Dienst met cantate zondag 29 maart 2009

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate In allen meinen Taten (BWV 97)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachorkest / Residentie Kamerkoor o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Simone Riksman (sopraan), Luciana Mancini (alt), Albert van Ommen (tenor), Martijn Cornet (bas)
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Toelichting

De tekst voor deze cantate haalde Bach uit het gelijknamige lied van Paul Fleming. De bijpassende koraalmelodie, ‘O Welt, ich muss dich lassen', gebruikte Bach alleen in de openings- en slotfrase.
In de autograaf van de partituur lezen we dat de cantate ontstaan is in 1734.

Vanwege het feit dat er in het begin sprake is van de Allerhoogste, schrijft Bach een instrumentale inleiding in de majestueuze Franse ouverturestijl: in langzaam tempo met het karakteristieke lang-kort-lang-ritme. In het hierop aansluitende snelle deel, buitelen de verschillende orkeststemmen over elkaar heen alvorens het koor inzet. De alten, tenoren en bassen doen aan deze virtuoze acrobatiek mee en de sopranen zingen hierboven soeverein de koraalmelodie in lange notenwaarden. In de instrumentale tussenspelen horen we ook nog een bijzondere instrumentatie: vanuit het tutti orkest maakt zich een trio los van twee hobo's en fagot.
Van de zeven liedverzen tussen begin en slot zijn er twee korte declamatorische recitatieven (nr 3 alleen met continuo en 5 met lange akkoorden door het strijkorkest). Bij de aria's zien we een fraaie variatie aan begeleidingsvormen. Basaria nr 2 is gebaseerd op een steeds terugkerend ritornelthema, en wordt slechts begeleid door de basso continuogroep. De virtuoze vioolsolo begeleidt de tenor in vers 4. De uitbundige barokke versiering door viool en zangpartij benadrukt op een onnavolgbare wijze de genade waarvan in de tekst sprake is.

In aria 6 voor alt en strijkorkest zien we mooie voorbeelden van tekst die in de muziek beeldend wordt weergegeven. Bijvoorbeeld een dalende toonladder bij ‘Leg ich mich späte nieder' en bij ‘lieg oder ziehe fort'. Als contrast hiermee de stijgende melodie bij ‘erwache frühe wieder'. En als er sprake is van de troost door Jezus' woord, dan schrijft Bach een lang aangehouden continuonoot (vertrouwen), een stijgende melodielijn en een afsluiting met een majeur akkoord.
Vers 7 is een duet voor sopraan en bas, en wordt begeleid door het continuo. De aanvaarding van het lot waarover de zangers zingen, vinden we terug in de energieke begeleiding door het continuo. Evenals het harde vallen dat met grote intervallen in het continuo wordt weergegeven.
De sopraan wordt in het voorlaatste deel begeleid door twee hobo's en continuo. De vocale en instrumentale melodielijnen zijn hier haast met elkaar verweven. De korte rusten in de zangpartij worden steeds ingevuld met de hobo's, waardoor er een grote eenheid ontstaat tussen de diverse partijen.

De bekroning van het vierstemmig slotkoraal met drie extra instrumentale bovenstemmen sluit de cantate af op de manier waarop deze met de koninklijke ouverture was begonnen.

Koor

In allem meinen Taten
Laß ich den Höchsten raten,
Der alles kann und hat;
Er muss zu allen Dingen,
Solls anders wohl gelingen,
Selbst geben Rat und Tat.

Aria (bas)

Nichts ist es spät und frühe
Um alle sein Mühe,
Mein Sorgen ist umsonst.
Er mags mit meinen Sachen
Nach seinem Willen machen,
Ich stells in seine Gunst.

Recitatief (tenor)

Es kann mir nichts geschehen,
Als was er hat ersehen,
Und was mir selig ist:
Ich nehm es, wie ers gibet;
Was ihm von mir beliebet,
Das hab ich auch erkiest.

Aria (tenor)

Ich traue seiner Gnaden,
Die mich vor allem Schaden,
Vor allem Übel schützt.
Leb ich nach seinen Gesetzen,
So wird mich nichts verletzen,
Nichts fehlen, was mir nützt.

Recitatief (alt)

Er wolle meiner Sünden
In Gnaden mich entbinden,
Durchstreichen meine Schuld!
Er wird auf mein Verbrechen
Nicht stracks das Urteil sprechen
Und haben noch Geduld.

Aria (alt)

Leg ich mich späte nieder,
Erwache frühe wieder,
Lieg und ziehe fort,
In Schwachheit und in Banden,
Und was mir stößt zuhanden,
So tröstet mich sein Wort.

Aria (sopraan / bas)

Hat er es denn beschlossen,
So will ich unverdrossen
An mein Verhängnis gehn!
Kein Unfall unter allen
Soll mir zu harte fallen,
Ich will ihn überstehn.

Aria (sopraan)

Ich hab mich ihm ergeben
Zu sterben und zu leben,
Sobald er mir gebeut.
Es sei heut oder morgen,
Dafür lass ich ihn sorgen;
Er weiß die rechte Zeit.

Koraal

So sein nun, Seele, deine
Und traue dem alleine,
Der ich erschaffen hat;
Es gehe, wie es gehe,
Dein Vater in der Höhe
Weiß allen Sachen Rat.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.