Dienst met cantate zondag 29 januari 2006

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Wär Gott nicht mit uns diese Zeit (BWV 14)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Hanneke de Wit (sopraan); Otto Bouwknegt (tenor); Bas Ramselaar (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Het eerste en laatste deel van deze cantate uit 1735 zijn gebaseerd op de strofen 1 en 3 van de door Luther gedichte psalm 124 (uit 1524). In de overige cantatedelen verwijst de tekst slechts gedeeltelijk naar deze psalm. In het openingskoor maakt Bach gebruik van de in cantates ongebruikelijke motet-vorm: een van oorsprong belangrijke meerstemmige vorm van vocale muziek op geestelijke tekst, die haar hoogtepunt heeft in de renaissance.
De vier koorstemmen worden versterkt door een strijkersgroep, waardoor het orkest geen zelfstandige functie heeft. Uitzondering hierop vormen de blazers (hobo's en ‘corne par force'), die aan het einde van iedere vocale frase een gedeelte spelen van een koraal. Iedere inzet van een koorstem (b.v. do-re-mi) wordt gevolgd door een andere koorsteminzet in de tegenbeweging (do-ti-la).
In de aria voor sopraan, strijkorkest, ‘corno di caccia' (vandaag gespeeld door een trompet) en basso continuo wordt de kracht van de allerhoogste bezongen. Een kracht die ons steunt in het weerstaan van de vijand: een hoge noot op ‘Stärke', een lage op ‘schwach', een lange noot op ‘widerstehen', snelle coloratuurnootjes op ‘Leben'. In het tenorrecitatief worden de eventuele gevolgen genoemd van ‘als God ons niet zou hebben bijgestaan'. Een bijna wilde continuobeweging onderstreept ‘Rachgier', ‘Wut', ‘wilde Flut' en ‘die Gewalt'. De bas-aria met twee hobo's en continuo heeft een A-B-A-tekstschema, waarbij de wilde, hoge golven in het B-gedeelte door middel van grote toonsafstanden (oktaaf) door de solist muzikaal worden uitgebeeld. Koor en orkest besluiten deze cantate (Bachkenner Alfred Dürr schrijft: ‘das zu den spätesten originalen Kirchenkantaten Bachs gehört') met een koraal, waarin de dankbaarheid jegens God bezongen wordt.

Koor

Wär Gott nicht mit uns diese Zeit,
So soll Israel sagen,
Wär Gott nicht mit uns diese Zeit,
Wir hätten müssen verzagen,
Die so ein armes Häuflein sind,
Veracht' von so viel Menschenkind,
Die an uns setzen alle.

Aria (Sopraan)

Unsre Stärke heißt zu schwach,
Unserm Feind zu widerstehen.
Stünd uns nicht der Höchste bei,
Würd uns ihre Tyrannei
Bald bis an das Leben gehen.

Recitatief (Tenor)

Ja, hätt es Gott nur zugegeben,
Wir wären längst nicht mehr am Leben,
Sie rissen uns aus Rachgier hin,
So zornig ist auf uns ihr Sinn.
Es hätt uns ihre Wut
Wie eine wilde Flut
Und als beschäumte Wasser überschwemmet,
Und niemand hätte die Gewalt gehemmet.

Aria (Bas)

Gott, bei deinem starken Schützen
Sind wir vor den Feinden frei.
Wenn sie sich als wilde Wellen
Uns aus Grimm entgegenstellen,
Stehn uns deine Hände bei.

Koraal

Gott Lob und Dank, der nicht zugab,
Dass ihr Schlund uns möcht fangen.
Wie ein Vogel des Stricks kömmt ab,
Ist unsre Seel entgangen:
Strick ist entzwei, und wir sind frei;
Des Herren Name steht uns bei,
Des Gottes Himmels und Erden.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.