Dienst met cantate zondag 25 maart 2007

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Nach dir, Herr, verlanget mich (BWV 150)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Hanneke de Wit (sopraan); Leonore van Sloten (alt); Jan Willem Schaafsma (tenor); Florian Just (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

In deze cantate is psalm 25 het uitgangspunt voor de tekst. Daarnaast heeft de onbekende tekstschrijver vrije gedichten geschreven. De mens in gevaar en zijn vertrouwen in God, die redding zal brengen, staan hierin centraal. Er bestaat geen originele partituur, zodat niet met volle zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een cantate van J.S Bach gaat.
Na de instrumentale inleiding (sinfonia) gaat de koorcantate echt van start. In het eerste koordeel komt het basmotief uit de sinfonia terug.. De dalende chromatiek (melodie van halve toonafstanden) beeldt het smachtende verlangen uit. De instrumentale tussenspelen worden verzorgd door twee vioolpartijen en continuo-begeleiding. Bij de tekst ‘ich hoffe' schrijft Bach (of misschien een leerling?) een sneller tempo (allegro) voor. Een fraai voorbeeld van tekstuitbeelding vinden we bij "freuen' met snelle coloraturen voor de koorstemmen.
De korte sopraanaria is in deze cantate de enige aria voor één solostem. De twee vioolpartijen spelen de begeleiding eenstemmig. Deze partij is sterk op de tekst gericht.(‘Toben', ‘Sturm', ‘Höll' en ‘ewig').
Deel 4 (‘leite mich') begint met een aaneengesloten toonladder over de 4 koorstemmen, van de lage basligging, via tenor en alt tot de sopraan. Hierna nog doorgaand in de twee vioolpartijen. Net als in het eerste koordeel wisselen ook nu de verschillende tempi elkaar af.
Aria 5 is voor alt-, tenor- en bassolo. De begeleiding is voor continuo en solofagot. De driekwartsmaat, de zwierige continuolijn, en de toonsoort geven de aria een lichte toon.
Het volgende koordeel heeft een vriendelijke 6/8ste maatsoort met een virtuoze vioolbegeleiding. Maar het begeleidingsritme vernadert al snel in een syncopische tegenbeweging. Dit past bij het beeld van de in het net verstrikt geraakte voet.
Als afsluiting van de cantate ditmaal geen koraal maar een ‘Ciaconne', een muziekvorm waarbij een basthema van 4 maten steeds terugkeert. Bach zal in 1714 de chaconne ook gebruiken in cantate 12.

Symphonia

Koor

Nach dir, Herr, verlanget mich.
Mein Gott, ich hoffe auf dich.
Laß mich nicht zuschanden werden,
dass sich meine Feinde nicht freuen über mich.

Aria (Sopraan)

Doch bin und bleibe ich vergnügt,
Obgleich hier zeitlich toben
Kreuz, Sturm und andre Proben,
Tod, Höll und was sich fügt.
Ob Unfall schlägt den treuen Knecht,
Recht ist und bleibet ewig Recht.

Koor

Leite mich in deiner Wahrheit und lehre mich;
denn du bist der Gott, der mir hilft, täglich harre ich dein.

Aria (Alt, Tenor, Bas)

Zedern müssen von den Winden
Oft viel Ungemach empfinden,
Oftmals werden sie verkehrt.
Rat und Tat auf Gott gestellet,
Achtet nicht, was widerbellet,
Denn sein Wort ganz anders lehrt.

Koor

Meine Augen sehen stets zu dem Herrn;
denn er wird meinen Fuß aus dem Netze ziehen.

Koor

Meine Tage in dem Leide
Endet Gott dennoch zur Freude;
Christen auf den Dornenwegen
Führen Himmels Kraft und Segen.
Bleibet Gott mein treuer Schutz,
Achte ich nicht Menschentrutz,
Christus, der uns steht zur Seiten,
Hilft mir täglich sieghaft streiten.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.