Dienst met cantate zondag 31 augustus 2008

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Was Gott tut ist wohlgetan (BWV 99)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachorkest / Residentie Bachkoor o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Kristina Bitenc (sopraan), Marleene Goldstein (alt), Nico van er Meel (tenor), Matthew Baker (bas).
Predikant Ds. Margreet Klokke

Toelichting en tekst

Voor de 15e zondag na Trinitatis Na een uiterst druk eerste jaar als Thomascantor in Leipzig, zette Bach de traditie voort om als uitgangspunt van zijn cantates een evangelisch kerklied te gebruiken.Dit zou hij doen tot het Paasfeest van 1725. De cantate van vandaag dateert uit het jaar daarvoor, voor zondag 17 september.Het koraallied is van Samuel Rodigast uit 1674. De teksten van het openings- en slotdeel van de cantate zijn letterlijk uit dit lied overgenomen, de overige teksten refereren aan de basistekst. De dichter van deze bewerkingen is ons onbekend.Het openingskoor begint met het strijkorkest, waarna de solofluit en hobo d'amore samen met de eerste viool hierop een variatie spelen. De koraalmelodie wordt daarna gezongen door de sopranen, bijgestaan door een trompet. De overige koorstemmen vullen dit aan.Daarna zijn in de tussenspelen verschillende combinaties van strijkers en blazers te horen.De dwarsfluit heeft een beweeglijke partij die duidelijk boven alle andere stemmen uitklinkt.Deel twee is een recitatief voor bassolo en basso continuo begeleiding.

Hierin krijgt het woord ‘wenden' een speciale behandeling: niet zoals hiervoor één noot per lettergreep, maar een lange toonreeks in opgaande en neerwaartse richting, om uit afwenden van het gevaar uit te beelden.Bach moet ten tijde van deze cantate de beschikking hebben gehad over een uitstekende fluitist. De volgende tenoraria heeft namelijk een zeer virtuoze solopartij. De beweging van het schudden uit de tekst zien we in de partij weergegeven door een figuratieve beweging van snelle nootjes. Ook de chromatiek bij ‘Kreuzeskelch' geeft de hechte woord-toonrelatie weer. Het altrecitatief heeft dezelfde vorm als het basrecitatief. Ook het slot wordt rijker getoonschilderd op ‘erscheinet'.Voor de derde maal krijgt de fluit een hoofdrol toebedeeld, nu samen met de hobo d'amore.Dit instrumentale duet wordt na een korte inleiding voortgezet met het sopraan- en altduet.

Na het B-gedeelte (wer das Kreuz durch falschen Wahn), waarin het woord ´Ergötzen' op een speelse manier tussen de twee stemmen heen en weer springt, volgt als afsluiting een korte herhaling van het instrumentale openingsthema.De cantate eindigt met een slotkoraal voor koor en orkest.  

Koor

Es ist das Heil uns kommen her
Von Gnad und lauter Güte.
Die Werk, die helfen nimmermehr,
Sie mögen nicht behüten.
Der Glaub sieht Jesum Christum an,
Der hat g'nug für uns all getan,
Er ist der Mittler worden.

Recitatief (bas)

Gott gab uns ein Gesetz, doch waren wir zu schwach,
Dass wir es hätten halten können.
Wir gingen nur den Sünden nach,
Kein Mensch war fromm zu nennen;
Der Geist blieb an dem Fleische kleben
Und wagte nicht zu widerstreben.
Wir sollten in Gesetze gehn
Und dort als wie in einem Spiegel sehn,
Wie unsere Natur unartig sei;
Und dennoch blieben wir dabei.
Aus eigner Kraft wo niemand fähig,
Der Sünden Unart zu verlassen,
Er möcht auch alle Kraft zusammenfassen.

Aria (tenor)

Wir waren schon zu tief gesunken,
Der Abgrund schluckt uns völlig ein,
Die Tiefe drohte schon den Tod,
Und dennoch konnt in solcher Not
Uns keine Hand behilflich sein.

Recitatief (bas)

Doch musste das Gesetz erfüllet werden;
Deswegen kam das Heil der Erden,
Des Höchsten Sohn, der hat es selbst erfüllt
Und seines Vaters Zorn gestillt.
Durch sein unschuldig Sterben
Ließ er uns Hilf erwerben.
Wer nun demselben traut,
Wer auf sein Leiden baut,
Der gehet nicht verloren.
Der Himmel ist für den erkoren,
Der wahren Glauben mit sich bringt
Und fest um Jesu Arme schlingt.

Aria (sopraan / alt)

Herr, du siehst statt guter Werke
Auf des Herzens Glaubensstärke,
Nur den Glauben nimmst du an.
Nur der Glaube macht gerecht,
Alles andre scheint zu schlecht,
Als dass es uns helfen kann.

Recitatief (bas)

Wenn wir die Sünd aus dem Gesetz erkennen,
So schlägt es das Gewissen nieder;
Doch ist das unser Trost zu nennen,
Dass wir im Evangelio
Gleich wieder froh
Und freudig werden:
Dies stärket unsern Glauben wieder.
Drauf hoffen wir der Zeit,
Die Gottes Gütigkeit
Uns zugesaget hat,
Doch aber auch aus weisem Rat
Die Stunde uns verschwiegen.
Jedoch, wir lassen uns begnügen,
Er weiß es, wenn es nötig ist,
Und brauchet keine List
An uns; wir dürfen auf ihn bauen
Und ihm allein vertrauen.

Koraal

Ob sichs anließ, als wollt er nicht,
Laß dich es nicht erschrecken;
Denn wo er ist am besten mit,
Da will ers nicht entdecken.
Sein Wort lass dir gewisser sein,
Und ob dein Herz spräch lauter Nein,
So lass doch dir nicht grauen.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.