Dienst met cantate zondag 24 april 2005

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Es ist euch gut, dass ich hingehe (BWV 108)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Karin van der Poel (alt); Albert van Ommen (tenor); Jelle Draijer (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

De tekst van deze in april 1725 gecomponeerde zesdelige cantate is van Christiane Mariane von Ziegler. De tekst van het openingsdeel is een citaat uit Johannes 16 vers 7. Een tweede rechtstreekse verwijzing naar het Johannesevangelie (16 vers 13) zien we in deel vier. De hobo d'amore heeft een uitgebreide solorol in het eerste deel. De watervlugge toonladderfiguren uit de instrumentale inleiding komen in de bassolo terug op de tekst ‘hingehe', waarmee de eenheid tussen woord en toon aangetoond wordt. Het strijkorkest ondersteunt beide solopartijen met een lichte begeleiding door korte noten.
In de volgende aria is er sprake van een duet tussen de soloviool en de tenor. Zij worden hierin begeleid door een rustige, regelmatige continuopartij. Lange notenwaarden op ‘kein Zweifel' en ‘ich glaube' bevestigen de standvastigheid. De stijgende toonladder op ‘gehst du fort' geeft uitbeelding aan de Hemelvaart. Na een kort tenorrecitatief volgt de toonzetting van het tweede bijbelwoord in een fugavorm voor koor en orkest.
De vier partijen zetten na elkaar in met hetzelfde motief. Bach maakt driemaal een dergelijke opbouw, de eerste en de derde maal met hetzelfde thema, de tweede met een ander thema. De woorden ‘reden' en ‘verkündigen' worden voorzien van snelle coloraturen, en contrasterend hiermee horen een lang aangehouden toon op ‘Wahrheit'. De alt wordt in de volgende aria door het volledige strijkorkest begeleid, waarbij de eerste viool het thema introduceert. Evenals in de eerste twee aria's, als ook de koorfuga speelt de virtuositeit een belangrijke rol.
Eén woord daarentegen begint met een lang aangehouden toon en dat is ‘Ewigkeit'. In het slotkoraal komen er nogal wat woorden voor die met beweging te maken hebben: ‘leitet', ‘Wege', ‘Fuss', en ‘treten'. Bach drukt dit muzikaal uit door de sopraanpartij, die hoofdzakelijk uit kwartnoten bestaat, met snellere achtste noten te laten begeleiden door de baspartij.

Aria (Bas)

Es ist euch gut, dass ich hingehe;
denn so ich nicht hingehe,
kömmt der Tröster nicht zu euch.
So ich aber gehe,
will ich ihn zu euch senden.

Aria (Tenor)

Mich kann kein Zweifel stören,
Auf dein Wort, Herr, zu hören.
Ich glaube, gehst du fort,
So kann ich mich getrösten,
Dass ich zu den Erlösten
Komm an gewünschten Port.

Recitatief (Tenor)

Dein Geist wird mich also regieren,
Dass ich auf rechter Bahne geh;
Durch deinen Hingang kommt er ja zu mir,
Ich frage sorgensvoll: Ach, ist er nicht schon hier?

Koor

Wenn aber jener, der Geist der Wahrheit,
kommen wird, der wird euch in alle Wahrheit leiten.
Denn er wird nicht von ihm selber reden,
sondern was er hören wird, das wird er reden;
und was zukünftig ist, wird er verkündigen.

Aria (Alt)

Was mein Herz von dir begehrt,
Ach, das wird mir wohl gewährt.
Überschütte mich mit Segen,
Führe mich auf deinen Wegen,
Dass ich in der Ewigkeit
Schaue deine Herrlichkeit!

Koraal

Dein Geist, den Gott vom Himmel gibt,
Der leitet alles, was ihn liebt,
Auf wohl gebähntem Wege.
Er setzt und richtet unsren Fuß,
Dass er nicht anders treten muss,
Als wo man findt den Segen.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.