Dienst met cantate zondag 30 oktober 2005

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Ach wie flüchtig, ach wie nichtig (BWV 26)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Hanneke de Wit (sopraan); Noa Frenkel (alt); Marcel Beekman (tenor); Robbert Muuse (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Bach componeerde deze cantate voor 19 november 1724, een zondag in de periode aan het einde van het kerkelijk jaar. Bach koos, zoals vaker gedurende deze jaargang, voor een koraalcantate, waarbij hij een kerklied van Michael Franck uit 1652 als uitgangspunt neemt. We horen deze melodie in het openingskoor in de sopraan- en hoornpartij, en in het slotkoraal, eveneens in de sopraanlijn. In de overige delen heeft een onbekende dichter de strofeteksten van het lied bewerkt.
In het orkest van het openingsdeel komen naast de eerder genoemde hoorn, het gebruikelijke strijkorkest en continuogroep (cello, bas, fagot en orgel) voor. Daarbij nog de dwarsfluit en drie hobo's. Kenmerkend is dat in alle groepen de snel stijgende toonladderfiguren voorkomen, dit om de vluchtigheid van het leven te illustreren. Ook het gebruik van rusten in motieven heeft deze uitwerking. Een derde middel om ‘flüchtig' en ‘nichtig' uit te drukken past Bach toe in de koorpartij: de begeleidende alt-, tenor- en baspartijen eindigen een aantal keer unisono (eenstemmig).
De stroming van het water waarover in de tekst van de tenoraria wordt gesproken, zet Bach om in muzikale beweging. De dwarsfluit, soloviool en de tenorsolist golven met alsmaar doorgaande coloraturen. Het tweede gedeelte van deze da capo-aria (A-B-A) geeft de solisten af en toe enige rust om de vergankelijke van de tijd aan te geven. Ook het vallen van de druppels wordt op een beelden de manier weergegeven door middel van neerwaartse toonreeksen in de rustigere achtste notenritmen. In het altrecitatief verandert de toon van de tekst, er is voor het eerst sprake van vreugde, schoonheid en geluk. Vanzelfsprekend getoonzet met uitbundige noten. Maar de donkere stemming keert terug in de bas-aria. De bourree wordt als dodendans gekozen, begeleid in een mineur toonsoort door drie hobo's.
In het sopraanrecitatief horen we het samengaan van tekst en melodie in de hoge noten op ‘höchste' ‘Pracht' en ‘Hoheit', tegenover de laagte van ‘Todesnacht' en ‘Erde'. Tot slot gloort in het koraal na alle duisternis eindelijk de hoop: ‘Wer Gott fürcht, bleibt ewig stehen'.

Koor

Ach wie flüchtig, ach wie nichtig
Ist der Menschen Leben!
Wie ein Nebel bald entstehet
Und auch wieder bald vergehet,
So ist unser Leben, sehet! Ach hoe vluchtig,

Aria (Tenor)

So schnell ein rauschend Wasser schießt,
So eilen unser Lebenstage.
Die Zeit vergeht, die Stunden eilen,
Wie sich die Tropfen plötzlich teilen,
Wenn alles in den Abgrund schießt

Recitatief (Alt)

Die Freude wird zur Traurigkeit,
Die Schönheit fällt als eine Blume,
Die größte Stärke wird geschwächt,
Es ändert sich das Glücke mit der Zeit,
Bald ist es aus mit Ehr und Ruhme,
Die Wissenschaft und was ein Mensche dichtet,
Wird endlich durch das Grab vernichtet.

Aria (Bas)

An irdische Schätze das Herze zu hängen,
Ist eine Verführung der törichten Welt.
Wie leichtlich entstehen verzehrende Gluten,
Wie rauschen und reißen die wallenden Fluten,
Bis alles zerschmettert in Trümmern zerfällt.

Recitatief (Sopraan)

Die höchste Herrlichkeit und Pracht
Umhüllt zuletzt des Todes Nacht.
Wer gleichsam als ein Gott gesessen,
Entgeht dem Staub und Asche nicht,
Und wenn die letzte Stunde schläget,
Dass man ihn zu der Erde träget,
Und seiner Hoheit Grund zerbricht,
Wird seiner ganz vergessen.

Koraal

Ach wie flüchtig, ach wie nichtig
Sind der Menschen Sachen!
Alles, alles, was wir sehen,
Das muss fallen und vergehen.
Wer Gott fürcht', bleibt ewig stehen.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.