Dienst met cantate zondag 28 januari 2007

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Herr, wie du willt, so schicks mit mir (BWV 73)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Keren Motseri (sopraan); Bernard Loonen (tenor); Jan Carpentier (bas)
Predikant Ds. Rienk Lanooy

Toelichting en tekst

In 1724, zijn eerste jaar als Thomascantor in Leipzig, componeerde Bach voor de derde zondag na Epiphanias deze cantate. De herkomst van de cantatetekst is onbekend. De evangelielezing voor deze zondag werd wel als leidraad gebruikt. In het openingsdeel valt het op dat naast het gebruikelijke aandeel voor koor en orkest, de solisten (sopraan, tenor en bas) tussen de koordelen door, recitatieven zingen. De koordelen zijn gebaseerd op de koraalmelodie ‘Wo Gott der Herr nicht bei uns hält'.
Naast deze opmerkelijke vorm valt een motief op van vier noten, gespeeld door de hoorn. Aan het slot van dit deel blijkt dat deze noten staan voor de tekst ‘Herr, wie du willt'. De functie van het continuo is nauw verbonden aan deze hoornpartij ( in de oorspronkelijke partituur staat ‘tromba da tirarsi'-schuiftrompet-, in een latere versie door Bach gewijzigd in orgel). In de aria voor hobo, tenorsolo en basso continuo begint de hobo met het thema, waarop de zanger even later het dalen van de geest van de vreugde in het hart tot uitdrukking brengt. Dit noteert Bach met een dalende melodie.
In het middendeel krijgen de woorden ‘Hoffnung' (lange toon), en ‘zaghaft' (bevreesd) een passende verklanking. Het basrecitatief is een opstapje voor de aansluitende aria voor bassolo en strijkorkest. De woorden ‘Herr, so du willt' uit het openingskoor, vormen hier een terugkerend tekstbestanddeel. Het thema, waarmee de solist deze aria begint, vinden we ook terug in de begeleiding van het orkest, soms in hetzelfde ritme als de solist, dan weer eens zo snel. ‘Todesschmerzen', ‘Seufzer'(zucht) en ‘Jammer' worden als vanzelfsprekend door Bach in muziek omgezet met ondermeer dalende melodieën en het gebruik van extra verlagings- tekens (mol). De speelwijze van de violen verandert bij het tekstfragment dat gaat over de doodsklokjes. In plaats van het gebruikelijk bespelen met de strijkstok, worden de snaren aangetokkeld met de vingers (pizzicato). Hierdoor wordt het aanslaan van deze klokjes geïmiteerd. De cantate sluit af met een vierstemmig koraal voor koor en orkest, op de slotfrase van het lied ‘von Gott will ich nicht lassen' van Ludwig Helmbold uit 1563.

Koor en Recitatief (Tenor, Bas en Sopraan)

Herr, wie du willt, so schick's mit mir
Im Leben und im Sterben!

Tenor

Ach! aber ach! wieviel
Läßt mich dein Wille leiden!
Mein Leben ist des Unglücks Ziel,
Da Jammer und Verdruss
Mich lebend foltern muss,
Und kaum will meine Not im Sterben von mir scheiden.
Allein zu dir steht mein Begier,
Herr, lass mich nicht verderben!

Bas

Du bist mein Helfer, Trost und Hort,
So der Betrübten Tränen zählet
Und ihre Zuversicht,
Das schwache Rohr, nicht gar zerbricht;
Und weil du mich erwählet,
So sprich ein Trost- und Freudenwort!
Erhalt mich nur in deiner Huld,
Sonst wie du willt, gib mir Geduld,
Denn dein Will ist der beste.

Sopraan

Dein Wille zwar ist ein versiegelt Buch,
Da Menschenweisheit nichts vernimmt;
Der Segen scheint uns oft ein Fluch,
Die Züchtigung ergrimmte Strafe,
Die Ruhe, so du in dem Todesschlafe
Uns einst bestimmt,
Ein Eingang zu der Hölle.
Doch macht dein Geist uns dieses Irrtums frei
und zeigt, dass uns dein Wille heilsam sei.
Herr, wie du willt!

Aria (Tenor)

Ach senke doch den Geist der Freuden
Dem Herzen ein!
Es will oft bei mir geistlich Kranken
Die Freudigkeit und Hoffnung wanken
Und zaghaft sein.

Recitatief (Bas)

Ach, unser Wille bleibt verkehrt,
Bald trotzig, bald verzagt,
Des Sterbens will er nie gedenken;
Allein ein Christ, in Gottes Geist gelehrt,
Lernt sich in Gottes Willen senken
Und sagt:

Aria (Bas)

Herr, so du willt,
So presst, ihr Todesschmerzen,
Die Seufzer aus dem Herzen,
Wenn mein Gebet nur vor dir gilt.
Herr, so du willt,
So lege meine Glieder
In Staub und Asche nieder,
Dies höchst verderbte Sündenbild,
Herr, so du willt,
So schlagt, ihr Leichenglocken,
Ich folge unerschrocken,
Mein Jammer ist nunmehr gestillt.

Koraal

Das ist des Vaters Wille,
Der uns erschaffen hat;
Sein Sohn hat Guts die Fülle
Erworben und Genad;
Auch Gott der Heilge Geist
Im Glauben uns regieret,
Zum Reich des Himmels führet.
Ihm sei Lob Ehr und Preis!

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.