extra geaccentueerd. In de volgende aria horen we de afwisseling tussen zwaar (‘meine Schuld') en licht (‘Herze wieder leicht'), in de toonladderfiguur tegenover de staccatofiguren (korte noten) van de fluit. Het basrecitatief met het strijkorkest vertoont grote gelijkenis met de recitatieven uit Bach's passionen. Bach voegt allerlei aanwijzingen toe: Vivace (levendig), adagio (langzaam), andante (gaande), maar ook, en dat is even uitzonderlijk, een expressieaanduiding: ‘con ardore' (met gloed, ijver). Dit verhoogt de dramatiek. In het slot-andante is in de zangpartij nog de koraalmelodie verwerkt.
De bas-aria tenslotte begint als het ware als een hoboconcert, even later krijgt het solo-instrument er een vocale partner bij. Het strijkorkest zorgt voor de begeleiding. Naast de virtuoze snelle noten, contrasteert op ‘Ewigkeit' de lang aangehouden toon. De cantate wordt afgesloten met een koraal voor koor en orkest, waarbij het opvalt dat Bach de fluitpartij een octaaf boven de sopraanlijn laat klinken. Dit geeft het geheel een extra glans.

Koor

Jesu, der du meine Seele
Hast durch deinen bittern Tod
Aus des Teufels finstern Höhle
Und der schweren Seelennot
Kräftiglich herausgerissen
Und mich solches lassen wissen
Durch dein angenehmes Wort,
Sei doch itzt, o Gott, mein Hort!

Aria (Sopraan en Alt)

Wir eilen mit schwachen, doch emsigen Schritten,
O Jesu, o Meister, zu helfen zu dir.
Du suchest die Kranken und Irrenden treulich.
Ach höre, wie wir
Die Stimmen erheben, um Hülfe zu bitten!
Es sei uns dein gnädiges Antlitz erfreulich!

Recitatief (Tenor)

Ach! ich bin ein Kind der Sünden,
Ach! ich irre weit und breit.
Der Sünden Aussatz, so an mir zu enden,
Verlässt mich nicht in dieser Sterblichkeit.
Mein Wille trachtet nur nach Bösen.
Der Geist zwar spricht: ach! wer wird mich erlösen?
Aber Fleisch und Blut zu zwingen
Und das Gute zu vollbringen,
Ist über alle meine Kraft.
Will ich den Schaden nicht verhehlen,
So kann ich nicht, wie oft ich fehle, zählen.
Drum nehm ich nun der Sünden Schmerz und Pein
Und meiner Sorgen Bürde,
So mir sonst unerträglich würde,
Ich liefre sie dir, Jesu, seufzend ein.
Rechne nicht die Missetat,
Die dich, Herr, erzürnet hat!

Aria (Tenor)

Das Blut, so meine Schuld durchstreicht,
Macht mir das Herze wieder leicht
Und spricht mich frei.
Ruft mich der Höllen Heer zum Streite,
So stehet Jesus mir zur Seite,
Dass ich beherzt und sieghaft sei.

Recitatief (Bas)

Die Wunden, Nägel, Kron und Grab,
Die Schläge, so man dort dem Heiland gab,
Sind ihm nunmehro Siegeszeichen
Und können mir verneute Kräfte reichen.
Wenn ein erschreckliches Gericht
Den Fluch vor die Verdammten spricht,
So kehrst du ihn in Segen.
Mich kann kein Schmerz und keine Pein bewegen,
Weil sie mein Heiland kennt;
Und da dein Herz vor mich in Liebe brennt,
So lege ich hinwieder
Das meine vor dich nieder.
Dies mein Herz, mit Leid vermenget,
So dein teures Blut besprenget,
So am Kreuz vergossen ist,
Geb ich dir, Herr Jesu Christ.

Aria (Bas)

Nun du wirst mein Gewissen stillen,
So wider mich um Rache schreit,
Ja, deine Treue wird's erfüllen,
Weil mir dein Wort die Hoffnung beut.
Wenn Christen an dich glauben,
Wird sie kein Feind in Ewigkeit
Aus deinen Händen rauben.

Koraal

Herr, ich glaube, hilf mir Schwachen,
Laß mich ja verzagen nicht;
Du, du kannst mich stärker machen,
Wenn mich Sünd und Tod anficht.
Deiner Güte will ich trauen,
Bis ich fröhlich werde schauen
Dich, Herr Jesu, nach dem Streit
In der süßen Ewigkeit.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.