Dienst met cantate zondag 28 september 2003

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Warum betrübst du dich, mein Herz?(BWV 138)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest olv Jos Vermunt. Marike Verbeek (sopraan); Sylvia Schlüter (alt); Harry van Berne (Tenor); Frans Fiselier (bas)
Predikant Ds. Rienk Lanooy

Toelichting en tekst

In deze cantate vormen 3 strofen van een oud kerklied van Hans Sachs (Neurenberg 1561) het uitgangspunt. Bach bewerkt deze strofen in koraalzettingen voor koor in de cantatedelen 1, 2 en 6. De evangelielezing was ook bij de eerste uitvoering op 5 september 1723 Mattheus 6: 24-34, de oproep uit de bergrede om niet kleingelovig te zijn, ‘maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid'.
De cantate begint in een ongewoon vrije vorm: recitatieven en koraalfragmenten wisselen elkaar af. De opening door de tenor kenmerkt zich door ‘angst', terwijl ‘de hoop' spreekt in de koraalzinnen.
Door de recitatiefgedeelten over de verschillende solostemmen te verdelen ontstaat er een zekere dramatische uitwerking, alsof verscheidene individuen hun persoonlijke gevoelens uiten. In deel 1 begeleidt het orkest tenor- en altsolist en koor, waarbij met name in de recitatiefdelen de gekozen harmonieën de kommer en kwel uit de tekst duidelijk onderstrepen.
In deel 2 begint het basrecitatief zonder orkestbegeleiding, maar slechts met losse basso-continuoakkoorden. Lage zangstem, lage instrumenten klinken hier om de betekenis en de sfeer uit te beelden.
Het koraalgedeelte wordt daarna weer meegekleurd door violen en hobo's. Hierna volgen sopraan- en altrecitatieven, afgesloten door koorfragmenten.
Deel 3 is een tenorrecitatief met continuobegeleiding; in de tekst vindt nu de omslag plaats: het vertrouwen in het rijk van God wordt hier toegezegd. De sfeer verandert ook in muzikale zin: de hoofdtoonsoort wordt nu majeur (opgewekt), en op het woord ‘Freuden' wordt een stijgende, snelle toonladderfiguur geplaatst. Aansluitend volgt de bas-aria in een gemoedelijke 3-delige maatsoort, begeleid door het strijkorkest, waarbij de snelle ritmische figuren het ingezette positieve karakter verder uitbreiden.
De lang aangehouden toon bij 'mein Glaube lässt ihn walten' beeldt het sterke vertrouwen in God uit: tussen alle beweging door is dat als het ware een rotsvast ijkpunt.
Een kort altrecitatief geeft definitief het einde van de aardse zorgen aan, en leidt het slotkoraal in, dat in een beweeglijke 6/8-maatsoort, met zeer figuratieve vioolpartijen de hemelse vreugde weergeeft.

Koraal en recitatief (Alt)

Warum betrübst du dich, mein Herz?
Bekümmerst dich und trägest Schmerz
Nur um das zeitliche Gut?
Ach, ich bin arm,
mich drücken schwere Sorgen.
Vom Abend bis zum Morgen
währt meine liebe Not.
Dass Gott erbarm!
Wer wird mich noch erlösen
vom leibe dieser bösen
und argen Welt?
Wie elend ists um mich bestellt!
Ach! wär ich doch nur tot!

Vertrau du deinem Herren Gott
Der alle Ding erschaffen hat.

Recitatief en koraal (Sopraan, Alt en Bas)

Ich bin veracht,
der Herr hat mich zum Leiden
am Tage seines Zorns gemacht;
der Vorrat, Haus zu halten,
ist ziemlich klein;
man schenkt mir für den Wein
der Freuden
den bittern Kelch der Tränen ein,
Wie kann ich nun mein amt mit Ruh
verwalten?
wenn Seufzer meine Speise
und Tränen das Getränke sein.
Er kann und wil dich lassen nicht,
Er weiss gar wohl, was dir gebricht,
Himmel und Erd ist sein!

Ach, wie?
Gott sorget freilich für das Vieh,
er gibt den Vögeln seine Speisen
er sättiget die jungen Raben,
nur ich, ich weiss nicht auf was Weise
ich armes Kind
mein bisschen Brot soll haben,
wo ist jemand,
der sich zu meiner Rettung find?

Dein Vater und dein Herre Gott,
Der dir beisteht in aller Not.

Ich bin verlassen,
es scheint,
als wollte mich auch Gott
bei meiner Armut hassen,
da ers doch immer gut mit mir gemeint.
Ach Sorgen, werdet ihr denn alle Morgen
und alle Tage wieder neu?
So klag ich immerfort;
ach! Armut! hartes Wort,
wer steht mir den in meinem Kummer bei?

Dein Vater und dein Herre Gott,
Der steht dir bei in aller Not.

Recitatief (Tenor)

Ach süsser Trost!
Wenn Gott mich nicht verlassen
und nicht versäumen will,
so kan ich in der Still
und in Geduld mich fassen.
Die Welt mag immerhin mich hassen,
so werf ich meine Sorgen
mit Freuden auf den Herrn,
und hilft er heute nicht,
so hilft er mir doch morgen.
Nun leg ich herzlich gern
die Sorgen unters Kissen
und mag nichts mehr
als dies zu meinem Troste wissen:

Aria (Bas)

Auf Gott steht meine Zuversicht,
Mein Glaube lässt ihn walten,
Nun kann mich keine Sorge nagen,
Nun kann mich auch kein Armut plagen.
Auch mitten in dem grössten Leide
Bleibt er mein Vater, meine Freude,
Er will mich wunderlich erhalten.

Recitatief (Alt)

Ei nun!
So will ich auch recht sanfte ruhn.
Euch, Sorgen! sei der Scheidebrief gegeben,
nun kann ich wie im Himmel leben

Koraal

Weil du mein Gott und Vater bist,
Dein Kind wirst du verlassen nicht,
Du väterliches Herz!
Ich bin ein armer Erdenkloss,
Auf Erden wiss ich keinen Trost.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.