Dienst met cantate zondag 24 februari 2008

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Sei Lob und Ehr dem höchsten Gut (BWV 117)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Bachkoor / Residentie Bachorkest o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Cécile van de Sant (alt); Marcel Beekman (tenor); Mattijs van de Woerd (bas)
Predikant Ds. I.C. Visser-Schroot

Toelichting en tekst

Deze koraalcantate is gebaseerd op een liedmelodie uit 1673 van Johann Jakob Schütz. Bach componeerde de cantate waarschijnlijk in de periode tussen 1728 en 1731. Aanleiding was ditmaal niet een speciale zondag in het kerkelijk jaar, maar afgaande op de tekst, een dankdienst of een huwelijk.
De oorspronkelijke tekst komt letterlijk terug in de 9 cantatedelen, de melodie van Schütz gebruikte Bach in het openings- en slotkoor en in koraal nr. 4.

Opvallend is dat alle delen verbonden worden door de gemeenschappelijke slotzin ‘Gebt unserm Gott die Ehre!'. Iedere keer op een eigen wijs getoonzet. Voor een uitgebreide cantate als deze is het bijzonder dat er voor de sopraan geen solodeel is. Of Bach er geen voorhanden heeft gehad of er een diepere reden voor was, weten wij niet. De beweeglijke orkestpartijen in het openingsdeel contrasteren sterk met de rustige koorbeweging. De medewerking van fluiten en hobo's en de virtuoze continuopartij zorgen voor een kleurrijke orkestklank.
Het basrecitatief wordt aanvankelijk sober begeleid door het continuo, op de terugkerende slotzin echter is er een doorgaande begeleiding in een 3/8ste maatsoort.
Het derde koraalvers is voor de tenor en twee hobo's d'amore en basso continuo. Het majeur van de eerste twee delen verandert hier in mineur toonsoort. Bach knoopt de vier partijen knap in elkaar.
Na het koraal op de tekst van het vierde vers, volgt het altrecitatief dat in het begin begeleid wordt door het strijkorkest. Bij de slotzin zwijgen de violen en gaat het continuo alleen verder.
Het zesde vers is voor de bas, begeleid door de soloviool en continuo. De slotzin refereert duidelijk aan het arioso-einde van deel vijf. De tekst wordt passend omgezet in muziek, bijvoorbeeld als de bas ‘nirgend' zingt, klinkt er geen continuo akkoord onder, en bij ‘Ruh' wordt de toon lang aangehouden en eindigt in een fermate, een aangehouden slottoon.
Voor vers 7 geeft Bach een tempoaanduiding ‘Largo'. De soloalt wordt begeleid door het strijkorkest en een solofluit. Een prachtig ‘Lobgesang' met veel op triolen dansende noten geeft ook hier weer ‘unserm Gott die Ehre'. Na een kort tenorrecitatief volgt het slotkoor met het negende vers. Het is een herhaling van het openingskoor waardoor de cantate haar fraaie gesloten vorm krijgt.

Koor

Sei Lob und Ehr dem höchsten Gut,
Dem Vater aller Güte,
Dem Gott, der alle Wunder tut,
Dem Gott, der mein Gemüte
Mit seinem reichen Trost erfüllt,
Dem Gott, der allen Jammer stillt.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Rectatief (bas)

Es danken dir die Himmelsheer,
O Herrscher aller Thronen,
Und die auf Erden, Luft und Meer
In deinem Schatten wohnen,
Die preisen deine Schöpfermacht,
Die alles also wohl bedacht.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Aria (tenor)

Was unser Gott geschaffen hat,
Das will er auch erhalten;
Darüber will er früh und spat
Mit seiner Gnade walten.
In seinem ganzen Königreich
Ist alles recht und alles gleich.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Koraal

Ich rief dem Herrn in meiner Not:
Ach Gott, vernimm mein Schreien!
Da half mein Helfer mir vom Tod
Und ließ mir Trost gedeihen.
Drum dank, ach Gott, drum dank ich dir;
Ach danket, danket Gott mit mir!
Gebt unserm Gott die Ehre!

Recitatief (alt)

Der Herr ist noch und nimmer nicht
Von seinem Volk geschieden,
Er bleibet ihre Zuversicht,
Ihr Segen, Heil und Frieden;
Mit Mutterhänden leitet er
Die Seinen stetig hin und her.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Aria (bas)

Wenn Trost und Hülf ermangeln muss,
Die alle Welt erzeiget,
So kommt, so hilft der Überfluss,
Der Schöpfer selbst, und neiget
Die Vateraugen denen zu,
Die sonsten nirgend finden Ruh.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Aria (alt)

Ich will dich all mein Leben lang,
O Gott, von nun an ehren;
Man soll, o Gott, den Lobgesang
An allen Orten hören.
Mein ganzes Herz ermuntre sich,
Mein Geist und Leib erfreue sich.
Gebt unserm Gott die Ehre!

Recitatief (tenor)

Ihr, die ihr Christi Namen nennt,
Gebt unserm Gott die Ehre!
Ihr, die ihr Gottes Macht bekennt,
Gebt unserm Gott die Ehre!
Die falschen Götzen macht zu Spott,
Der Herr ist Gott, der Herr ist Gott:
Gebt unserm Gott die Ehre!

Koor

So kommet vor sein Angesicht
Mit jauchzenvollem Springen;
Bezahlet die gelobte Pflicht
Und lasst uns fröhlich singen:
Gott hat es alles wohl bedacht
Und alles, alles recht gemacht.
Gebt unserm Gott die Ehre!

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.