Dienst met cantate zondag 29 april 2007

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Ihr werdet weinen und heulen (BWV 103)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Ivo Posti (alt); Ludwig van Gijsegem (tenor); Richard Keen (bas)
Predikant Ds. Rienk Lanooy

Toelichting en tekst

Bach componeert deze cantate voor de dienst van 22 april 1725, en neemt als uitgangspunt teksten van de dichter Mariane von Ziegler. In de eerste uitvoering van deze cantate schrijft Bach in het openingskoor een sopraanblokfluit voor. In latere versies wordt deze partij omgeschreven naar soloviool of dwarsfluit. Wat er praktisch voor handen was, werd gebruikt.
In het openingskoor is de tegenstelling ‘weinen und heulen' tegenover ‘aber die Welt wird sich freuen' in het oor springend. Dalende chromatiek beeldt de droefheid uit, en de vreugde klinkt door middel van snelle ritmen. Beide motieven worden ook door verschillende koorgroepen tegelijkertijd gebruikt. Een bouwwerk van ingenieuze dubbelfuga's is het resultaat. Plotseling verandert de toon wanneer de bassolist in een adagio een recitatief aanheft. Hierna volgt de herhaling van een gedeelte uit het eerste koordeel. Hierna verwerkt Bach de tegenstelling treurnis en vreugde in een tweetal recitatieven en aria's. Het eerste recitatief laat de pijn klinken in de droevige toonsoort cis mineur. Contrastrijk volgt hierop de uiterst virtuoze aria voor alt en blokfluit. In het altrecitatief slaat de treurnis om in volle vreugde door middel van een coloratuur op het woord ‘Freude'.
In de hierop volgende tenoraria is de toon van de tekst helemaal opgeklaard. In het orkest horen we dan ook een belangrijke solorol voor de trompet, het ritme suggereert haast dansmuziek, en stijgende drieklankbewegingen in een majeurtoonsoort laat ons alle voorafgaande ellende vergeten. Op de melodie van ‘Was mein Gott will, dass gscheh allzeit' eindigt deze cantate, met een tekst van Paul Gerhardt, waarin Jezus zelf de gemeente troost toespreekt.

Koor en Arioso (Bas)

Ihr werdet weinen und heulen, aber die Welt wird sich freuen.

Bas
Ihr aber werdet traurig sein.
Doch eure Traurigkeit soll in Freude verkehret werden.

Recitatief (Tenor)

Wer sollte nicht in Klagen untergehn,
Wenn uns der Liebste wird entrissen?
Der Seelen Heil, die Zuflucht kranker Herzen
Acht nicht auf unsre Schmerzen.

Aria (Alt)

Kein Arzt ist außer dir zu finden,
Ich suche durch ganz Gilead;
Wer heilt die Wunden meiner Sünden,
Weil man hier keinen Balsam hat?
Verbirgst du dich, so muss ich sterben.
Erbarme dich, ach, höre doch!
Du suchest ja nicht mein Verderben,
Wohlan, so hofft mein Herze noch.

Recitatief (Alt)

Du wirst mich nach der Angst auch wiederum erquicken;
So will ich mich zu deiner Ankunft schicken,
Ich traue dem Verheißungswort,
Dass meine Traurigkeit
In Freude soll verkehret werden.

Aria (Tenor)

Erholet euch, betrübte Sinnen,
Ihr tut euch selber allzu weh.
Laßt von dem traurigen Beginnen,
Eh ich in Tränen untergeh,
Mein Jesus lässt sich wieder sehen,
O Freude, der nichts gleichen kann!
Wie wohl ist mir dadurch geschehen,
Nimm, nimm mein Herz zum Opfer an!

Koraal

Ich hab dich einen Augenblick,
O liebes Kind, verlassen;
Sieh aber, sieh, mit großem Glück
Und Trost ohn alle Maßen
Will ich dir schon die Freudenkron
Aufsetzen und verehren;
Dein kurzes Leid soll sich in Freud
Und ewig Wohl verkehren.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.