Dienst met cantate zondag 26 juni 2005

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Es wartet alles auf dich (BWV 187)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Helene Koele (sopraan); Wilke te Brummelstroete (alt); Thomas Oliemans (bas)
Predikant Ds. I.C. Visser-Schroot

Toelichting en tekst

Bach componeerde deze cantate voor de zevende zondag na trinitatis, 4 augustus 1726. De cantatetekst sluit aan bij het evangelie voor deze zondag: Marcus 8,1-9 (de wonderbare spijziging). In de uitgebreide orkestrale inleiding van het openingskoor wisselen de muzikale motieven tussen de violen en de hobo's, om tenslotte te versmelten in gezamenlijke viool- en hobopartijen. Bij de hierop volgende koorinzet zetten de stemmen na elkaar in als bij een canon. Afgewisseld met korte instrumentale tussenspelen worden de koorpartijen steeds virtuozer. Hierna volgt een verkorte versie van de instrumentale inleiding, waarna het koor inzet met ‘wenn du ihnen gibest' in een fugavorm. Tenslotte laat Bach beide koordelen (canon en fuga) nog verkort klinken, waarbij het orkest met materiaal uit de inleiding begeleidt.
In het volgende recitatief bezingt de bas de schoonheid van de schepping, waarmee het aardse goud in geen verhouding staat. De hoge bergen, en de vogels in de lucht componeert Bach door hoge melodieën, en de meer aardse zaken, zoals de vloed, het veld, de monarch en het goud, worden gezongen op de laagste noten. In de altaria wordt God eer en goedheid toegezongen. Het orkest begeleidt in een swingend ritme, gevat in een dansante 3/8ste maatsoort. Deel twee van de cantate opent met de zogenaamde ‘vox Christi'. De baszanger wordt muzikaal omringd met een statige viool- en continuopartij.
De sopraanaria daarentegen begint in een langzaam, zeer rijk versierd trio voor hobo, sopraan en basso continuo. De omslag vindt plaats bij de tekst ‘Weicht ihr Sorgen': een snel tempo, een driedelige maatsoort, en een majeur toonsoort. De aria sluit af met de langzame openingsmaten. De sopraan staat in het volgende recitatief niet alleen in haar vertrouwen in God. Het complete strijkorkest begeleidt haar, en maakt in de laatste maat met een stijgend motiefje een vingerwijzing naar de hemelse beloning. Koor en voltallig orkest geven uiting aan de dankbaarheid jegens God, waarbij Bach nu niet de gebruikelijke vierkwartsmaat hanteert, maar de meer opgewekte driekwarts.

Koor

Es wartet alles auf dich,
dass du ihnen Speise gebest zu seiner Zeit.
Wenn du ihnen gibest,
so sammlen sie,
wenn du deine Hand auftust,
so werden sie mit Güte gesättiget.

Recitatief (Bas)

Was Kreaturen hält
Das große Rund der Welt!
Schau doch die Berge an, da sie bei tausend gehen;
Was zeuget nicht die Flut?
Es wimmeln Ström und Seen.
Der Vögel großes Heer
Zieht durch die Luft zu Feld.
Wer nähret solche Zahl,
Und wer
Vermag ihr wohl die Notdurft abzugeben?
Kann irgendein Monarch nach solcher Ehre streben?
Zahlt aller Erden Gold
Ihr wohl ein einig Mal?

Aria (Alt)

Du Herr, du krönst allein das Jahr mit deinem Gut.
Es träufet Fett und Segen
Auf deines Fußes Wegen,
Und deine Gnade ists, die allen Gutes tut.

Aria (Bas)

Darum sollt ihr nicht sorgen noch sagen:
Was werden wir essen, was werden wir trinken,
womit werden wir uns kleiden?
Nach solchem allen trachten die Heiden.
Denn euer himmlischer Vater weiß,
dass ihr dies alles bedürfet.

Aria (Sopraan)

Gott versorget alles Leben,
Was hienieden Odem hegt.
Sollt er mir allein nicht geben,
Was er allen zugesagt?
Weicht, ihr Sorgen, seine Treue
Ist auch meiner eingedenk
Und wird ob mir täglich neue
Durch manch Vaterliebs Geschenk.

Recitatief (Sopraan)

Halt ich nur fest an ihm mit kindlichem Vertrauen
Und nehm mit Dankbarkeit, was er mir zugedacht,
So werd ich mich nie ohne Hülfe schauen,
Und wie er auch vor mich die Rechnung hab gemacht.
Das Grämen nützet nicht, die Mühe ist verloren,
Die das verzagte Herz um seine Notdurft nimmt;
Der ewig reiche Gott hat sich die Sorge auserkoren,
So weiß ich, dass er mir auch meinen Teil bestimmt.

Koor

Gott hat die Erde zugericht',
Lässts an Nahrung mangeln nicht;
Berg und Tal, die macht er nass,
Dass dem Vieh auch wächst sein Gras;
Aus der Erden Wein und Brot
Schaffet Gott und gibts uns satt,
Dass der Mensch sein Leben bat.
Wir danken sehr und bitten ihn,
Dass er uns geb des Geistes Sinn,
Dass wir solches recht verstehn,
Stets in sein' Geboten gehn,
Seinen Namen machen groß
In Christo ohn Unterlass:
So sing'n wir recht das Gratias.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.