Dienst met cantate zondag 28 juni 2009

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Ich hatte viel Bekümmernis (BWV 21)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachorkest / Residentie Bachkoor o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Caroline Stam (sopraan), Karolina Hartman (alt), Marcel Beekman (tenor), Matthew Baker (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Over de ontstaansgeschiedenis van deze cantate heerst veel onzekerheid, we weten echter uit een aantekening van Bach zelf dat de cantate voor het eerst klonk op de derde zondag na Trinitatis in 1714. Uit aantekeningen blijkt dat Bach de cantate hierna nog meerdere malen heeft uitgevoerd. Hierbij veranderde hij zaken zoals toonsoort, solisten- en orkestbezetting.
Vandaag hoort u de laatst bekende versie, namelijk die uit Leipzig uit 1723. Bach maakt voor de tekst van het tweede deel gebruik van psalm 94, voor deel 6 van psalm 42, deel 9 komt uit psalm 119, en deel 11 is gebaseerd op Openbaringen 5, 12-13. In de delen 7 en 8, waarschijnlijk gedichten van Salomon Franck, zien we tweegesprekken tussen Jezus en de ziel. De gehele cantatetekst sluit het meest aan bij het epistel voor de derde zondag na Trinitatis, namelijk de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 5, verzen 6 tot en met 11 (U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.)
In de openingssinfonia vervullen de hobo en de eerste viool een solorol in een langzaam, instrumentaal deel. In deel 2 is de hoofdrol weggelegd voor het koor. Na een doorlopende opeenvolging van de koorstemmen volgt een gezamenlijk ‘aber', waarna in een sneller tempo (vivace) het ‘erquiken' wordt vormgegeven.
Als we overige koordelen bekijken (de delen 6, 9 en 11) dan valt op dat Bach gekozen heeft voor in zijn tijd bijna ouderwetse muziekvormen, o.a. de fuga en het motet. Daarentegen belichamen de aria's en recitatieven het ‘moderne' principe: op onnavolgbare wijze vlecht Bach tekst, melodie en harmonie in elkaar. In tenoraria 5 laat Bach de vloed van tranen beeldend stromen in het strijkorkest, waarna storm en golven wild tekeergaan in een snel ‘allegro'.
Het tweede deel van de cantate (‘nach der Predigt' nr.7) is een dialoog tussen de sopraan en de bas (als ziel en Jezus). Het licht tegenover de nacht, waarover de ziel spreekt, geeft Bach weer door een stijgende toonladder in majeur in de vioolbegeleiding , tegenover een plotselinge lage ligging van de strijkers begeleiding. In tenoraria 10 weerklinkt de vreugde van de van ellende verloste ziel.

Eerste deel

Sinfonia

Koor

"Ich hatte viel Bekümmernis in meinem Herzen; aber deine Tröstungen erquicken meine Seele."

Aria (Sopraan)

Seufzer, Tränen, Kummer, Not,
Ängstlichs Sehnen, Furcht und Tod
Nagen mein beklemmtes Herz,
Ich empfinde Jammer, Schmerz

Recitatif

Wie hast du dich, mein Gott,
In meiner Not,
In meiner Furcht und Zagen
Denn ganz von mir gewandt?
Ach! kennst du nicht dein Kind?
Ach! hörst du nicht das Klagen
Von denen, die dir sind
Mit Bund und Treu verwandt?
Da warest meine Lust
Und bist mir grausam worden;
Ich suche dich an allen Orten,
Ich ruf und schrei dir nach,
Allein mein Weh und Ach!
Scheint itzt, als sei es dir ganz unbewusst.

Aria (Tenor)

Bäche von gesalznen Zähren,
Fluten rauschen stets einher.
Sturm und Wellen mich versehren,
Und dies trübsalsvolle Meer
Will mir Geist und Leben schwächen,
Mast und Anker wollen brechen,
Hier versink ich in den Grund,
Dort seh ins der Hölle Schlund.

Koor

"Was betrübst du dich, meine Seele,
und bist so unruhig in mir?
Harre auf Gott;
den ich werde ihm noch danken,
dass er meines Angesichtes Hilfe
und mein Gott ist."

Tweede deel

Recitatief (Sopraan & Bas)

Die Seele:
Ach Jesu, meine Ruh,
mein Licht, wo bleibest du?
Jesus:
O Seele sie! Ich bin bei dir.
Die Seele:
Bei mir? hier ist ja lauter Nacht.
Jesus:
Ich bin dein treuer Freund,
der auch im Dunkeln wacht,
wo lauter Schalken seind.
Die Seele:
Brich doch mit deinem Glanz und Licht des Trostes ein,
Jezus:
Die Stunde kommet schon,
da deines Kampfes Kron
dir wird ein süsses Labsal sein.

Aria (duet Sopraan & Bas)

Die Seele:
Komm, mein Jesu, und erquicke
Und erfreu mit deinem Blicke
Diese Seele,
Die soll sterben
Und nicht leben
Und in ihrer Unglückshöhle
Ganz verderben.
Ich muss stets in Kummer schweben,
Ja, ach ja, ich bin verloren!
Nein, ach nein, dus hassest mich!
Ach Jesu, durchsüsse mir Seele und Herze!
Komm, mein Jesus, und erquicke
Mich mit deinem Gnadenblicke!

Jesus:
Ja, ich komme und erquicke
Dich mit meinem Gnadenblicke,
Deine Seele
Die soll leben
Und nicht sterben,
Hier aus dieser Wundenhöhle
Sollst du erben
Heil durch diesen Saft der Reben.
Nein, ach nein, du bist erkoren!
Ja, ach ja, ich liebe dich!
Entweichet, ihr Sorgen verschwinde du Schmerze!
Ja, ich komme und erquicke
Dich mit meinem Gnadenblicke.

Koor en koraal

"Sei nun wieder zufrieden,
meine Seele, denn der Herr
tut dir Guts.
Was helfen uns die schweren Sorgen,
Was hilft uns unser Weh und Ach?
Was hilft es, dass wir alle Morgen
Beseufzen unser Ungemach?
Wir machen unser Kreuz und Leid
Nur grösser durch die Traurigkeit.
Denk nicht in deiner Drangsalshitze,
Dass du von Gott verlassen seist,
Und dass Gott der im Schosse sitze,
Der sich mit stetem Glücke speist.
Die folgend Zeit verändert viel
Und setzet jeglichem sein Ziel

Aria (Tenor)

Erfreue dich, Seële, erfreue dich, Herze,
Entweiche nun, Kummer,
verschwinde, du Schmerze.
Verwandle dich, Weinen, in lauteren Wein,
Es wird nun mein Ächzen
ein Jauchzen mir sein!
Es brennet und flammet die reineste Kerze
Der Liebe, des Trostes in Seele und Brust,
Weil Jesus mich tröstet
mit himmlischer Lust.

Koor

"Dass Lamm, das erwürget ist,
ist würdig zu nehmen Kraft und Reichtum
und Weisheit und Stärke
und Ehre und Preis und Lob.
Lob und Ehre und Preis und Gewalt
sei unserm Gott
von Ewigkeit zu Ewigkeit.
Amen, Alleluja!"

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.