Dienst met cantate zondag 26 oktober 2008

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Wohl dem, der sich auf seinen Gott (BWV 139)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachorkest / Residentie Bachkoor o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Heleen Meijer (sopraan), Leonore van Sloten (alt), Fabio Tr├╝mpy (tenor), Marc Pantus (bas)
Predikant Ds. C.A. ter Linden

Toelichting en tekst

Cantate voor de 23ste zondag na Trinitatis, naar Mattheus 22,15-22: de listvraag van de Farizeeën aan Jezus of het wel of niet geoorloofd is belasting te betalen aan de keizer?

Bach componeerde deze cantate voor zondag 12 november 1724. Uitgangspunt hierbij vormde de vijfstrofige liedtekst ‘Wohl dem, der sich auf seinen Gott' uit 1692 van Johann Christoph Rube. Hiervan gebruikte Bach het eerste en laatste couplet letterlijk in het openingskoor en in het slotkoraal. De teksten van de overige delen zijn bewerkingen van overige coupletten door een ons onbekende dichter.

In het openingsdeel bestaat het orkest uit hobo's d'amore, het strijkorkest en de basso-continuogroep. Na de instrumentale inleiding zingen de sopranen de koraalmelodie op de wijs van ‘Machs mit mir Gott, nach deiner Güt', in lange notenwaarden. Deze melodie gebruikt Bach ook in de instrumentale tussenspelen, maar dan in snellere notenwaarden. De overige koorstemmen bewegen zich ook in deze achtste beweging onder de koraalmelodie van de sopranen. De eerste viool- en hobopartij hebben daarbovenop nog afwisselend een versierende bovenstem met snelle zestiende nootjes. In de tenoraria ‘Gott ist mein Freund' met twee soloviolen en continuo lezen we in de tekst het contrast tussen het tekeer gaan van de vijanden (‘toben') en de troost voor degene die in Jezus gelooft.

Van deze aria is de tweede vioolpartij in de loop der jaren verloren gegaan. Uit het aanwezige materiaal van solostem, eerste viool en baslijn heeft Winfried Radeke deze ontbrekende partij gereconstrueerd (Berlijn 1972). Overigens zijn van de gehele cantate slechts de losse partijen bewaard gebleven, de originele partituur is ook verloren gegaan.

Na het korte altrecitatief volgt dan de tweede aria. Deze basaria wordt begeleid door de twee hobo's d'amore, vioolsolo en continuo. Gecompliceerde ritmische figuren tussen de instrumenten, melodische motieven die zich bewegen tussen hoge en lage ligging en voorgeschreven tempowisselingen (vivace, andante, poc'allegro) veroorzaken een groot contrast met de eerste aria. De aanleiding hiervoor vinden we vanzelfsprekend in de tekst: ‘das Unglück schlägt...' felle ritmes, een snel tempo, ‘doch plötzlich erscheinet...' maatwisseling naar dansachtige 6/8 en tempo vivace, ‘Mir scheinet des Trostes Licht...' met een vloeiende cantabilemelodie in een rustiger andante tempo. ‘De reine ziel vervuld van Gods rust', wordt in het volgende sopraanrecitatief uitgebeeld door de hoogste stemsoort en begeleid met lange akkoorden door het strijkorkest. Hierna wordt de cantate afgesloten met een koraal voor koor en orkest.

Koor

Wohl dem, der sich auf seinen Gott
Recht kindlich kann verlassen!
Den mag gleich Sünde, Welt und Tod
Und alle Teufel hassen,
So bleibt er dennoch wohlvergnügt,
Wenn er nur Gott zum Freunde kriegt.

Aria (tenor)

Gott ist mein Freund; was hilft das Toben,
So wider mich ein Feind erhoben!
Ich bin getrost bei Neid und Hass.
Ja, redet nur die Wahrheit spärlich,
Seid immer falsch, was tut mir das?
Ihr Spötter seid mir ungefährlich.

Recitatief (alt)

Der Heiland sendet ja die Seinen
Recht mitten in der Wölfe Wut.
Um ihn hat sich der Bösen Rotte
Zum Schaden und zum Spotte
Mit List gestellt;
Doch da sein Mund so weisen Ausspruch tut,
So schützt er mich auch vor der Welt.

Aria (bas)

Das Unglück schlägt auf allen Seiten
Um mich ein zentnerschweres Band.
Doch plötzlich erscheinet die helfende Hand.
Mir scheint des Trostes Licht von weiten;
Da lern ich erst, dass Gott allein
Der Menschen bester Freund muss sein.

Recitatief (sopraan)

Ja, trag ich gleich den größten Feind in mir,
Die schwere Last der Sünden,
Mein Heiland lässt mich Ruhe finden.
Ich gebe Gott, was Gottes ist,
Das Innerste der Seelen.
Will er sie nun erwählen,
So weicht der Sünden Schuld, so fällt des Satans List.

Koraal

Dahero Trotz der Höllen Heer!
Trotz auch des Todes Rachen!
Trotz aller Welt! mich kann nicht mehr
Ihr Pochen traurig machen!
Gott ist mein Schutz, mein Hilf und Rat;
Wohl dem, der Gott zum Freunde hat!

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.