Dienst met cantate zondag 27 januari 2008

Aanvangstijd 10.30 uur
Cantate Was mein Gott will, das g'scheh allzeit (BWV 111)
Componist J.S. Bach
Door Residentie Kamerkoor / Residentie Bachorkest o.l.v. Jos Vermunt. Solisten: Mignon Primus (sopraan); Noa Frenkel (alt); Nico van der Meel (tenor); Frans Fiselier (bas)
Predikant Ds. Rienk Lanooy

Toelichting en tekst

Bach had het gedurende de eerste jaren dat hij cantor was in Leipzig ongehoord druk. Gevorderde leerlingen van de Thomasschool stonden hem daarom terzijde, waar het het overschrijven van partijen en instuderen van stemmen betrof. Bach stelde zichzelf een nieuwe opdracht: een oude traditie in Leipzig volgend, schreef hij cantates die gebaseerd waren op een evangelisch kerklied. Cantate 111 componeerde hij voor 21 januari 1725.

Van het oorspronkelijke vierstrofige lied uit 1554 vinden we de eerste en de laatste strofe terug als koraalmelodie in het openingskoor en in het slotkoraal.. Strofe 2 diende als uitgangspunt voor de delen 2 en 3, en strofe 3 voor de cantatedelen 4 en 5.
Het groots opgezette openingsdeel van de cantate heeft de gebruikelijke structuur van een koraalcantate: de koraalmelodie wordt door de sopraanpartij in delen gezongen, in lange notenwaarden. De overige koorstemmen imiteren deze melodie in kortere noten. Deze koorfragmenten worden afgewisseld met instrumentale tussenspelen. Het karakter hiervan is als gevolg van het gebruikte ritme vrolijk van aard.
Volgens Backkenner Albert Schweitzer dient de koraaltekst niet als rustige onderwerping te worden opgevat, maar in tegendeel juist als vreugde en vertrouwensvol geloof. In zijn woorden moet dit ‘jubelend' en ‘triomfantelijk' gezongen worden. Aria 2 is voor bassolo en basso continuobegeleiding. Bij de tekst "Gott ist dein Trost und Zuversicht, und deiner Seelen Leben' baseert Bach zich, weliswaar met versierende omspelingen, op de originele melodie. Het danskarakter in aria nummer 4 ontstaat door het gebruik van het gepunteerde ritme (lang-kort-lang-kort enz.), en de ¾-maat.

Als begeleiding van de solostemmen alt en tenor, speelt het strijkersensemble. Ritme en lang aangehouden basnoten in de begeleiding beelden de ‘beherzten Schritte' uit. De instrumentatie in recitatief 5 is in handen van twee hobo's, die de dood als het ‘selige, gewünschte Ende' een lichtere kleur geven. De cantate wordt afgesloten met en koraal voor koor en orkest.

Koor

Was mein Gott will, das g'scheh allzeit,
Sein Will, der ist der beste;
Zu helfen den'n er ist bereit,
Die an ihn gläuben feste.
Er hilft aus Not, der fromme Gott,
Und züchtiget mit Maßen:
Wer Gott vertraut, fest auf ihn baut,
Den will er nicht verlassen.

Aria (bas)

Entsetze dich, mein Herze, nicht,
Gott ist dein Trost und Zuversicht
Und deiner Seele Leben.
Ja, was sein weiser Rat bedacht,
Dem kann die Welt und Menschenmacht
Unmöglich widerstreben.

Recitatief (alt)

O Törichter! der sich von Gott entzieht
Und wie ein Jonas dort
Vor Gottes Angesichte flieht;
Auch unser Denken ist ihm offenbar,
Und unsers Hauptes Haar
Hat er gezählet.
Wohl dem, der diesen Schutz erwählet
Im gläubigen Vertrauen,
Auf dessen Schluss und Wort
Mit Hoffnung und Geduld zu schauen.

Aria (alt en tenor)

So geh ich mit beherzten Schritten,
Auch wenn mich Gott zum Grabe führt.
Gott hat die Tage aufgeschrieben,
So wird, wenn seine Hand mich rührt,
Des Todes Bitterkeit vertrieben.

Recitatief (sopraan)

Drum wenn der Tod zuletzt den Geist
Noch mit Gewalt aus seinem Körper reißt,
So nimm ihn, Gott, in treue Vaterhände!
Wenn Teufel, Tod und Sünde mich bekriegt
Und meine Sterbekissen
Ein Kampfplatz werden müssen,
So hilf, damit in dir mein Glaube siegt!
O seliges, gewünschtes Ende!

Koraal

Noch eins, Herr, will ich bitten dich,
Du wirst mir's nicht versagen:
Wenn mich der böse Geist anficht,
Laß mich doch nicht verzagen.
Hilf, steur und wehr, ach Gott, mein Herr,
Zu Ehren deinem Namen.
Wer das begehrt, dem wird's gewährt;
Drauf sprech ich fröhlich: Amen.

De toelichtingstekst is geschreven door Jos Vermunt. De tekst valt onder het copyright van de Kloosterkerk.

Aan de diensten met cantate zijn hoge kosten verbonden. Ondanks vele giften dekt de collecte na afloop van de dienst slechts de helft van de uitgaven. Derhalve doet de Kloosterkerk een dringend beroep op de bezoekers om bij de uitgangscollecte actief bij te dragen (richtbedrag € 7,50 p.p.) aan de bestrijding van de onkosten.

Van de diensten met cantate is een agenda en een archief beschikbaar.