Dienst met cantate zondag 26 april 2009

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Der Herr ist mein getreuer Hirt (BWV 112)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachorkest / Residentie Bachkoor o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Francine van der Heijden (sopraan), Noa Frenkel (alt), Mattijs Hoogendijk (tenor), Jasper Schweppe (bas)
Predikant Prof. Dr. P.N. Holtrop

Toelichting en tekst

De tekst van deze koraalcantate is gebaseerd op een bewerking van waarschijnlijk de dichter Wolgang Meuslin (+/- 1530) die psalm 23 als uitgangspunt nam. In het openingskoor is de vocale koraalzetting ingebed in een concerterende orkestzetting. Bijzonder in deze cantate is de medewerking van twee hoorns. Zij spelen zelfstandige solopartijen met begeleiding van het strijkorkest, dat wordt versterkt met twee hobo d'amores. De thematiek in de instrumentale tussenspelen is deels afkomstig van de koraalmelodie, maar is ook goeddeels zelfstandig. Het tweede koraalvers is een aria voor solo hobo d'amore, altsolo en basso continuo. De rollende snelle hobonootjes verbeelden de het verkwikkende water. Het ‘wohlgemute' geeft Bach weer door de muziek in een galante 6/8-maat te componeren. De aria sluit af met een herhaling (zgn da capo) van de openingssolo van de hobo.
Deel 3 is een origineel deel in de cantate. Het wandelen in de duisternis wordt begeleid door slechts het continuo. Het strijkorkest gaat meedoen als het in de tekst gaat over de gids die ons zal leiden op die duistere weg. Het strijkorkest zet het volgende vers jubelend in. Een ritmiek gebaseerd op de bourrée-dans, een stralende majeur toonsoort, en een virtuoze vioolpartijvormen de inleiding tot het duet voor tenor en sopraan. Het slotvers is een eenvoudige koraalzetting voor koor en orkest.

Koor

Der Herr ist mein getreuer Hirt,
Hält mich in seiner Hute,
Darin mir gar nichts mangeln wird
Irgend an einem Gute,
Er weidet mich ohn Unterlass,
Darauf wächst das wohlschmeckend Gras
Seines heilsamen Wortes.

Aria (Alt)

Zum reinen Wasser er mich weist,
Das mich erquicken tue.
Das ist sein fronheiliger Geist,
Der macht mich wohlgemute.
Er führet mich auf rechter Straß
Seiner Geboten ohn Ablass
Von wegen seines Namens willen.

Recitatief (Bas)

Und ob ich wandelt im finstern Tal,
Fürcht ich kein Ungelücke
In Verfolgung, Leiden, Trübsal
Und dieser Welte Tücke,
Denn du bist bei mir stetiglich,
Dein Stab und Stecken trösten mich,
Auf dein Wort ich mich lasse.

Aria (Sopraan en tenor) 

Du bereitest für mir einen Tisch
Vor mein' Feinden allenthalben,
Machst mein Herze unverzagt und frisch,
Mein Haupt tust du mir salben
Mit deinem Geist, der Freuden Öl,
Und schenkest voll ein meiner Seel
Deiner geistlichen Freuden.

Koor 

Gutes und die Barmherzigkeit
Folgen mir nach im Leben,
Und ich werd bleiben allezeit
Im Haus des Herren eben,
Auf Erd in christlicher Gemein
Und nach dem Tod da werd ich sein
Bei Christo meinem Herren.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.