Dienst met cantate zondag 18 december 2005

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Herz und Mund und Tat und Leben (BWV 147)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Caroline Stam (sopraan); Barbara Kozelj (alt); Bernard Loonen (tenor); Florian Just (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Gelijk de cantates BWV 70 en 186, is deze cantate oorspronkelijk gecomponeerd voor de adventsperiode van 1716. De teksten zijn afkomstig uit de ‘Evangelische Sonn- und Festtages-Andachten' van Salomon Franck (Weimar 1717). Deze cantates bewerkte Bach later voor een andere feestdag van het kerkelijk jaar. Deze bestond voornamelijk uit het wijzigen van de vorm van de cantate.
Bestond BWV 147a uit een openingskoor, vier aria's en het slotkoraal, de latere versie (Leipzig juli 1723) bestaat uit een gedeelte voor de preek, met openingskoor, 2 recitatieven en 2 aria's en koraal, en een ‘parte seconda' na de preek, met aria's een recitatief en koraal.
De cantate die vandaag ten gehore wordt gebracht is samengesteld op grond van de originele teksten uit de 1716 adventscantate. Voor de muziek is gekozen voor de aria's uit de Leipzig-versie. Het knippen en plakken van teksten en muziek was een praktijk die ook Bach veelvuldig toepaste. Een ander voorbeeld is de kerstcantate ‘Unser Mund sei voll Lachens' BWV 110, waarbij Bach op een puur instrumentale orkestsuite (BWV 1069) later koorpartijen meesterlijk toevoegt. Het openingskoor opent met een feestelijke instrumentale inleiding waarbij de trompet een hoofdrol vervult. Hierna etaleren de vier koorstemmen ieder na elkaar hun getuigenis van God, gevolgd door dezelfde tekst maar nu in stemparen: sopraan met alt, en tenor met bas.
Het tekstgedeelte ‘ohne Furcht und Heuchelei' wordt door het koor a capella gezongen, waarbij de bassen gesteund blijven door de continuo-groep (orgel, cello, contrabas). Hierna volgt een herhaling van de beginstructuur, maar nu met een andere stemvolgorde. Bach eindigt dit deel met een herhaling van de eerste negen instrumentale openingsmaten. Kortom een prachtige symmetrische opbouw.
Hierna volgt de alt-aria, waarbij vooral het zwevende ritme opvalt. Dat wil zeggen dat er op verschillende plaatsen geen sprake is van een duidelijke cadans. Het lijkt alsof er verschillende maatsoorten worden gebruikt, of zelfs de solopartij een andere maatsoort heeft dan de begeleiding. Dit zou een uitbeelding kunnen zijn van het in de tekst genoemde ‘verloochenen'.
Hierna volgt de tenoraria Geen orkestbegeleiding ditmaal, maar een uitgebreide continuo-groep, waarin voor het orgel een speciale virtuoze rol is weggelegd.
Ook in de volgende aria is er naast de vocale solist een instrumentale hoofdrol, ditmaal voor de viool. Hiermee laat Bach de verwachtingsvolle vreugde over de komst van de Messias horen.
Na deze drie sober geïnstrumenteerde aria's volgt nu de bas-aria met het volledige orkest, trompet, hobo's, strijkorkest en continuo.
In het slotkoraal zijn de koorgedeelten homofoon getoonzet, dat wil zeggen de tekst en het ritme van de vier stemmen zijn nagenoeg identiek. De sopraanmelodie wordt versterkt door de trompet, het strijkorkest en de hobo's daarentegen hebben een vloeiende doorgaande begeleiding, hetgeen een lieflijke, herderlijke sfeer oproept.

Koor

Herz und Mund und Tat und Leben
Muß von Christo Zeugnis geben
Ohne Furcht und Heuchelei,
Dass er Gott und Heiland sei.

Aria (Alt)

Schäme dich, o Seele, nicht,
Deinen Heiland zu bekennen,
Soll er seine Braut dich nennen
Vor des Vaters Angesicht!
Denn wer ihn auf dieser Erden
Zu verleugnen sich nicht scheut,
Soll von ihm verleugnet werden,
Wenn er kommt zur Herrlichkeit!

Aria (Tenor)

Hilf, jesu, hilf, dass ich auch dich bekenne
In Wohl und Weh! in Freud und Leid!
Dass ich dich meinen Heiland nenne
In Glauben mit Gelassenheit.
Dass stets mein Herz von deiner Liebe brenne!

Aria (Sopraan)

Bereite dir, jesu, noch heute die Bahn!
Beziehe die Höhle
Des Herzens, der Seele,
Und blicke mit Augen der Gnade mich an.

Aria (Bas)

Laß mich der Rufer Stimme hören,
Die mit Johanne treulich lehren,
Ich soll in dieser Gnadenzeit
Von Finsternis und Dunkelheit
Zum wahren Lichte mich bekehren.

Koraal

Dein Wort lass mich bekennen
Für dieser argen Welt,
Auch mich dein'n Diener nennen,
Nicht fürchten Gwalt noch Geld,
Das mich bald mög ableiten
Von deiner Wahrheit klar;
Wollst mich auch nicht abscheiden
Von der christlichen Schar.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.