Dienst met cantate zondag 26 oktober 2003

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Schmücke dich, o liebe Seele (BWV 180)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Caroline Stam (sopraan); Barbara Kozelj (alt); Otto Bouwknegt (tenor); Matthew Baker (bas)
Predikant Ds. Rienk Lanooy

Toelichting en tekst

Bach componeerde deze cantate voor 22 oktober 1724, de 20e zondag na Trinitatis. Uitgangspunt hierbij was een avondmaalslied uit 1649 van Johann Franck. Drie strofen uit dit lied vinden we letterlijk terug in het openingskoor, het ariosogedeelte van het sopraanrecitatief (nr. 3) en in het slotkoraal. De overige liedstrofen zijn door een onbekende dichter bewerkt voor de andere cantatedelen. Voor deze zondag staat hoofdstuk 22, met de verzen 1 tot en met 14 uit het Mattheus evangelie centraal (de onwillige genodigden). Lucas 14,16-24 geldt als paralleltekst.
Bach geeft de hoofdrol aan het bruiloftsmaal en Gods liefde voor de mensen. Het openingskoor en de twee aria's nr. 2 en 5 hebben dan ook een feestelijk karakter. Dit wordt tot uiting gebracht door de dansritmes die Bach vervolgens gebruikt: de gigue, de bourree en de polonaise. In het openingskoor wordt de koraalmelodie in delen door de sopranen gezongen, de overige koorstemmen ondersteunen dit. De melodiegedeelten worden afgewisseld met instrumentale tussenspelen. De orkestbegeleiding is verdeeld over drie kleurrijke groepen: de blokfluiten, de hobo's, de violen en de continuogroep. Deze laatste ondersteunt voornamelijk in deze 12/8e dansmaatsoort de hele tellen.
In een opgewekt, regelmatig terugkerend ritme opent de dwarsfluit aria 2. De fluit- en de tenorpartij laten horen dat Bach in zijn tijd ook al kon rekenen op zeer kundige musici. In recitatief 3 begeleidt naast het continuo de violoncello piccolo op virtuoze wijze Franck's strofe in de sopraanpartij.
In het hierop volgend altrecitatief voegen de begeleidende blokfluiten een fraaie begeleiding toe, en onderstrepen hiermee het belang van de geest van God en de vreugde die daaruit voortkomt. In de sopraanaria is de orkestbezetting gelijk aan die in het openingskoor. Na een gezamenlijk begin gaan ook hier de drie melodiegroepen uit elkaar, om als het ware de stralen van de ‘Lebenssonne' duidelijker te kunnen laten stralen. Het basrecitatief eindigt in een ariosogedeelte, dat wil zeggen dat de aanvankelijk losse begeleidingsakkoorden van het continuo overgaan in een doorgaande beweging. Hierna klinkt het slotkoraal voor koor en orkest.

Koor

Schmücke dich, o liebe Seele,
Lass die dunkle Sundenhöhle,
Komm ans helle Licht gegangen,
Fange herrlich an zu prangen;
Denn der Herr voll Heil und Gnaden
Lässt dich jetzt zu Gaste laden.
Der den Himmel kann verwalten,
Will selbst Herberg in dir halten.

Aria (Tenor)

Ermuntre dich: dein Heiland klopft,
Ach öffne bald die Herzenspforte!
Ob du gleich in entzückter Lust
Nur halb gebrochne Freudenworte
Zu deinem Jesu sagen musst.

Recitatief en Arioso (Sopraan)

Wie teuer sind des heilgen Mahles Gaben! Sie finden ihresgleichen nicht.
Was sonst die Welt für kostbar hält,
sind Tand und Eitelkeiten;
eind Gotteskind wünscht diesen Schatz
zu haben und spricht:
Ach wie hungert mein Gemüte,
Menschenfreund, nach deiner Güte!
Ach, wie pfleg ich oft mit Tränen
Mich nach dieser Kost zu sehnen!
Ach, wie pfleget mich zu dürsten
Nach dem Trank des Lebensfürsten!
Wünsche stets, dass mein Gebeine
Sich durch Gott mit Gott vereine.

Aria (Sopraan)

Lebens Sonne, Licht der Sinnen,
Herr, der du mein alles bist!
Du wirst meine Treue sehen
Und den Glauben nicht verschmähen,
Der noch schwach und furchtsam ist.

Recitatief (Bas)

Herr, lass an mir dein treues Lieben,
so dich vom Himmel abgetrieben,
ja nicht vergeblich sein.
Entzünde du in Liebe meinen Geist,
dass er sich nur nach dem, was himmlisch heisst, im Glauben lenke
und deiner Liebe stets gedenke.

Koraal

Jesu, wahres Brot des Lebens,
Hilf, dass ich doch nicht vergebens
Oder mir vielleicht zum Schaden
Sei zu deinem Tisch geladen.
Lass mich durch dies Seelenessen
Deine Liebe recht ermessen,
Dass ich auch, wie jetzt auf Erden,
Mög ein Gast im Himmel werden.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.